Sneeuw legt West-Managuay lam


CHUCO – In het hooggebergte van West-Managuay is grote verkeersoverlast ontstaan door storm. De toegangswegen naar Chuco zijn de afgelopen nacht volledig bedekt met wit poeder. Cocaïnebaron Adalberto Silencioso is dan ook furieus.

Silencioso runt een van de grootste cocaraffinaderijen van het land. Hoewel zijn bedrijf Coca Loca ook onschuldige thee van cocabladeren maakt, bestaat 99% van de productie uit cocaïne, die buiten in grote hopen ligt te wachten op de export. Het dekzeil op deze hopen werd door de storm deels weggeblazen, waardoor een geschatte hoeveelheid van 750 kilo poeder in de omgeving van Chuco terechtkwam. Silencioso noemde het klimaat vanochtend ‘een vuile dief die geen bescherming verdient, ik bedoel, het betaalt sowieso geen beschermingsgeld.’
Het incident leverde Chuco een recordfile op van 900 meter, waardoor de langslepende discussie over een rondweg opnieuw is opgelaaid.

Etappe 11: Urinekanon ingezet tegen wielerploeg

Mark Cavendish overkwam woensdag in de Ronde van Frankrijk iets soortgelijks

MATAQUINTOS – Het Managuayaanse leger heeft gisteren tijdens de elfde etappe van de Ronde van Managuay een urinekanon ingezet tegen een van de kansrijkste wielerploegen.

De militairen spraken van een ‘nieuwe verfrissingsmethode, in Europa zeer gangbaar.’ Daarmee verwezen zij naar het incident rond Mark Cavendish, die eerder die dag in de Tour de France met urine werd besproeid. Het leger had zich woensdag met een kanon opgesteld in een haarspeldbocht in de Andes en wachtte totdat de kopmannen van de eigen ploeg, Team Ejército, waren gepasseerd. Daarna vuurde het 27 liter aan menselijke afvalvloeistoffen af op het aanstormende Team GlaxoSmithKline. Er vielen geen doden, maar lokale wasserettes draaiden overuren.

De voorzitter van de Managuayaanse wielerbond, Sancho Merckx Caudillo, deed de aanval af als ‘couleur locale’. ‘Het is de charme van de wielersport dat het publiek zo dichtbij zijn helden kan komen. Dan moet je niet zeuren als je eens iets naar je hoofd krijgt, ook niet als het een beetje vocht is.’ Het gebruikte kanon wordt normaliter ingezet om demonstraties van meer dan 50.000 mensen uiteen te slaan.

Overig nieuws uit La Ronda:
De nieuwelingen van Team Taco, ook wel ‘het obesitasteam’ genoemd, hebben inmiddels een onoverbrugbare achterstand van zeventien uur en dertien minuten opgelopen op de huidige nummer één, luitenant Francisco Dupont van Team Ejército. Zij hebben vrijwel al die uren doorgebracht in vestigingen van El Pollo Loco, hun favoriete kipknotsrestaurant.

RONDkijken
Etappe 12: Quetziquetzicango–Pirañas (97 km)

De etappe van donderdag is één grote afdaling: van de Andes naar de jungle. Wie zich afvraagt wat die leuke prehistorische heuveltjes onderaan de hellingen op zo’n vijf km voor de finish in Parañas zijn, moet zijn historische antenne iets bijstellen: het zijn de restanten van een zestigtal renners uit La Ronda de Managuay van 2011, bijeengeveegd door het bedrijf dat de vangrail had moeten plaatsen.

Bevel: kolonel wordt prins carnaval

De carnavalsprins 2011 van Roipoipú, kolonel Gustavo I

ROIPOIPÚ – De carnavalsvereniging van Roipoipú heeft afgelopen zaterdag, onder dwang, een kolonel benoemd tot prins carnaval. Bij de saluutschoten vielen slechts twee doden.

