Ook rel in Managuay om ‘Sint’

Zoals elk jaar barst ook in Managuay de discussie los over de plaatselijke ‘Sinterklaas’. Alleen: deze Sint-Cerberus mishandelt kleuters en laat niet eens een cadeautje achter.

We belden met Patrick M’fofo, Zuid-Amerika-specialist van het Meertens Instituut voor Volkenkunde:

Wat zijn de overeenkomsten tussen onze Sinterklaas en Sint-Cerberus?
Ze zijn allebei geïnspireerd op christelijke heiligen, compleet met mijter, mantel en staf. En ze hebben hulpjes: bij ons Zwarte Piet, bij hen Pedro el Negro.

En de verschillen?
Zwarte Piet heeft een roe, Pedro el Negro gebruikt pepperspray.

Pepperspray? En Sint-Cerberus is de goedheiligman die de kindertjes troost?
Troost? Zodra ze verblind zijn, krijgen ze de staf van Sint-Cerberus zelf er nog eens overheen.

Wat is eigenlijk de lol van deze vorm van kindermishandeling in Managuay?
Nou, de oom of neef die Sint-Cerberus speelt, heeft doorgaans een goede tijd. Maar die is dan ook dronken.

Dus iedereen is opgelucht als eind december Sint-Cerberus weer vertrekt?
Jazeker. Dan kunnen oom of neef weer, ongehinderd door die onhandige verkleedspullen, de kleintjes in elkaar rammen.

Bedankt voor dit gesprek.
Mag ik de groeten doen?

Pensioenen Managuay: tevredenheid alom

Adriana Moreno en haar dochter Jennifer

Ondanks het gerommel rond de pensioenen in Managuay is Adriana Moreno, een alleenstaande, werkende moeder uit de sloppen van Mataquintos, content met het resultaat dat de vakbeweging van haar beroepsgroep heeft bereikt. ‘Doorwerken tot mijn 78ste en dan krijg ik een geit. Daar kan ik een maand van eten.’ En daarna? ‘Terug de prostitutie in.’

De gemiddelde levensverwachting van vrouwen in Managuay bedraagt 59 jaar.

‘De politiek pakt echt door’

Harold van den Akker van vervoersbedrijf TMI (Transportes Managuayenses Internacionales):
‘Wat mij zo bevalt, is de bereidheid van de politiek om ook echt door te pakken. Toen wij een half jaar geleden in Mataquintos aankwamen om een dochterbedrijf op te zetten, zijn we meteen op het hoogste niveau geholpen. We konden voor 9 miljoen de transportfirma van de zoon van generaal Jamón overnemen, echt een prikkie. Bij de deal bedongen we bovendien 27 trucks, 3 hangars, 39 chauffeurs en 133 dwangarbeiders. Kom daar maar eens om in Nederland.’

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Alfonso Mango

Alfonso Mango tijdens een klus in Rio, 1984

Het jaarlijkse politiebal. Op het podium maant de korpschef van Mataquintos zijn collega’s tot kalmte. ‘Ik weet voor wie jullie zijn gekomen,’ roept hij. ‘Hij is de beste geheim agent aller tijden, en hij is weer bezig met een weergaloze undercoveractie: Alfonso Mango!’ Gebrul, pistoolschoten. Een agente komt aangetrippeld met een dienblad, waarop een baksteen ligt. ‘Helaas kan ik niet lang blijven,’ klinkt het uit de steen. ‘Ik zit midden in een onderzoek naar de vastgoedbranche.’

Alfonso Mango is een absolute superster in Managuay. De geheim agent, opgeleid door de Israëlische Mossad, staat erom bekend moeiteloos van gedaante te wisselen tussen mens, dier en gesteente. Zijn bijnaam: ‘het camouflagemirakel’. Mango’s werkgever, de gevreesde inlichtingendienst Seguridad, laat hem begaan – zolang hij zijn missies maar volbrengt. En trouwens, ze kunnen hem toch nooit vinden.

Het is zijn vrijgevochten stijl die Mango tot een volksheld maakt. Zijn werkwijze bestaat uit extreem doordachte camouflagetechnieken die hij tot het uiterste doorvoert. Tijdens een klus in Rio de Janeiro in 1984, bijvoorbeeld, presteerde Mango het om zó overtuigend in een hagedis te transformeren, dat hij 72 uur lang niets anders deed dan krekels eten en razendsnel zijn tong in en uit zijn mond te laten schieten. Dit laatste doet hij overigens nog steeds, tot irritatie van de caissières van zijn lokale supermarkt.

