Toepcommissie krijgt kille ontvangst in parlement

Een hand.

MATAQUINTOS – De nieuwe toepcommissaris Marco Ruteño heeft dinsdag in zijn toepverklaring de oppositie de hand gereikt, maar die weigerde ‘aan afgelikte vingers te sabbelen.’

Ruteño’s positieve boodschap viel niet in goeden aarde. ‘Ja, we gaan in veel opzichten moeilijke tijden tegemoet, maar er is geen reden bij de pakken neer te zitten.’ Zijn plannen – bezuinigen op het aantal kipknotsen en flessen tequila per toepende parlementariër – kregen echter het commentaar ‘zielloos’ (Socialisten) en ‘een kil verhaal’ (Tequilapartij).

Er vond een korte aanvaring plaats tussen Alessandro Pekin van de Extreem Gematigde Partij (1 zetel) en de rechtse Paco Tornado (PPP). De laatste herinnerde Pekin aan diens dreigement ‘hem naar Bolivia te peren’ als Tornado ook maar één potje zou mogen toepen. ‘Nou, ik ben bereid vanavond nog te helpen uw koffer te pakken.’ Daarop liep Pekin de debatzaal uit. ‘Kijk,’ riep Tornado hem na, ‘de gematigde enerzijds-anderzijdselite staat huilie huilie te doen op de gang.’
Pekin rende terug de zaal in en brulde: ‘Ik heb jullie toch niets gedaan?’

Interview: Arbeidsethos in de tinmijn van Mexitexibambo

De tinmijn van Mexitexibambo

MEXITEXIBAMBO – Over de arbeidsomstandigheden in Zuid-Amerikaanse mijnen is genoeg bekend: die zijn slecht. Maar hoe staat het met het arbeidsethos? Een gesprek met Florente F. Farfalle, directeur van een tinmijn bij Mexitexibambo.

Door Jens Mikkelsen

Meneer Farfalle, over het arbeidsethos van de Managuayanen doen allerlei clichés de ronde. Ze zouden lui zijn, niet productief, de siësta duurt van negen tot vijf…
Dat is al lang niet meer zo. Ook Managuay heeft zich aangepast aan de moderne tijd: onze siësta’s duren inmiddels van tien tot vier. En tussen negen en tien pauzeren wij geen moment, kan ik u zeggen.

Wat gebeurt er dan in dat ene uur?
Al het noodzakelijke: iedereen goedemorgen wensen, post beantwoorden, en overleggen in welk restaurant we onze siësta gaan houden.

Ik had het eigenlijk niet over de mensen op dit kantoor. Ik bedoelde de mijnwerkers in de schacht.
O, die! Hahaha. Dat wist ik wel. Nee, daar wordt keihard gewerkt, daar kunt u gerust op zijn.

Wie controleert dat?
Nou, ik niet, in ieder geval. Ziet u mij al in zo’n vieze mijnlift stappen? Ik heb net nieuwe schoenen, moet u zien. Echt kalfsleer, uit Argentinië, je moet ze goed inlopen, zei mijn schoenmaker, en…

Wie controleert de mijnwerkers dan wel?
Daar hebben wij Pablo voor, en Nuño. Twee keer per dag gaan zij de mijn in om de arbeidsproductiviteit op peil te houden.

Hoe doen zij dat?
Op verschillende manieren. Op de eerste plaats maken ze de slaapkoppen wakker, natuurlijk. En ze pakken dobbelstenen en kaarten af van de mannen die aan het spelen zijn. En vrijende paartjes sporen ze op. Dat laatste is nog best gevaarlijk werk, want die verstoppen zich natuurlijk graag in donkere nissen en zo. Nee, onze controleurs zijn dappere mannen, en deze mijn is erg productief, schrijft u dat maar op. Lezen onze investeerders dit?

Straft u in zulke gevallen? Mogen arbeiders die u betrapt op verzuim bijvoorbeeld pas later naar huis?
Naar huis? Bijna niemand gaat naar huis. Onze mijnwerkers slapen met zijn allen in lege lorries, heel gezellig. En efficiënt.

Maar hoe zit het dan met hun gezinsleven?
Ach, westerlingen denken altijd dat arbeiders als slaven worden behandeld hier, maar iedereen mag gewoon trouwen en kinderen krijgen, hoor.

Dus als een van uw mijnwerkers vader wordt, mag hij bij de geboorte aanwezig zijn?
Uiteraard. Wij zijn geen onmensen. De regel is: echtgenotes kunnen baren in de schacht, zolang op het product en de werkmaterialen maar geen bloed achterblijft.

