BOEKRECENSIE: De Schrik der Vagijnen *

Teatro Colón, Buenos Aires

Vorig jaar onthulde Alejandro Castiglione dat hij werkte aan een ‘erotische tenorenroman’ die hij grappend ‘Liefde in tijden van opera’ noemde. Het resultaat doet echter meer denken aan ‘Honderd jaar sneuheid’.

Door Ben de Faats

Uiteindelijk is de titel van Castigliones boek De Schrik der Vagijnen geworden (El Terror de las Vulvas), waarmee de Managuayaanse bestsellerauteur zich definitief schaart in het rijtje pompeuze pseudoromanciers – iets wat we na het in de Griekse Oudheid gesitueerde pornowerkje O, die Poes! en de vunzige avonturenroman-pastiche De Man met de Rode Pimpernel in zijn Pofbroek al vermoedden.

De Schrik der Vagijnen
is het verhaal van de Italiaanse tenor Manzetti die op zijn sterfbed ligt, precies honderd jaar oud. Hij blikt terug op zijn leven, maar dan vooral op de vele avontuurtjes die hij beleefde in de coulissen van de grote theaters van het Zuid-Amerika van rond 1900. Teatro Colón in Buenos Aires, Teatro Municipal in Lima – Manzetti laat zo’n angstwekkend aantal vrouwen een hoge C produceren dat hij bekend komt te staan als, inderdaad, De Schrik der Vagijnen. Kortom: een verhaal zo dom en zo overduidelijk een excuus om smerigheden te etaleren, dat u zich moet schamen als u deze alinea tot hier heeft uitgelezen zonder uw hoofd minstens één keer tegen de dichtstbijzijnde muur te slaan.

Maar natuurlijk heeft u dat wel gedaan. En u bent de enige niet: uitgevers in onder meer Mexico, Argentinië en Peru hebben al beloofd dat ze Castigliones roman zeker niet in eigen land op de markt gaan brengen. De enige plek waar goedkope kopieën van dit broddelwerk ongetwijfeld van hand tot hand zullen gaan, is het geboorteland van de schrijver: Managuay.

Één ster voor De Schrik der Vagijnen. Ik vond er geen kut aan.

1861: Eppo Martinus Llull

Naar de Managuayaanse ondernemer Eppo Martinus Llull (1830–1899) – van Nederlandse afkomst, vandaar zijn naam – zijn meer straten genoemd dan deze, in de Catalaanse wijk van Mataquintos. Llull was de man die Managuay bijna eigenhandig industrialiseerde met zijn palm-, ethanol- en gordeldierverwerkende fabrieken op de zuidelijke pampa’s. Hij was ook de eerste Managuayaan met een heldere visie op arbeidsrechten: die vond hij bespottelijk. Van de 300.000 man die hij in 1861 in dienst had, op het hoogtepunt van zijn macht, was twee jaar later 60% overleden. Zijn commentaar: ‘Al werken hier vijf miljoen man, er is maar één Llull. En dat ben ik.’
Door zijn forse postuur werd Llull ook wel ‘De Dikke’ genoemd.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Seksuele voorlichting

Brugklassers in Managuay onderweg naar een schoolfeest

Alejandro Recorre (29) haalt zijn dochters op van privéles. ‘Seksuele voorlichting,’ zegt hij besmuikt. ‘Ik wil niet dat iemand ze ziet.’ Terwijl de meiden plaatsnemen op de achterbank, start hij de auto. Hebben ze gevraagd waar de baby’tjes vandaan komen? ‘Nee,’ lacht Luz (9). ‘Wel of het oké is als je vriend je swaffelt in het openbaar.’ Elizabeth (10): ‘En welk cadeautje mag je eisen als hij zijn vrienden meeneemt?’

In Managuay zijn de zeden losser dan bij ons. Tegelijkertijd is Alejandro een vooruitstrevend vader, want in het van katholicisme doordrenkte land is seksuele voorlichting taboe. Dat leidt tot paradoxale situaties: een meisje dat vraagt wat vrijen is, wacht een dodelijke stilte, maar heeft ze op haar zeventiende nog geen kind gebaard, dan geldt ze opeens als een stijve trut.

Ook de liberale Alejandro herkent dit soort tegenstrijdigheden. Zelf zou hij bijvoorbeeld nooit toestaan dat zijn dochters in het ouderlijk huis de liefde bedrijven. ‘Niet dat ik hun seksualiteit negeer,’ legt hij uit vanachter het stuur, ‘maar waarschijnlijk lig ik dan zelf al in bed met iemand. Hun lerares of zo.’

De kinderen moeten er zelf maar achterkomen. En dat gebeurt – al doet menig broodje aap de ronde. Nee, niet elke Managuayaanse brugklasser surft thuis internet af op zoek naar een sexdate. Dat doen ze in de bibliotheek, want hier heeft bijna niemand een computer. En zelfs dan gelden er regels: zo mag het scharreltje absoluut niet jonger zijn dan elf jaar.

