REISGIDS 2013 (5): San Luís

Cowboyhoeden geven San Luís net dat beetje extra

Wat? Rondkijken
Waar? San Luís
Prijs? –

De hoofdstad van de regio Pampa is San Luís (320.000 inwoners), een pittoresk oord waar je over zandwegen slentert, zomaar door een postkoets kunt worden overreden en in een willekeurig steegje op een echt pistoolduel kunt stuiten. Nu geldt overal in Managuay dat je er over zandwegen slentert, zomaar door een postkoets kunt worden overreden en in een willekeurig steegje op een echt pistoolduel kunt stuiten, maar in San Luís draagt iedereen er een cowboyhoed bij. En dat geeft toch extra cachet.

$$$ duur
$$ redelijk
$ goedkoop

Dit artikel maakt deel uit van de zomerserie Reisgids 2013: de beste tips voor de vakantievierder in Managuay. Meer tips? Onze reisgids vindt u in dit boek.

Internationaal netwerk Managuay verbrokkelt

Het Cultureel Centrum van Managuay in Sint-Petersburg

MATAQUINTOS – Het internationale netwerk van ambassades, consulaten en culturele centra van Managuay verbrokkelt, zo laat de teloorgang van de vestiging in Sint-Petersburg zien.

Het Cultureel Centrum van Managuay in de Russische tsarenstad is inmiddels verlaten, zo stelde de Nederlander Egbert Hartman vast. Het statige pand aan de Severny Prospekt was ooit een levendig ontmoetingspunt van de Russische avant-garde, met kunstenaars en schrijvers als Vladimir Vojnovitsj, en de Managuayaanse, met klaplopers en prostituees als Marta de Pokdalige Weduwe.

De laatste bewindvoerders van het Centrum waren de stagiairs Sílvia Sommer en Emilio Parmanto, die bij hun aantreden een met alle technische voorzieningen geëquipeerde instelling aantroffen. Nu is door de scheefhangende luxaflex slechts een achterglaten telraam te zien.

Sommer en Parmanto liepen eerder een korte stage op de redactie van dit nieuwsblog. Het internationale opsporingsbevel is nog steeds van kracht, dus als u ze ziet, laat u het ons dan vooral weten.

Lees ook: Uw hoofdredacteur zegt: excuus

‘Voetballer VVV heeft Managuayaans bloed’


VENLO – Voetballer Gonzalo García García, onlangs door Eredivisieclub VVV Venlo aangekocht, heeft mogelijk Managuayaans bloed. Op de tribune van FC Puta Madre in Mataquintos roept de sportman echter geen warme gevoelens op.

García García, wiens dubbele achternaam erop duidt dat zijn ouders – volgens traditioneel Managuayaans gebruik – neef en nicht zijn, is geen populair persoon onder de voetballiefhebbers in zijn vermeende vaderland. ‘Blauwe ogen’, ‘rechte tanden’ en ‘betaalt al zijn hele leven belasting’ zijn kwalificaties die door de harde kern van FC Puta Madre met minachting worden uitgesproken.
De grootste club van Mataquintos (‘kwartfinalist voor de Zuid-Amerikaanse beker in 1953, schrijf dat maar op in dat pleeblaadje van je’) zou García García in de jeugdopleiding hebben gehad voor hij naar Uruguay vertrok, zo luidt het op de tribune. Dat ‘homoland’ zou hem dan ook beter passen, melden de supporters ongevraagd. ‘Met hun boxer shorts en cappuccino’s.’
VVV-Venlo kennen de mannen niet. ‘Voor topografie rot je maar op naar groep acht, meneer de professor.’

Bekende Managuayanen: generaal Lope la Llama

Het bankbiljet met de beeltenis van generaal Lope la Llama

Op het biljet van 200.000 Managuayaanse peso staat een van de grootste krijgsheren van Zuid-Amerika afgebeeld: generaal Lope la Llama. La Llama (1840–1865) begon zijn carrière als rijdier in de Managuayaanse lamacavalerie, maar eindigde met de hoogste militaire rang. Hij verwierf zijn faam in de Slag bij de Stokerij in de Oorlog van de Vijf Papaja’s (1850-1852).

De bewuste stokerij stond in San Cristóbal in de Managuayaanse Andes, waar de divisie van Lope op 14 juli 1850 in een lastig parket was beland. Zijn berijder, generaal Don Manuel Terremoto, had het gebouw die nacht met veel pijn en moeite veroverd, maar was tegen het middaguur alweer omsingeld door 2000 vijandige manschappen uit Bolivia. Ze zaten als ratten in de val.