Anonieme bronnen melden dat de regering-Jamón, nerveus geworden door de demonstraties van de afgelopen weken, de benoeming erdoor heeft gedrukt, tegen alle tradities in. De toeristensector vreest een debacle nu de kolonel, Gustavo Dolores, weigert om zijn sambawagen te bestijgen en iedereen met serpentines heeft gedreigd ‘neer te slaan als een Palestijnse stenengooier’. De oorspronkelijke prins, Rodolfo II, is in tranen, en in de gevangenis.

Het carnaval van Roipoipú, in het jungleachtige noorden van Managuay, is wereldberoemd. Voor een half miljoen stedelingen en toeristen begint op zondag 6 maart weer het feest dat wordt gekenmerkt door samba, verentooien en ongewenste tienerzwangerschappen.

Het carnavalslied van 2011 is wel gekozen: ‘Kom eens kijken bij onze dochter’, van Los 3 Pimpos.

Muziek in een bananenrepubliek (2)

Elke maand doet correspondent Joris Mikkelsen – het kleine neefje van Jens – verslag van een muziekfestival in Managuay, de Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek.

Festival: Festival del Mundo
Beoordeling: *****

Serge
Het gekreun van ‘Je t’aime… moi non plus’ galmt door de tent. Het is plakkerig heet en de slowende stelletjes kruipen nog dichter tegen elkaar. Op het podium, onder het rood-wit-blauw van de Franse vlag, steekt de legendarische Serge Gainsbourg een lange, donkerrode tong in de mond van Jane Birkin. ‘Wat heeft Serge Gainsbourg een grote snor,’ fluister ik tegen Jens. ‘Dat is Serge Gainsbourg niet,’ fluistert hij terug. ‘Dat is Conchita Sánchez, een actrice, en die is juist beroemd om haar snor.’

Welkom in Managuay, een vergeten uithoek van Zuid-Amerika waar niets is wat het lijkt, al was het maar omdat er geen geld is om het te betalen. Ik ben op het Festival del Mundo met mijn neef Jens, die hier als freelance correspondent werkt en die ik mag helpen met festivalverslagen voor VICE. Het Festival del Mundo biedt de Managuayanen een blik op de wereld, zo heet het, en dat is een goede zaak. Van Latijns-Amerikaanse gastvrijheid heb ik bij de ingangscontroles namelijk weinig gemerkt – waarschijnlijk omdat ze door militairen werden uitgevoerd. Het beeld van Jens, in buikligging op een tafel terwijl zo’n soldado hem met een wapenstok examineert, zal ik niet licht vergeten. ‘Een rectale controle is hier niks bijzonders,’ riep Jens nog, de moed erin houdend. ‘Maar rubberen wapenstokken in plaats van houten, dat is echt luxe.’ Hij stak zowaar zijn duim op.

Eenmaal op het terrein is er muziek, er is drank, mensen liggen chillend op de grond – wat dat betreft onderscheidt het Festival del Mundo zich niet van een doodgewone Managuayaanse straat. Maar die landenpaviljoens! Als eerste betreden we dat van Duitsland. Eén gigantisch Oktoberfest. Alleen: circa 1935. Alle mannen zijn blond en geüniformeerd. ‘Jens!’ sis ik aan de tap. ‘Het lijken goddomme wel nazi’s!’ Jens slaat snel een wijsvinger voor zijn mond. ‘Zeg dat woord niet.’ Hij schuift me een stenen kruik met bier toe. ‘Het zijn hun nakomelingen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Managuay tienduizenden foute Duitsers met open armen ontvangen. Dit is hun… cultuur.’ Opeens barsten de drie Oberscharführer naast ons uit in een brullend gelach. Ze slaan hun bierpullen tegen elkaar. ‘Ha-ha-ha-Hitler!’