Na het optreden wordt Mango omringd door een schare jonge rechercheurs. ‘Goed, nog één verhaal dan,’ roept hij vanuit zijn steen. ‘Maar eerst: bier!’ De knaap die zijn dienblad vasthoudt, gooit hem in een volle pul. Als die weer leeg is, laat Mango een boer en loeit: ‘Sinds ik twintig uur per dag op een steiger lig, kan ik zuipen als een bouwvakker!’ De rechercheurs brullen het uit. De avond is voor Alfonso Mango, en hij is nog lang niet voorbij.
Roger Abrahams

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Foto María Luísa Corazón del Ángel

‘Nieuwe eigenaar Vitesse verwoestte club Managuay’

Merab Zjordania

SERPENTO – De Georgische zakenman Merab Zjordania, die maandag voetbalclub Vitesse kocht, heeft eerder een Managuayaanse club in chaos achtergelaten.

Dat zegt de huidige eigenaar van de bewuste club, Anaconda FC uit Serpento. Zjordania kwam in 2006 in beeld, vertelt Cornaldo Embrazo. ‘Hij had een zak met geld en een hoop praatjes. Hij beloofde de club binnen één jaar landskampioen te maken, dan zouden we in 2008 de Copa Libertadores winnen en in 2009 de wereldbeker voor clubs.’ In plaats daarvan haalde Zjordania al in 2007 de kas leeg en vertrok met de noorderzon. Twee dagen later kwam een deurwaarder het stadion ophalen.    

Zjordania heeft toegezegd Vitesse binnen drie jaar naar de eerste plek van de eredivisie te loodsen en daarna naar de Champions League.

Nationale vlag gered uit Braziliaanse waterval

Het minibusje met de Managuayaanse vlag op het dak

FOZ DO IGUAÇU – De officiële Managuayaanse vlag, die later deze maand in Utrecht te zien zal zijn, is dinsdag ternauwernood gered uit de Iguaçu-watervallen in Brazilië.

Dat blijkt uit geheime rapporten van de junta van Managuay, die in handen zijn van deze nieuwssite. Het militaire escorte dat de vlag vanuit de Zuid-Amerikaanse dictatuur naar Nederland brengt, stuitte volgens de rapporten ‘onverwachts’ op de watervallen, die de route naar Rio de Janeiro blokkeerden. Opmerkelijk, aangezien het complex in de rivier de Iguaçu uit circa 300 watervallen bestaat die zo’n 6,5 miljoen liter water de diepte in storten, en met een breedte van 2,7 kilometer groter is dan de Niagara-watervallen.

Desondanks – zo blijkt uit de rapporten – sprak de escorteleider op de oever de woorden: ‘Wij laten ons door een beek niet tegenhouden.’ Vervolgens gaf hij zijn mannen de opdracht de vlag al zwemmend naar de overkant te brengen. De vijf zwemmers zijn inmiddels geborgen en vervangen.

Het vernieuwde escorte heeft donderdag de oversteek gewaagd op een veerboot, in een minibusje. De verwachting is dat de Managuayaanse vlag komend weekeinde in Rio de Janeiro zal aankomen, waar de boot naar Rotterdam wacht. Op 17 mei moet het doek aanwezig zijn op de presentatie van Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek, een propagandaboek waarmee de militaire junta rijke, Nederlandse toeristen naar Zuid-Amerika wil lokken.

Of het escorte ook Miss Managuay vervoert, zoals sommigen beweren, is niet bekend.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: De Varkenssnuitskunks

De Patagonische varkenssnuitskunk

Luid wiekend zweeft de helikopter boven de Araná. De maan glinstert in het wateroppervlak. Vijf tot de tanden toe bewapende mannen springen op de oever – ‘Ándale! Ándale!’ – en jagen door de wirwar van straten en steegjes in de hoofdstad. Bij Enrique’s Enchilada’s houdt de eenheid halt. De voorste man kijkt om, zet dan zijn rechterlaars met kracht tegen de deur. Krak!

Zoals de Verenigde Staten de Navy SEALs hebben, beschikt ook de militaire junta van Managuay over haar eigen elitetroepen. Deze fuerza de operaciones especiales werd in 1962 opgericht door de toenmalige dictator van het land, generaal Fabio Flabendas, en heet Los Zorrinos, oftewel: de Varkenssnuitskunks. De naam werd bedacht door Flabendas’ ondergeschikten. Niet om de vasthoudendheid te eren waarmee dit Amerikaanse roofdiertje naar voedsel wroet, maar vanwege de scherpe geur die zijn anale klieren produceren – Flabendas leed aan ernstige winderigheid.

De opleiding tot Varkenssnuitskunk is keihard: zestig procent van de deelnemende militairen haakt voortijdig af. Degenen die de eindstreep halen, worden gedrild in typisch Managuayaanse vechttechnieken als met-zijn-twaalven-een-passant-beknuppelen, de-vijand-onder-tafel-drinken en met-een-tank-op-een-sloppenwijk-inrijden. In beginsel opereren de Varkenssnuitskunks in kleine, flexibele groepen die snel op een terroristische dreiging kunnen reageren. Vaker echter zijn ze dronken. Hun erelijst is indrukwekkend: de Skunks waren actief in voormalig Joegoslavië, Colombia en de F-side van Feyenoord, en volgens experts is zelfs de onverhoopte democratisering van Zuid-Amerika hun fout geweest. Maar daarover wordt nog gebakkeleid.