Vanaf de achterbank klinkt een kreet. ‘Papa, stop!’ roept Luz. ‘Ik wil tepelklemmen kopen, voor als ik Manuel weer zie.’ Zuchtend brengt Alejandro de auto tot stilstand. Terwijl de meiden naar de sexshop rennen, steekt hij een sigaret op. ‘De jeugd van tegenwoordig,’ zegt hij hoofdschuddend. ‘In mijn tijd deden we het gewoon met een nijptang.’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Mogelijk kunst gestolen uit museum, of niet

Kunst in een museum

CABÚM – Onbekenden hebben vanochtend mogelijk een kunstroof gepleegd, waarschijnlijk in het legermuseum van Cabúm. Maar misschien ook niet.

‘De dieven sloegen vermoedelijk rond 06:00 uur vanochtend hun slag. Of iets eerder, of later,’ zegt een politierechercheur. Daarbij is waarschijnlijk de voordeur van het museum geforceerd, ‘maar het kan ook de achterdeur zijn, of het raampje bij de coffee corner aan de zijkant.’ Voor de zekerheid zet de politie het terrein rond het museum af. ‘Althans: dat is het plan.’

Wat er precies is gestolen, is nog onduidelijk. Een woordvoerder van het museum kan of wil nog niets zeggen. ‘Misschien hebben ze iets meegenomen, maar we hebben veel lelijks hangen, dus dat is maar de vraag.’ De woordvoerder weet niet waar alle commotie opeens vandaan komt, maar dat er iets aan de hand zou kunnen zijn, sluit hij zeker niet uit. Hij verwacht dat het museum aan het eind van de ochtend met een persconferentie komt. ‘Maar pin me er niet op vast.’

Het is nog onduidelijk hoe lang dit stukje op deze nieuwssite mag blijven staan.

REISGIDS 2013 (7): Dansen in Club Dengue

Een show in Club Dengue 

Wat? Uitgaan
Waar? Club Dengue, La Libertina
Prijs? $$

Club Dengue begon als een links clubhuis van de maoïstische rebellen. Nu is het de populairste discotheek van junglehoofdstad La Libertina: zo’n typisch Managuayaanse combinatie van, pak ‘m beet, Nighttown, Paradiso en de Bananenbar. De communistische principes van weleer zijn echter niet verloochend: alle gebruikte bananen gaan naar de plaatselijke daklozenopvang.

$$$ duur
$$ redelijk
$ goedkoop

Dit artikel maakt deel uit van de zomerserie Reisgids 2013: de beste tips voor de vakantievierder in Managuay. Meer tips? Onze reisgids vindt u in dit boek.

Foto Fernando_c6

Evaluatie Olympische Spelen: acht doden

Dressuur in Londen: het besluit om muilezels te weren, betekende
een grote klap voor de Managuayaanse paardensport.

MATAQUINTOS – In Managuay zijn gisteren acht doden gevallen bij de evaluatie van de Olympische Spelen. Onder de slachtoffers bevinden zich alle leden van het Managuayaans Olympisch Comité (MOC).

De leiding van de Zuid-Amerikaanse dictatuur is buitengewoon ontevreden met het resultaat van de olympische équipe: nul medailles. Dat de équipe zich nooit had gekwalificeerd, was al bekend, maar ‘voor een echte Managuayaan is geen buitenlandse regel heilig,’ zo stelde de militaire junta in een persbericht. De laatste woorden aan de ter dood veroordeelde MOC-leden luidden: ‘Bij gebrek aan een gouden medaille ontvangt u allen de rode plak.’ Een ‘rode plak’ is militair jargon voor een schotwond in de rug.

Een grote teleurstelling voor de junta is Misión Deportivo (‘Missie Sport’). Die speciale operatie van de Managuayaanse veiligheidsdienst moest de sportzomer van 2012 aangrijpen om nucleaire geheimen te ontfutselen aan kernwapenlanden als de VS en Groot-Brittannië. In plaats daarvan kwamen de geheim agenten thuis met de manicuurdoos van voetballer Christiano Ronaldo en een bandenplakset van Marianne Vos.

Dag van de Arbeid: liever lui dan moe

De Dag van de Arbeid in een ander land dan Managuay

MATAQUINTOS – In Managuay wordt vandaag, op de Dag van de Arbeid, zoals gebruikelijk  geen demonstratie georganiseerd. Dat is teveel werk.

Door Jens Mikkelsen

De internationale dag van de rechten van werknemers kan in Managuay van oudsher op weinig enthousiasme rekenen. Geen wonder: bijna niemand werkt. Van de mensen met een reguliere baan zijn de meesten zelfstandig ondernemers die handelen in bijvoorbeeld belkaarten, lamazadels of uit oude autobanden gesculpteerde beeldjes van parende varanen.

De meeste Managuayanen echter zijn overdag vrij. Zoals Manuela (21) en Pipa (19), die in de ochtendzon bij de Zanzi Bar in hartje Mataquintos van een tequila sunrise genieten. Zien zij het zitten om op de Dag van de Arbeid mee te doen aan een betoging? ‘Lopen voor een arbeider?’ vraagt Manuela. ‘Ik trouw straks wel met een rijke vent. Iemand die anderen voor zich laat werken.’ Pipa: ‘En eentje met een auto. Da’s ook veel beter voor je hakken.’