Nepfransen, nepnazi’s: het mag duidelijk dat het Festival del Mundo meer over Managuay zegt dan over de rest van de wereld. De ‘Franse baguette’ in de snackbar? Een uitgerekte burrito. Engelbert Humperdinck in de Engelse tent? A guy named José met bejaardenschmink. Afijn, alles went. Met vlag en wimpel slaag ik voor mijn inburgeringscursus als we het terrein verlaten. De soldaat die Jens fouilleerde, kijkt ons vragend aan en wijst op zijn wapenstok. ‘No gracias,’ zeg ik, en we lopen door.

Vanwege de Managuayaanse totaalervaring krijgt het Festival del Mundo: vijf sterren.

Adios!

Joris

Dit verslag stond eerder op VICE.com. Volg daar de avonturen van Joris Mikkelsen deze zomer. Of op deze website.


Zie ook:

Muziek in een bananenrepubliek (1)

Foto Ronaldo Santana

Boskalis: ‘Managuay wil Eyjafjallajökull’


PAPENDRECHT – Baggerbedrijf Boskalis gaat wellicht de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull naar Zuid-Amerika verslepen. Volgens topman Peter Berdowski is Managuay onder de indruk van de vulkaan. ‘Zo’n aswolk willen ze daar ook.’

De militair-democratische republiek is gecharmeerd van de aswolk, die in grote delen van Noord- en West-Europa het vliegverkeer heeft lamgelegd. ‘Op dit moment hebben ze alleen een dam waarmee ze Paraguay gedeeltelijk onder water kunnen zetten,’ vertelt Berdowski na een telefonisch onderhoud met Managuayaanse ambtenaren. ‘Maar zo’n junta is natuurlijk altijd op zoek naar meer.’
Technisch en logistiek is de operatie volgens de baggeraar geen probleem. ‘Die vulkaan ligt helemaal in het zuiden van IJsland. Kwestie van goed boortje kiezen en dan hak, hak, hak. Daarna hijs je ‘m op een zwembandje, wel redelijk groot denk ik, en dan is het van tuf, tuf, tuf.’
Toen uw verslaggever meldde dat Managuay geen zeehaven heeft, werd hij ‘een linkse zeikerd’ genoemd en op straat gezet.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: El Aire Libre

50 Peso (r) en Lil’ Carmen

Op het podium wijzen vier mannen naar hun kruis. ‘Es un chihuahua en tu bolsillo?’ De menigte begint te blaffen. ‘O te gusta encontrarme?’ Een luid gejuich stijgt op, een daverende beat zet in. Boyband Los Cojones is de onbetwiste smaakmaker van muziekfestival El Aire Libre, niet in het minst dankzij hun hit ‘Is dat een chihuahua in je broekzak (of ben je gewoon blij me te zien)?’

El Aire Libre: wat in 1972 begon als een eenmalige hippiehappening is uitgegroeid tot een driedaags evenement en een vrijplaats in Managuay, de laatste militaire dictatuur van Zuid-Amerika. Qua sfeer is het Lowlands, qua muziek is het Pinkpop, qua drankgebruik is het het Oktoberfest – maar dan met zelfgestookte tequila in plaats van bier. ‘Natuurlijk kun je het zonder alcohol ook leuk hebben,’ zegt Marta (20), die bij haar tent op de festivalcamping tabasco druppelt in een weckpot met gefermenteerde lamamelk. ‘Maar niet hier.’ Haar vriendin Andrea (22) biedt twee patrouillerende militairen een slok rum aan, die ze gretig aanvaarden. ‘Je moet die gasten te vriend houden,’ zegt ze later. ‘Voor je het weet, liggen ze je in een bunker te toucheren.’ In de verte klinken de tonen van hiphopkleuters 50 Peso en Lil’ Carmen: ‘No estoy tu bitch, papá.’