Enrique wijkt verschrikt achteruit. ‘Iedereen op de grond! Nu!’ Terwijl de overige vier hem rugdekking geven, snelt de voorste Varkenssnuitskunk naar de toonbank en grist een dampend dienblad weg. Tegen de uitbater: ‘O wee, als deze enchilada’s lauw zijn.’ Dan stormt de troep weer naar buiten. Als ze bijna de hoek om zijn, horen we één van hen zeggen: ‘Ik dacht dat de minister taco’s had besteld?’
Roger Abrahams

‘Saab nog lang niet verkocht’


CHUCO – Volgens generaal Eduardo Dinero, de Managuayaanse minister van Economie en Mosterdgas, moet Spyker zich nog niet rijk rekenen met Saab. Een lokale vestiging van Fiat zit ook achter de Zweedse autobouwer aan.

Het zou gaan om de Fiat-fabriek in Chuco, die sinds de militaire coup in 2006 een Managuayaans staatsbedrijf is. ‘Ik sta volledig achter de overnamepogingen van onze dynamische auto-industrie,’ aldus de minister. De fabriek produceert tot dusver slechts de Fiat Banano, een klimaatneutraal, op fruit rijdend karretje waarvan het proefmodel al maanden niet verder komt dan twintig meter. Hoe de fabriek Spykers bod van 399 miljoen dollar moet overtreffen, hield de minister in het midden, maar ‘een pallet papaya’s is vaker dan u denkt troefkaart geweest in de Managuayaanse diplomatie.’

Nazomer in Managuay: Barbecue

Varken aan het spit: de Managuayaanse culinaire traditie staat dicht bij de natuur, en bij een voedselvergiftiging.

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: barbecuen bij de familie Rosas.

De verhalen over de barbecuecultuur in het dorpje San Adolfo Tedesco zijn talrijk. Ze blijken allemaal waar. Ook de gruwelijke.

Door Jens Mikkelsen

Toen Jacques Huisman, een vaste lezer van dit weblog, eind juli mailde dat hij op zijn vakantie in Managuay zomaar voor een buurtbarbecue werd uitgenodigd, noteerde ik het dorpje in kwestie meteen in mijn agenda. Nu kon ik er eindelijk heen: San Adolfo Tedesco. Het paradijs voor barbecuërs, gelegen op de zuidelijke pampa’s en gezegend met een ongelooflijke hoeveelheid bijnamen, waarvan ‘De Nationale Grill’ de gezelligste is en ‘De Gloeiende Hel Voor Alles Op Vier Poten, Behalve Vrouwen’ de angstaanjagendste.

De reis vanuit de hoofdstad Mataquintos duurt maar liefst vijftien uur: per trein, per minibus en – als laatste, maar comfortabelste etappe – per moeder, gewikkeld in zo’n veelkleurig, op haar rug hangend doek, waarin ze in deze contreien ook wel eens kleine kinderen vervoeren. Een slopende trip, maar je ziet weer eens iets anders van het land en bovendien hebben mijn doekgenoten Werner (2), Diego (3) en Yacinta (4) een hoeveelheid lolly’s en zakken chips mee die het reizen er bijzonder aangenaam op maakt.

Aangekomen in San Adolfo Tedesco stelt mijn reismoeder zich eindelijk voor. Ze heet Danita Rosas (17) en woont met haar moeder Melva en haar zeven kinderen in een huisje. Onmiddellijk verdwijnt ze naar binnen, waarop Melva me een tequila aanbiedt en dan over het gazon begint te lopen, terwijl ze ‘Adolfo! Adolfo!’ roept. Of haar man ook thuis is, vraag ik? Ze gromt: ‘Was mijn man maar zo knap als Adolfo.’ Twee tellen later komt een bruin-roze beest het gazon op rennen: Adolfo blijkt een fors zwijn te zijn.

Ik realiseer me: amper aangekomen in San Adolfo Tedesco is de barbecue al begonnen! Terwijl Melva Adolfo lief toespreekt, wurgt en vilt, stapt Danita de tuin in met een enorme houten spies en begint een vuur aan te leggen. Met de fles tequila die mij in de handen wordt gedrukt, moet ik proosten: op de Managuayaanse barbecue! Danita, Melva en Marcelo (8, de oudste), proosten mee, tussen de bedrijven door.

Tevreden plof ik neer op een stoel, bestel een lamamelk met rum – Gino (7) blijkt een formidabele cocktailmixer te zijn – en knip deze foto. Dan denk ik bij mezelf: …nou ja, ik weet niet meer zo goed wat ik dacht, maar verdorie, wat heb ik genoten.

Economie: Een land van belofte

De liberalisering van de jaren 90 hebben Managuay geen windeieren gelegd: het internationale bedrijfsleven, waaronder de belangrijkste creditcardmaatschappijen (zie foto), is in alle winkelcentra aanwezig.