Even verderop, op het Sint-Gribusplein, zit de 34-jarige Renzo met zijn twee zoons aan de mojito. ‘In Rusland zullen vandaag wel weer honderdduizenden mensen meelopen in een demonstratie,’ zegt hij. ‘Dat zie je hier nooit. Behalve als de minimumleeftijd voor alcohol wordt verhoogd naar vijftien jaar, of zoiets!’ Zijn zoons (14) lachen.

De belangrijkste reden echter dat 1 mei-demonstraties in Managuay op weinig animo kunnen rekenen, is de belofte van de militaire junta om hen door de knieën te laten schieten. Door eerstejaars rekruten, ‘de slechtsten uit de vuurwapenklas.’

Economie: Geld

Het leven in Mataquintos is, dankzij de gunstige wisselkoers, voor ons Europeanen zeer betaalbaar. Dit straatorkest was voor slechts € 3 bereid zijn boeltje te pakken en elders te gaan spelen.

Kritiek dissident niet gewaardeerd


MATAQUINTOS – In het parlement van Managuay, doorgaans een applausmachine van de militaire junta, is vannacht beroering ontstaan door toedoen van de enige dissident onder de parlementariërs. En dat terwijl Leonido Málferes slechts kopieën van oude kranten gebruikte.

Tijdens een toespraak voor het parlement noemde generaal Bernardo Moto y Tomo, minister van Defensie, de Amerikaanse inval in Irak in 2003 een ‘morele blunder, waarmee wij ons nooit hebben willen inlaten.’ Málferes citeerde daarop staatskrant El Pueblo, waarin Moto y Tomo destijds de Amerikanen een ondersteuningspakket aanbood van 33 tanks, 129 liter mosterdgas en ‘een net zo lange slinger van prostituees als de heer Bush wenst af te werken’. De parlementscatering besloot daarop om de parlementariër geen koffie meer te serveren.
Málferes liet zich echter niet tegenhouden. Toen Moto y Tomo even later zijn topografische kennis van Irak etaleerde, liet Málferes kopieën rondgaan van een interview waarin de minister Irak ‘het gezwel van Europa’ noemde, en ‘een gevaar voor buurland Liechtenstein’. Luttele seconden later begon een beveiliger van het parlement, die beweerde dat Málferes aan het hoesten was, hem op de rug te kloppen, maar volgens critici had dat niet met een honkbalknuppel gehoeven.
De militair-democratische republiek van Managuay steunde in 2003 de inval in Irak niet openlijk, maar zond wel 2700 vliegtuigladingen papaya’s naar het Midden-Oosten. Nog steeds lijden tienduizenden Irakezen aan diarree vanwege het eten van de vruchten, afkomstig uit de tuindersvelden rond de kerncentrale van San Miguel in Zuid-Managuay.
Diarree is een dunne, waterige ontlasting.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Sopropo

Sopropo’s

Eten bij de familie Buzarquis. Moeder Emma zet een grote ketel op tafel, waarop vader Pepe en opa overeind komen uit hun stoel. ‘Soproposoep!’ juichen de kleine Juan en María. Pepe neemt kater Hugo op schoot en houdt hem een lepel met het groene goedje onder de neus. Hugo snuffelt, slobbert het naar binnen – en valt prompt op de grond. Morsdood. ‘Nog niet goed,’ bromt Pepe. Scheldend pakt Emma de ketel weer op. ‘Pinche sopa!’

De weerbarstige sopropo is een groente uit de komkommerfamilie. In Suriname wordt hij veel gegeten, maar ook in buurland Managuay is de tropische plant – die er uitziet als een pokdalige courgette – heus volksvoedsel. Sopropo’s zijn goedkoop en groeien overal. Bovendien: de onrijpe vrucht heeft een wrattige schil, het vlees smaakt bitter en het plantensap is bijtend giftig – de sopropo is, kortom, het Managuayaanse volk in zijn vegetale vorm.

Ondanks die volkseigen kwaliteiten hoopte de lokale sopropo-industrie heel even Europa te veroveren. In 2011, tijdens het gedoe met de EHEC-bacterie, durfden veel Duitsers geen komkommers meer te eten en de Managuayaanse Liga van Sopropotelers rook haar kans. ‘Straks zijn we exportproduct nummer één van Managuay,’ sprak Liga-voorzitter Amalfi. ‘Mosterdgas kan naar de tweede plek.’ Maar al snel bleken komkommers EHEC-vrij. En dat een sopropo vóór consumptie een paar uur in zout water moet worden geweekt om zijn dodelijke bestanddeel momordicine kwijt te raken, hielp ook al niet mee in de pr-campagne.

Na twee uur doorkoken staat de soep weer op tafel. ‘Goed spul,’ zegt Pepe smakkend. Maar opeens valt de lepel uit zijn hand. Pepe stormt de achtertuin in. Liggend in het gras geeft hij over. Naschokkend, met een lijkbleek gezicht, veegt hij zijn mond af aan een handvol grassprieten. Dan, met een schaterlach: ‘Man, wat houd ik toch van groente!’
Roger Abrahams

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.