Het klinkt als een hard leven.
Onze werknemers zijn erg tevreden. Ze richten hun bestaan in naar de mijn.

Soms maken ze hele kunstwerken om het ondergronds op te vrolijken, begrijp ik. 
Inderdaad. Pure werkweigering. En ongelooflijk hoeveel tijd en geld het kost om die dingen weer te vernietigen en af te voeren.

Tijd is geld.
Absoluut. Maar als u mij nu excuseert: het is half elf en de afdeling zit al lang aan de burrito’s.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: De ‘Nueva Ola’

Kapitein Alzafarra, net na het vernemen van de verstikkende maatregel

‘Pero… ¡¿por qué?!’ Ingehouden adem bij een cruciale scène in de film Océanos ilimitados (Onbegrensde oceanen, 1994). Kapitein Alzafarra, gezaghebber op een cruiseschip, krijgt te horen dat het gekneveld overboord gooien van lastige passagiers voortaan beperkt wordt tot tien personen per keer – de film geldt als een aanklacht tegen de betuttelende bureaucratie. En zo voelt hij ook – tenminste, als je even vergeet dat de acteur die Alzafarra speelt een broodje reuzel eet.

De Nueva Ola – of ‘Nieuwe Golf’ – in de Managuayaanse cinema liet zich kenmerken door een extensief gebruik van amateurs. Begin jaren negentig kregen filmmakers genoeg van de arrogantie die veel acteurs en actrices in die dagen kenmerkte. De druppel vormde een declaratie van diva Jeanette Crespo Mendoza in 1991: 87.000 dollar voor drie dagen in het Bellagio Hotel in Las Vegas, inclusief champagnebaden, casinofiches en een masseur voor haar chihuahua. En dat voor een cameo van dertig seconden met als enige tekst: ‘Deze tortilla’s maken me dorstig.’

Manolo Pipón, de regisseur van Océanos ilimitados, was de eerste om te breken met het acteursgilde: zijn vrienden en bekenden improviseerden vrijuit op een cruiseschip. Niet veel later liet César Núñez zeven achterneven naakt over de pampa’s rennen met als enige regieaanwijzing: ‘hoopvol kijken’. De cast van Piñata 5 (Cesaria van Buren, 1996) doolde maanden door een mangrovebos, op zoek naar eetbaar fruit – het werd een kaskraker. Overigens zetten de cineasten zelfs voor promotie en marketing amateurs in, wat ertoe leidde dat vrijwel geen enkele Nueva Ola-film uiteindelijk de bioscoop haalde.

Op het cruiseschip van Alzafarra stijgt de spanning intussen tot het kookpunt. Sidderend van woede laat de kapitein de scène eindigen met de onvergetelijke woorden: ‘Maar dit schip is mijn leven! Het heet niet voor niets… godver, wat is de naam van dit kloteschip ook weer?’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Foto Persbureau Managuay

Alfonso Mango (3)

De Managuayaanse superspion Alfonso Mango, bijgenaamd ‘het camouflagemirakel’, kreeg in 2007 de opdracht om een verdachte, westerse rugzaktoeriste te observeren. Mango verkeerde in die tijd in zijn etalageperiode (twee maanden eerder had hij in hartje Mataquintos nog de gedaante van een rek t-shirts aangenomen) en koos voor de façade van een paspop.

Voorzien van een zwarte pruik en dameskleding nam hij, als zijn creatie ‘Conchita, hoer van de jungle’, plaats op een stoel in het hostel van de toeriste om op de hoogte te komen van haar westerse samenzweringen.
Overigens liep Mango na de klus, bij het losbikken van de laag glanzende vernis, een nare schaafwond op aan zijn scheenbeen die hem een week aan het bed heeft gekluisterd.

Foto Martina Casafresno

1504: Francesc de Manresa


In 1504 voer de Catalaanse ontdekkingsreiziger Francesc de Manresa met zeven schepen de haven van Cadiz uit. Twee dagen later kwam hij terug om zijn kapitein op te halen, en toen begon zijn missie pas echt: het openen van een zeeroute naar Indië via de Zuidpool.