Tijdens koortsachtig overleg in het magazijn pleitte Terremoto opeens voor een charge. ‘De aanval is de beste verdediging!’ brulde hij. Twee lege rumflessen rinkelden tussen zijn voeten, maar niemand durfde hem tegen te spreken. Terwijl zijn mannen hun lama’s zadelden, sprong Terremoto al op Lope en stormde met getrokken sabel het postkantoor uit. Tenminste, dat was de bedoeling. Een golf van opspelend maagzuur verraste hem, en toen hij schreeuwend van de pijn zijn lichaam strekte, sloeg zijn hoofd tegen de stenen boog boven de deur. Hij viel morsdood op de grond.

Ondertussen sprintte Lope in zijn eentje naar buiten. Daar stuitte hij al na tien meter op drie Boliviaanse verkenners, die zich ervan wilden vergewissen dat Terremoto en zijn troepen zich daadwerkelijk schuilhielden in de stokerij. In een reflex lanceerde Lope een fluim, die zo dodelijk bleek dat alle drie de Bolivianen het loodje lieten. Hun landgenoten, die het schouwspel van een afstandje hadden gevolgd, sloegen onmiddellijk op de vlucht.

Lope werd na de Slag bij de Stokerij tot generaal bevorderd en diende tot aan zijn dood in 1873.
Sindsdien erft in Managuay het rijdier altijd de rang van zijn berijder, wat de prestaties van het Managuayaanse leger aanzienlijk verbeterde.

Foto Rogelio de la Sierra

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Filmfestival

Een sopropo

Van wat voor muziek hou jij?’ Of: ‘Evita Perón, vrouw of musicalster?’ Er zijn veel opmerkelijke vragen denkbaar tijdens de liefdesdaad, maar regisseur Andrés Papachango (1949) sprak ze echt uit. Sterker: het enfant terrible van de Managuayaanse cinema liet de camera’s lopen terwijl hij het deed.

Liefde (Amor, 2008) is sinds afgelopen zaterdag te zien in een nevenprogramma van het Managuayaans Film Festival (MFF). Een gewaagde keuze, aangezien de film destijds door de critici werd afgedaan als ‘een goedkope aaneenschakeling van ruim veertig hoerenbezoeken’ en ‘een slap excuus om zoveel mogelijk vrouwelijk naakt te laten zien’.

Het zijn deze nevenprogramma’s die het MFF doorgaans zo geslaagd maken.
Zeker nu de uitreiking van de Gouden Lama’s steeds meer een gelegenheid wordt waarin de militaire junta een beslissend woordje meespreekt. Zoals vorig jaar, toen een wanproduct van het Managuayaanse leger de grote winnaar werd: Het bloedbad bij San Fernando, een in real time nagespeelde veldslag van dertien (!) uur. De makers wilden speciale effecten gebruiken, maar het officierskorps stond erop om de complete slachting over te doen.

Nee, dan het ingetogen werk van Papachango. Neem het magistrale Alles over mijn vader (Todo sobre mi padre, 2001), waarin een travestiet, de zoon van twee travestieten, op zoek gaat naar zijn vader, die nooit een echte travestiet blijkt te zijn geweest, maar slechts een travestietachtige manhoer die travestieten als klant heeft.

Of Diepe vouwen (Arrugas profundas, 2010), door Papachango geroemd als ‘het bewijs van cinematografische schoonheid op het snijvlak van erotiek en origami.’ En de broeierige roadmovie Twee sopropo’s en een perzik (Dos sopropos y un melocotón, 2003). Daarin razen twee jongens en hun buurvrouw uit verveling over de pampa’s. De sopropo – een soort komkommer – uit de titel verwijst naar de permanente staat van opwinding van het duo.

Ook bij deze films kreeg Papachango het verwijt van effectbejag. Zijn reactie luidde steevast: ‘Wie de plot niet vat, heeft in elk geval een paar lekkere tieten gezien.’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Couleur locale: Avenida José Clarentín

De Avenida José Clarentín is een van de opwindendste straten van junglehoofdstad La Libertina. Beroemde criminelen als Mañuel Barreño werden er vermoord, diva’s als Alessandra Lamangiattore liepen er syfilis op en ook vandaag is het een hectisch komen en gaan van kunstenaars, sjacheraars en officieren met banden in de onderwereld.
De straat op de foto is de Calle Yanan Manca.

Carnaval: weg met de kuisheidsgordel

De Slotjesberg van 2011

Het carnaval van Roipoipú is gisteren begonnen met de traditionele Slotjesdag. Daarmee luiden de vrouwen van het junglestadje carnaval in door het hangslot van hun kuisheidsgordel eraf te laten slopen en op een grote berg te gooien. Het sloopwerk is een typisch klusje voor hun minnaars, maar een toevallige, opgewonden passant is ook goed.