Zo gemoedelijk als de eerste dag van El Aire Libre verloopt, zo dramatisch is de avond. Zoals gevreesd zorgt het optreden van Raúl, een singer-songwriter met regeringskritische teksten, voor reuring. Al na één lied neemt de zanger het woord ‘mensenrechten’ in de mond, waarop – vanuit het niets – vier militairen op het podium springen. Raúl stuift weg, chaos breekt uit. Onder gegil van het publiek wordt de rennende zanger met een elektrische stok bewerkt, terwijl een van de militairen roept: ‘Doorlopen, hier is niets te zien!’

El Aire Libre: Managuay op zijn puurst.
Noud Nijssen

Foto Lota del Horno


Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Carnaval

De raaf op de staaf

‘Vuela! Vuela!’ Vingers wijzen naar een pikzwarte raaf die fladdert boven het plein van Roipoipú. Hij vliegt! Verbaasd staart de vogel terug. Dit is het moment waarop Buli (17) heeft gewacht. Hij wurmt zich door de menigte, trekt zijn speer, en dan – één welgemikte stoot, één krijs – zit de raaf op de staaf. De massa juicht: ‘Doop de raaf!’

Roipoipú leeft voor carnaval, en een van de iconen van het volksfeest is El Cuervo Mojado: de Natte Raaf. Al sinds 1872 wordt jaarlijks een jongen uitverkoren om een levende raaf te spietsen, waarna prins carnaval het dier doopt met tequila. Een zuiveringsritueel, want raven staan in Managuay bekend als dragers van boze geesten.

Het is echter de vraag hoe prins Gustavo III ermee zal omgaan. Toen hij twee jaar geleden de dode vogel in het gezicht geduwd kreeg, raakte hij volledig in paniek en begon erop in te beuken met de bijbehorende fles tequila, al krijsende: ‘Gaat heen, Beëlzebub!’ Het was de Roipoipuyos in één klap duidelijk dat zij in Gustavo geen groot carnavalsliefhebber hadden gevonden.

Gustavo is dan ook door de militaire junta benoemd. Als spion, maar het kan ook een grap zijn geweest. Eerder stelde generaal Jamón een sergeant met smetvrees aan tot zijn persoonlijke billenveger en kreeg een vegetarische lichtmatroos de leiding over een all-you-can-eat-steakrestaurant. Nogal wiedes dat geheelonthouder Gustavo zich niet prettig voelt in het losbandige Roipoipú. De stad staat bekend om haar op straat hangende massa’s die zich te buiten gaan aan seks, muziek en alcohol. En dan hebben we het over Kerstmis.

Buli zit op de klinkers van het plein. Zonder speer: die maakt een ronde door de stad. Heeft hij vaak geoefend met gooien? ‘Drie maanden lang, elke dag,’ lacht Buli. ‘Langer kon niet. Er is geen huisdier meer over in mijn straat.
Noud Nijssen

Foto Leonardo Giacobbe

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Parlementariër (PPP) heeft verleden vol agressie

Parlementslid Enrique Lúkach, portefeuille: sociale zekerheid en kinderopvang

MATAQUINTOS – Het woensdag in opspraak geraakte PPP-parlementslid Enrique Lúkach heeft in 2007 gedreigd onverwerkt uranium in de auto van zijn buren te dumpen. Dit waren loze woorden, totdat Lúkach conciërge werd van de kerncentrale bij Jerónimos.

Woensdag kwam al naar buiten dat Lúkach in 2005 een 72-jarige brievenbus vol zoutzuur naar de keel zou hebben gevlogen, waarvoor hij door de politie is gearresteerd. Opmerkelijk, want de tweede assistente van de plaatselijke vice-korpsbeheerder is een achternicht van Lúkach’ voormalige werkster, en in zaken met een dergelijke nauwe verwantschap knijpen de Managuayaanse autoriteiten gewoonlijk een oogje dicht.

De leider van de PPP, Paco Tornado, heeft gezegd de zaak ’tot op de bodem uit te zoeken’, maar voegde eraan toe dat ‘iedereen wel eens iemand het ziekenhuis in slaat, dus laten we in jezusnaam niet zo verkrampt doen met z’n allen.’