De Manresa’s vloot raakte vier maal buiten koers, maar een jaar later was het zover: land! De sneeuw was geler dan hij gedacht had, en de begroeiing hoger, maar desalniettemin schreef De Manresa opgewonden in zijn logboek: ‘Zuidpool gevonden. Nederzetting gesticht: Manresa-stad.’ Tegenwoordig noemen we die nederzetting Rio de Janeiro.
Er zijn meer aanwijzingen dat De Manresa, die vastbesloten was ijs, iglo’s en sneeuwstormen aan te treffen, de Zuid-Amerikaanse jungle compleet heeft genegeerd. Ook nadat hij met zijn bemanning het binnenland introk, hield hij zijn logboek bij, waarin hij melding maakt van ‘pinguïns’ (brulapen), ‘een enorm wak’ (het Titicaca-meer) en ‘onderkoeling’ (waarschijnlijk een zonnesteek). Uiteindelijk streek De Manresa verbitterd neer in het huidige Managuay, in een bocht van de Rio Pimpo, vlakbij een indianennederzetting waarvan hij de inwoners tot aan zijn dood ‘ijsberen’ zou blijven noemen.*
* Extra tragisch: ijsberen komen niet voor op de Zuidpool, maar op de Noordpool

Dood Nederlandse guerillastrijdster ‘vrijwel zeker’

De groenteburger van McDonald’s

LA LIBERTINA – Lobke Velstra, die als guerrilla met de antikapitalistische rebellen in Managuay strijdt, is mogelijk overleden. Ze zou zijn omgekomen bij een aanslag in McDonald’s.

Dat zegt mensenrechtenorganisatie Eigen Kinderen Eerst in La Libertina. ‘Het is zeer waarschijnlijk dat Lobke onder de slachtoffers zit,’ zegt een woordvoerster van de organisatie. ‘Zij was bijna negen jaar actief bij rebellenbeweging De Oplichtende Pad en permanent bij commandant Eduardo Nuñez Parlando, bijgenaamd ‘Apie’.’

Nuñez Parlando werd vorige week getroffen door een regeringsbombardement op de vestiging van McDonald’s in het kamp van de rebellen. Hoewel De Oplichtende Pad streeft naar een communistisch-maoïstische samenleving, heeft zij McDonald’s toegang verleend tot haar kamp vanwege ‘het latente socialisme’ dat de kleur rood zou uitstralen. Een bijkomende reden zou zijn dat rebellenleider Fernando Sapo een groot fan is van de McDonald’s-groenteburger.

Weer geen nieuw wapenakkoord Managuay en Paraguay


ASUNCIÓN – Managuay en Paraguay hebben weer geen overeenstemming bereikt over de vermindering van hun arsenaal van strategische wapens. Paraguay beëindigde de zeventiende gespreksronde toen de afgevaardigde uit Managuay klaagde over het geserveerde broodje cavia.

De twee Zuid-Amerikaanse landen praten al decennia over wapenvermindering. Paraguay, in het verleden al diverse malen door Managuay binnengevallen, vreest de Managuayaanse overproductie van mosterdgas, het zogenaamde ‘mosterdgasmeer’. Dit is overigens geen fictief meer, maar een bestaande plas met een inhoud van 12.000 kubieke kilometer, niet ver van de Paraguayaanse hoofdstad Asunción (foto).

Managuay, dat al verschillende keren door Paraguay is gebombardeerd, eist op zijn beurt een inkrimping van de Paraguayaanse jeukpoederindustrie. De ‘jeukpoederberg’ is een stevig aangestampte massa aan de grens met Managuay die bij een bepaalde zonnestand een slagschaduw werpt over Managuays oostelijke provincie. Bij een bepaalde windrichting veroorzaakt hij een roodpaarse uitslag.

Partijen akkoord: toeptoernooi aanstaande

Laatste inspectie voor de workshop mango fermenteren van de Christelijke Partij

MATAQUINTOS – De Christelijke en Liberale partijen in het Managuayaanse parlement zijn het eens over de voorwaarden van een gezamenlijk toeptoernooi. De extreem-rechtse PPP gaat de stand bijhouden.

‘Ik ben hier heel enthousiast over,’ glunderde de Liberale leider Marco Ruteño gisteravond. ‘Heel veel mensen kunnen hier hun vingers bij aflikken. Sterker nog: ik heb zelfs de vingers van Paco hier al afgelikt.’ Paco Tornado, leider van de PPP (Partij voor Paco) komt door het akkoord in een spilpositie terecht: niet alleen mag hij toekijkende parlementariërs van andere partijen wegslaan, ook bepaalt hij welke potjes geldig zijn en welke niet, en of er mag worden overgetoept.

Overigens moet de Christelijke Partij aanstaande zaterdag tijdens een partijborrel nog zijn zegen geven aan het akkoord. De reden dat het zo uitzonderlijk lang duurt voor de Christelijken gezamenlijk naar de fles grijpen, is de partijplanning van deze week: de reeds ingeroosterde rumstokerijvisite, lamabarbecue en workshop mango fermenteren konden niet worden afgezegd.