Speel de woordzoeker en win een dvd van Juanes!

Deze woordzoeker bevat termen die onlosmakelijk verbonden zijn met het politieke bedrijf in Managuay. Weet jij alle termen uit het onderstaande rijtje te vinden?

Eén begrip staat wel in de woordzoeker, maar niet in het rijtje. Welke? Stuur je oplossing deze week nog naar info@managuay.info en maak kans op een ongesigneerde dvd van Juanes: El diario de Juanes!

GENERAAL JAMÓN
MILITAIRE DEMOCRATIE
DODE JOURNALIST
STEMBUSFRAUDE
RUM
SMEERGELD
MES IN DE RUG
PERSONA NON GRATA
INTIMIDATIE
MOOI WEER
HANDJEKLAP

Wilders bedreigd om toespraak New York

Het hoofdpostkantoor van Anticoncepción, Managuay

DEN HAAG – Een islamitische terreurgroep uit Managuay dreigt Geert Wilders te vermoorden als hij gaat demonstreren tegen de geplande moskee bij Ground Zero in New York. De groep eist een som van ‘100 miljoen biljoen euro, maar minder mag ook.’

De terreurgroep, Al-Sadiq Al-Jamaza Al-Sakran Al-Lama, is bij terrorisme-experts onbekend. De leden hebben echter vertakkingen in het Nederlandse thuisbezorgcircuit, aangezien het dreigement gisteren op het adres van de PVV-leider in Den Haag werd afgeleverd door een koerier van Taco Express. Lijfwachten konden de man niet achterhalen.

Navraag in Managuay leert dat Al-Sadiq Al-Jamaza Al-Sakran Al-Lama (‘Vriendenclub “De dronken lama”’) is voortgekomen uit een gezelligheidsvereniging van stokers van illegale rum. Door de dalende prijzen van suikerriet kampen zij al jaren met ernstige armoede. Hoewel terrorisme-experts spreken van ‘een levensgevaarlijke cel’, vermoeden Zuid-Amerika-kenners dat het om straatarme boeren gaat die een creatieve manier hebben gevonden om hun inkomsten aan te vullen.

De 100 miljoen biljoen euro had moeten worden gebracht naar ‘Hoofdpostkantoor Anticoncepción, Managuay, en dan vragen naar Manuel.’

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: El Aire Libre

50 Peso (r) en Lil’ Carmen

Op het podium wijzen vier mannen naar hun kruis. ‘Es un chihuahua en tu bolsillo?’ De menigte begint te blaffen. ‘O te gusta encontrarme?’ Een luid gejuich stijgt op, een daverende beat zet in. Boyband Los Cojones is de onbetwiste smaakmaker van muziekfestival El Aire Libre, niet in het minst dankzij hun hit ‘Is dat een chihuahua in je broekzak (of ben je gewoon blij me te zien)?’

El Aire Libre: wat in 1972 begon als een eenmalige hippiehappening is uitgegroeid tot een driedaags evenement en een vrijplaats in Managuay, de laatste militaire dictatuur van Zuid-Amerika. Qua sfeer is het Lowlands, qua muziek is het Pinkpop, qua drankgebruik is het het Oktoberfest – maar dan met zelfgestookte tequila in plaats van bier. ‘Natuurlijk kun je het zonder alcohol ook leuk hebben,’ zegt Marta (20), die bij haar tent op de festivalcamping tabasco druppelt in een weckpot met gefermenteerde lamamelk. ‘Maar niet hier.’ Haar vriendin Andrea (22) biedt twee patrouillerende militairen een slok rum aan, die ze gretig aanvaarden. ‘Je moet die gasten te vriend houden,’ zegt ze later. ‘Voor je het weet, liggen ze je in een bunker te toucheren.’ In de verte klinken de tonen van hiphopkleuters 50 Peso en Lil’ Carmen: ‘No estoy tu bitch, papá.’

Zo gemoedelijk als de eerste dag van El Aire Libre verloopt, zo dramatisch is de avond. Zoals gevreesd zorgt het optreden van Raúl, een singer-songwriter met regeringskritische teksten, voor reuring. Al na één lied neemt de zanger het woord ‘mensenrechten’ in de mond, waarop – vanuit het niets – vier militairen op het podium springen. Raúl stuift weg, chaos breekt uit. Onder gegil van het publiek wordt de rennende zanger met een elektrische stok bewerkt, terwijl een van de militairen roept: ‘Doorlopen, hier is niets te zien!’

El Aire Libre: Managuay op zijn puurst.
Noud Nijssen

Foto Lota del Horno


Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.