Klimaatgrafiek: 26 graden is slechts ‘frisjes’

Wie het vandaag om te puffen vindt, moet bedenken dat onze 26 graden Celsius door een Managuayaan als ‘frisjes’ zal worden omschreven. Bovenstaande klimaatgrafiek geeft aan dat in het Zuid-Amerikaanse Mataquintos doorgaans een redelijk constante 40 graden heerst. En de neerslag? Zie het blauwe balkje.

Duel lijsttrekkerschap Groenen: 1 dode

In de Calle San Hernando in San Luís heeft het winkelend publiek zich inmiddels uit de voeten gemaakt met de laatste bezittingen van Débil, die nog op de kar ligt (midden). 

SAN LUÍS – Het duel tussen Yolanda Zumo en Teófilo Débil om het lijsttrekkerschap van de Groenen is beslecht in het voordeel van de eerste. Débil haalde zijn pistool niet tijdig uit het holster.

Het tweegevecht vond woensdag plaats in een drukbezochte winkelstraat van San Luís, een stad op de pampa’s van Zuid-Managuay. Uitdager Débil werd verrast door Zumo, die hem neerschoot voordat de scheidsrechter het startsein had gegeven. Toch keurden de verzamelde toeschouwers de uitslag goed. 84% vond dat Zumo, ondanks haar vrouw-zijn, als ‘een echte leider’ uit het duel naar voren was gekomen. 12% vond Débil dood net zo sympathiek als levend. 4% dacht tijdens het duel aan seks.

De Groene Beweging, zoals de Groenen officieel heten, is hiermee klaar voor 12 september. Dan benoemt generaal Jamón de leden van het Managuayaanse parlement. Grote vraag is welke partijen zich daarna mogen bemoeien met de belangrijkste taak van de volksvertegenwoordiging: de organisatie van het parlementaire toeptoernooi.

Cultuur: De dorpsfontein van Pueblo Poño

Zomaar een fontein in het dorpje Pueblo Poño, prachtig versierd met drie iconen van kennis uit de Managuayaanse geschiedenis. Boven de zonnewijzer, symbool van de wetenschap uit de precolumbiaanse tijd. Dan de globe, die staat voor de wetenschap die de Spaanse ontdekkingsreizigers meebrachten. En onder de emmer, handig bij de wetenschap dat een glas van de lokale jenever Benedicción een agressieve chemische reactie oplevert met het maagzuur.

Managuay ziet verlies Sieneke positief in


MATAQUINTOS – Managuay voelt mee met Sieneke, maar maakt geen drama van haar verlies. Het songfestivalgekke land in Zuid-Amerika keek gisteren massaal naar de tweede halve finale.

Door Jens Mikkelsen

Volgens songfestivalcommentator Wálter Mufón gloort voor de Nijmeegse zangeres een schitterende toekomst. ‘Jullie Sieneke heeft een hoop potentie. Waarom komt ze niet hierheen om carrière te maken? Ze kan zo optreden in het Luxor.’ Het Luxor is de beruchtste stripteaseclub van Mataquintos, die al diverse malen gesloten werd vanwege het te werk stellen van minderjarige meisjes. Tevens hebben de meeste generaals uit de regering-Jamón er hun huidige echtgenote ontmoet.

Rebellenleider Fernando Sapo, die zich gisteren nog tot dolverliefd aanhanger van Sieneke verklaarde, heeft volgens Mufón inmiddels de blik verlegd. ‘Hij heeft die Armeense met die abrikoos een vliegticket gestuurd – een enkeltje. Maar die uit Oekraïne is ook goed. Of eigenlijk: elke vrouw die naar zijn boomhut wil komen. Is jouw zus handig met een bazooka?’

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: De ‘Nueva Ola’

Kapitein Alzafarra, net na het vernemen van de verstikkende maatregel

‘Pero… ¡¿por qué?!’ Ingehouden adem bij een cruciale scène in de film Océanos ilimitados (Onbegrensde oceanen, 1994). Kapitein Alzafarra, gezaghebber op een cruiseschip, krijgt te horen dat het gekneveld overboord gooien van lastige passagiers voortaan beperkt wordt tot tien personen per keer – de film geldt als een aanklacht tegen de betuttelende bureaucratie. En zo voelt hij ook – tenminste, als je even vergeet dat de acteur die Alzafarra speelt een broodje reuzel eet.