Speciale eenheid: de Varkenssnuitskunks

De Patagonische varkenssnuitskunk, symbool van de Managuayaanse elitetroepen

Het uitschakelen van Osama bin Laden door ‘special forces’ van de Navy Seals maakt nieuwsgierig naar de elitetroepen van Managuay. Over winderigheid, groepsknuppelen en de F-side van Feyenoord.

NAAM: Zoals in Navy Seals het woord ‘zeehonden’ zit, zo heeft ook Managuay zijn elite-eenheid naar een dier genoemd. De speciale commando’s van de militaire junta heten de Varkenssnuitskunks (Los Zorrinos).

OORSPRONG: De Varkenssnuitskunks werden in 1962 opgericht onder generaal Fabio Flabendas. De naam werd bedacht door zijn ondergeschikten. Niet om de vasthoudendheid te eren waarmee varkenssnuitskunks naar voedsel wroeten, maar vanwege de scherpe geur die hun anale klieren produceren (Flabendas leed aan ernstige winderigheid).

OPLEIDING: 60 procent van de militairen die de keiharde opleiding tot Varkenssnuitskunk volgen, haakt af. De militairen worden getraind in typisch Managuayaanse vechttechnieken als de-vijand-onder-tafel-drinken, met-zijn-twaalven-een-nietsvermoedende-burger-in-elkaar-knuppelen en met-een-tank-op-een-sloppenwijk-inrijden.

WERKWIJZE: De Varkenssnuitskunks opereren in principe in kleine, flexibele groepen die snel op terroristische bedreigingen kunnen reageren. Maar meestal zijn ze dronken.

EERDERE WAPENFEITEN: De Varkenssnuitskunks waren onder meer actief in voormalig Joegoslavië, Colombia en de F-side van Feyenoord. Volgens experts echter is ook de onverhoopte democratisering van het Zuid-Amerikaanse continent hun fout geweest.

‘Kadhafi lijkt op tiran Managuay’

Julio Borelli, professor in de Managuayaanse geschiedenis, met een voorwerp

MATAQUINTOS – Nu de Libische leider Kadhafi voor de tweede maal een staakt-het-vuren heeft afgekondigd dat niemand serieus neemt, dringen de parallellen met de geschiedenis van Managuay zich op.

Volgens Julio Borelli, professor Managuayaanse geschiedenis aan de Militaire Universiteit van Mataquintos (MUM), handelt Kadhafi precies als Bernardo Benzeen, tiran van Managuay in 1876.

Meneer Borelli, Muammar Kadhafi heerst al 41 jaar over zijn land, Bernardo Benzeen deed dat amper vier maanden. Waar zit de overeenkomst?
Kadhafi riep vorige week een staakt-het-vuren uit en reed vervolgens met tanks Benghazi binnen. Dat soort streken – kostelijk, vind ik – haalde Benzeen constant uit.

U roemt ook de moed van beiden.
Ja, dat klopt. Kadhafi vecht nu in zijn eentje tegen het Westen, tenslotte. Al gebeurt dat tegen zijn zin. Wat dat betreft was onze Benzeen een échte durfal.

Want?
Benzeen verklaarde op zijn eerste dag als president aan elf landen de oorlog. Heerlijk.

Is dat dapper?
Niet alleen dapper, ook kranzinnig. Een van die landen was Ghana. Dat grensde niet eens aan Managuay, in die tijd.

Nu toch ook niet?
Gaat u muggenziften?

Managuay verloor door die oorlog toch een groot deel van zijn grondgebied?
Dat overkwam die Hitler van u toch ook?

Waarom zegt u ‘die Hitler van u’?
U komt toch uit Europa?

Niet heel Europa was toch voor Hitler?
Zegt u voortaan alles in vragende vorm?

Ik interview u toch? Bent u een spelletje aan het spelen?
Denkt u soms dat ik dit niet kan winnen?

Wát winnen?
U formuleert toch alles in een vraag?

Als dat zo is, gaat dat per ongeluk. Ik wil gewoon…
Ha ha! Ik heb gewonnen!

Wat doet u kinderachtig.
Wat doet u kinderachtig.

Praat u mij nu na?
Praat u mij nu na?

Ik ga weg.
Nee, niet doen! Ik heb een verzameling orthodontische instrumenten die ik u wil laten zien!

—
Noot aan de hoofdredactie, niet voor publicatie:
P.S. Roger, die verzameling had jij ook echt vet gevonden! We moeten echt een eens terug naar die gast! Mzzl!