Na zaak-Yunus weer rel om pleegkind

De populairste tequila van Managuay:
Conservo, in blikken van een halve liter


LA LIBERTINA – Het debat over de pleegzorg heeft zich uitgebreid naar Managuay in Zuid-Amerika. Daar is een vijfjarig jongetje in een pleeggezin geplaatst waar men rum drinkt, terwijl zijn biologische ouders juist verslaafd zijn aan tequila.

In een televisie-uitzending waren afgelopen zondag de biologische ouders te zien van Manu, die al vier jaar van huis is. Zijn moeder deed een emotionele oproep om hem terug te krijgen. ‘Wij zijn tequilamensen, met andere normen en waarden. Hoe zou jij je voelen als je zoon door rumdrinkers werd opgevoed?’ Toen de verslaggever antwoordde dat hem dat niet zoveel uitmaakte omdat hij vooral een veilig thuis wenste voor zijn kind, sloeg Manu’s vader hem tegen de grond. ‘Een veilig thuis in je gezicht,’ brulde deze.

Komende donderdag bezoekt de directeur van de grootste tequilafabriek van Managuay het staatshoofd. Verwacht wordt dat hij de zaak zal aankaarten. Het Inspraakorgaan Tequiladrinkers benadrukt ondertussen dat de voorkeur voor rum ‘niet het issue’ is, maar ‘het verschil in culturele achtergrond’ tussen het biologische en het pleeggezin. Voorzitter Manuela Redondo: ‘Het gaat ons om de mismatch. Maar dat ze geopende rumflessen in elkaars mond steken, is natuurlijk onbeschrijflijk goor.’

Met de kwestie-Manu is de eeuwenoude strijd tussen rum- en tequiladrinkers in Managuay weer hoog opgelopen. De Managuayaanse publieke opinie eist dat minstens één vertegenwoordiger van zowel de rumdrinkers als de tequiladrinkers wordt opgeknoopt. Maar ja, de publieke opinie is dronken.

‘Val Srebrenica inderdaad schuld van homo’s’


PUERTO PETRÓLEO – In navolging van de Amerikaanse generaal Shaheen heeft nu ook een Managuayaanse generaal de val van Srebrenica aan Nederlandse homosoldaten toegeschreven. Generaal Gwendolino Moritz wijt tevens het bombardement van Dresden aan ‘de aanwezigheid van vegetariërs.’

Moritz, een van de weinige generaals in Managuay die geen kabinetslid is, deed de uitspraken zondag vanaf de marinebasis in Puerto Petróleo, gelegen aan de oever van Lago Petróleo, Managuays grootste natuurreservaat en centrum van de petrochemische industrie. Moritz staat een ‘zuiver’ nationaal leger voor, ‘zonder vrouwen, klompvoeten of diabetici.’
Gevraagd naar zijn visie op andere gebeurtenissen in de geschiedenis noemde generaal Moritz de uitroeiing van Indianen in de VS ‘het gevolg van luiheid’, het uitbreken van de Russische Revolutie het werk van ‘lilliputters met een hazenlip’ en het uiteendrijven van supercontinent Pangea de schuld van ‘dinosauriërs met een voorliefde voor swing jazz.’ (afbeelding)
De uitspraken van generaal Moritz hebben geen opschudding veroorzaakt.

Couleur locale: Avenida José Clarentín

De Avenida José Clarentín is een van de opwindendste straten van junglehoofdstad La Libertina. Beroemde criminelen als Mañuel Barreño werden er vermoord, diva’s als Alessandra Lamangiattore liepen er syfilis op en ook vandaag is het een hectisch komen en gaan van kunstenaars, sjacheraars en officieren met banden in de onderwereld.
De straat op de foto is de Calle Yanan Manca.