De Nueva Ola – of ‘Nieuwe Golf’ – in de Managuayaanse cinema liet zich kenmerken door een extensief gebruik van amateurs. Begin jaren negentig kregen filmmakers genoeg van de arrogantie die veel acteurs en actrices in die dagen kenmerkte. De druppel vormde een declaratie van diva Jeanette Crespo Mendoza in 1991: 87.000 dollar voor drie dagen in het Bellagio Hotel in Las Vegas, inclusief champagnebaden, casinofiches en een masseur voor haar chihuahua. En dat voor een cameo van dertig seconden met als enige tekst: ‘Deze tortilla’s maken me dorstig.’

Manolo Pipón, de regisseur van Océanos ilimitados, was de eerste om te breken met het acteursgilde: zijn vrienden en bekenden improviseerden vrijuit op een cruiseschip. Niet veel later liet César Núñez zeven achterneven naakt over de pampa’s rennen met als enige regieaanwijzing: ‘hoopvol kijken’. De cast van Piñata 5 (Cesaria van Buren, 1996) doolde maanden door een mangrovebos, op zoek naar eetbaar fruit – het werd een kaskraker. Overigens zetten de cineasten zelfs voor promotie en marketing amateurs in, wat ertoe leidde dat vrijwel geen enkele Nueva Ola-film uiteindelijk de bioscoop haalde.

Op het cruiseschip van Alzafarra stijgt de spanning intussen tot het kookpunt. Sidderend van woede laat de kapitein de scène eindigen met de onvergetelijke woorden: ‘Maar dit schip is mijn leven! Het heet niet voor niets… godver, wat is de naam van dit kloteschip ook weer?’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Foto Persbureau Managuay

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Filmfestival

Een sopropo

Van wat voor muziek hou jij?’ Of: ‘Evita Perón, vrouw of musicalster?’ Er zijn veel opmerkelijke vragen denkbaar tijdens de liefdesdaad, maar regisseur Andrés Papachango (1949) sprak ze echt uit. Sterker: het enfant terrible van de Managuayaanse cinema liet de camera’s lopen terwijl hij het deed.

Liefde (Amor, 2008) is sinds afgelopen zaterdag te zien in een nevenprogramma van het Managuayaans Film Festival (MFF). Een gewaagde keuze, aangezien de film destijds door de critici werd afgedaan als ‘een goedkope aaneenschakeling van ruim veertig hoerenbezoeken’ en ‘een slap excuus om zoveel mogelijk vrouwelijk naakt te laten zien’.

Het zijn deze nevenprogramma’s die het MFF doorgaans zo geslaagd maken.
Zeker nu de uitreiking van de Gouden Lama’s steeds meer een gelegenheid wordt waarin de militaire junta een beslissend woordje meespreekt. Zoals vorig jaar, toen een wanproduct van het Managuayaanse leger de grote winnaar werd: Het bloedbad bij San Fernando, een in real time nagespeelde veldslag van dertien (!) uur. De makers wilden speciale effecten gebruiken, maar het officierskorps stond erop om de complete slachting over te doen.

Nee, dan het ingetogen werk van Papachango. Neem het magistrale Alles over mijn vader (Todo sobre mi padre, 2001), waarin een travestiet, de zoon van twee travestieten, op zoek gaat naar zijn vader, die nooit een echte travestiet blijkt te zijn geweest, maar slechts een travestietachtige manhoer die travestieten als klant heeft.

Of Diepe vouwen (Arrugas profundas, 2010), door Papachango geroemd als ‘het bewijs van cinematografische schoonheid op het snijvlak van erotiek en origami.’ En de broeierige roadmovie Twee sopropo’s en een perzik (Dos sopropos y un melocotón, 2003). Daarin razen twee jongens en hun buurvrouw uit verveling over de pampa’s. De sopropo – een soort komkommer – uit de titel verwijst naar de permanente staat van opwinding van het duo.

Ook bij deze films kreeg Papachango het verwijt van effectbejag. Zijn reactie luidde steevast: ‘Wie de plot niet vat, heeft in elk geval een paar lekkere tieten gezien.’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Lama’s

Een lama

Het Sint-Gribusplein in Mataquintos, zomaar een plein in Latijns-Amerika. Oude mannetjes dammen, dames kopen papaja’s, ergens wordt een bedelaar in elkaar gerost. Eén ding is echter typisch Managuayaans: het prieeltje met het lamabeeld. Student Vicente (22) staat erbij. Waarom? Hij toont ons zijn gouden hanger: een mannenlijf met een lamakop, omringd door zonnestralen. ‘Pacha Mama Lama. Ze beschermt ons.’

Het is moeilijk om het belang van de lama in de Managuayaanse cultuur te overschatten. Volgens de Manca-indianen schiep een lama zelfs de wereld: Pacha Mama Lama was boos op de eeuwige duisternis en schoot, aan het begin der tijden, een fluim weg waaruit de aarde ontstond. Het was zuur en stinkend speeksel, bestaand uit halfverteerd voedsel uit de maag. Volgens andere bronnen was ze dan ook gewoon verkouden. Hoe dan ook, niet voor niets siert een lama de Managuayaanse vlag.

Het beest vervult echter ook een praktische rol. Van de Andes met zijn lastdieren tot aan de schimmige wereld van de lamabordelen en filmproducties als Lama Fellatio II – overal wordt het dier gekoesterd. De elitetroepen van de Managuayaanse cavalerie zitten zelfs op lama’s. De beroemdste van hen schopte het zowaar tot het biljet van 200.000 peso: Lope la Llama bleek tijdens de Oorlog van de Vijf Papaja’s (1850-1852) zoveel slimmer dan de officier op zijn rug, dat hij tot generaal werd benoemd. Sindsdien erft elke lama de rang van zijn berijder, wat de resultaten van het Managuayaanse leger overigens behoorlijk heeft opgekrikt.

Op een hoek van het Sint-Gribusplein speelt een groepje scholieren Lamabord, een variant van Ganzenbord. Het gerol van hun dobbelsteen is bijna niet te horen, maar hun opgewonden kreten des te meer. ‘Nu ik, nu ik! (…) Vakje 54. “Je richt een politieke partij op. Ga naar de gevangenis.” Ah, coño!’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Traditionele ‘Rede tot de Natie’ van Jamón


MATAQUINTOS – Generaal Jamón heeft om drie uur vannacht (Nederlandse tijd) zijn jaarlijkse Rede tot de Natie uitgesproken. Na afloop volgde de traditionele executie.

Jamón roemde het feit dat Managuay het vierde jaar van zijn militaire dictatuur ingaat. ‘Nog nooit was ons volk zo hoopvol, ordelijk en gedecimeerd,’ zei hij, en maakte een knik van dankbaarheid richting soldaten in het gelid. De toekomst gloort volgens Jamón met name in de technologische sector. Daarmee doelt hij vermoedelijk op de kaping, drie uur eerder, van een vrachtschip met 400.000 iPads door de Managuayaanse douane.
De executie was op aandringen van mensenrechtenorganisaties zo humaan mogelijk gehouden. Zeven misdadigers kregen daarom niet langzaam vloeibaar lood in hun keel gegoten, maar in één keer.
Jamón hield zijn toespraak gelijktijdig met Barack Obama’s State of the Union om zo kijkers bij zijn Amerikaanse collega weg te trekken. Dit is alleen gelukt bij de Managuayaanse diaspora. Die bestaat voornamelijk uit prostituees en heeft toch de hele dag de tv aan.

Klassieker: El diablo y su vergüenza


Vandaag in de Managuay-klassieker: El diablo y su vergüenza (De duivel en zijn schaamte). In deze film van grootmeester César Núñez draait het om de eenzame vuurtorenwachter Hipopótamo, wiens bestaan wordt opgeschrikt door de komst van een pratende kolibrie, die Hipopótamo vertelt over de zee, de getijden en de vieze schuimlaag die vaak achterblijft op het strand als het net vloed is geweest. Núñez combineert een satire op de Zuid-Amerikaanse realiteit met de positieve boodschap dat het goed is dat het door land ingesloten Managuay geen eigen kuststrook heeft.

SCÈNE
Hipopótamo leest ‘Het eiland Amoras’. Dan komt Agata binnen.
Hipopótamo: (springt op van zijn stoel) Beëlzebub!
Agata: Nee, ik ben het, meester. (zet een bord papajapuree op tafel) Heeft Vladimiro al iets van zich laten horen?
Hipopótamo: Nee. Nee. (gaat bij het raam staan) Vladimiro kan het schompes krijgen.
Agata: Zeg dat niet, Hipopótamo! Op een dag zal hij terugkomen. Ik weet het zeker. (breekt) Zeker!
Hipopótamo: (schamper) In zijn auto zeker.

1600 jaar oud Manca-beeld ontdekt

1600 jaar oud, maar tijdloos: de inwendige problemen van een kater

LA LIBERTINA – Wetenschappers hebben in de jungle van Managuay een grote sculptuur van het Manca-volk ontdekt. Het beeld is circa 1600 jaar oud en stelt brakende figuren voor, waarschijnlijk na een avond zwaar tafelen.

De Manca’s kenden in de eeuwen voor de komst van de Spanjaarden in 1505 het toppunt van hun beschaving. Het is niet voor het eerst dat artefacten worden gevonden die hun cultuur nauwkeurig uitbeelden. Eerder werden al de restanten aangetroffen van een bordeel gemaakt van aangestampte klei en vorig jaar stuitten archeologen op een wandtapijt met daarop een situatie die waarschijnlijk het best kan worden omschreven als de eerste drive-by shooting uit het precolumbiaanse tijdperk.

Nazomer in Managuay: Barbecue

Varken aan het spit: de Managuayaanse culinaire traditie staat dicht bij de natuur, en bij een voedselvergiftiging.

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: barbecuen bij de familie Rosas.

De verhalen over de barbecuecultuur in het dorpje San Adolfo Tedesco zijn talrijk. Ze blijken allemaal waar. Ook de gruwelijke.

Door Jens Mikkelsen

Toen Jacques Huisman, een vaste lezer van dit weblog, eind juli mailde dat hij op zijn vakantie in Managuay zomaar voor een buurtbarbecue werd uitgenodigd, noteerde ik het dorpje in kwestie meteen in mijn agenda. Nu kon ik er eindelijk heen: San Adolfo Tedesco. Het paradijs voor barbecuërs, gelegen op de zuidelijke pampa’s en gezegend met een ongelooflijke hoeveelheid bijnamen, waarvan ‘De Nationale Grill’ de gezelligste is en ‘De Gloeiende Hel Voor Alles Op Vier Poten, Behalve Vrouwen’ de angstaanjagendste.

De reis vanuit de hoofdstad Mataquintos duurt maar liefst vijftien uur: per trein, per minibus en – als laatste, maar comfortabelste etappe – per moeder, gewikkeld in zo’n veelkleurig, op haar rug hangend doek, waarin ze in deze contreien ook wel eens kleine kinderen vervoeren. Een slopende trip, maar je ziet weer eens iets anders van het land en bovendien hebben mijn doekgenoten Werner (2), Diego (3) en Yacinta (4) een hoeveelheid lolly’s en zakken chips mee die het reizen er bijzonder aangenaam op maakt.

Aangekomen in San Adolfo Tedesco stelt mijn reismoeder zich eindelijk voor. Ze heet Danita Rosas (17) en woont met haar moeder Melva en haar zeven kinderen in een huisje. Onmiddellijk verdwijnt ze naar binnen, waarop Melva me een tequila aanbiedt en dan over het gazon begint te lopen, terwijl ze ‘Adolfo! Adolfo!’ roept. Of haar man ook thuis is, vraag ik? Ze gromt: ‘Was mijn man maar zo knap als Adolfo.’ Twee tellen later komt een bruin-roze beest het gazon op rennen: Adolfo blijkt een fors zwijn te zijn.

Ik realiseer me: amper aangekomen in San Adolfo Tedesco is de barbecue al begonnen! Terwijl Melva Adolfo lief toespreekt, wurgt en vilt, stapt Danita de tuin in met een enorme houten spies en begint een vuur aan te leggen. Met de fles tequila die mij in de handen wordt gedrukt, moet ik proosten: op de Managuayaanse barbecue! Danita, Melva en Marcelo (8, de oudste), proosten mee, tussen de bedrijven door.

Tevreden plof ik neer op een stoel, bestel een lamamelk met rum – Gino (7) blijkt een formidabele cocktailmixer te zijn – en knip deze foto. Dan denk ik bij mezelf: …nou ja, ik weet niet meer zo goed wat ik dacht, maar verdorie, wat heb ik genoten.