Vakantiekiekje: slang eet gekko

Machismo: het zit de Managuayanen in het bloed, zo blijkt maar weer uit deze vakantiefoto die de heer Pien Nedoop uit Amstelveen ons toezond. Zelfs de dieren lijken ermee besmet. Of, zoals meneer Nedoop in zijn begeleidende brief schrijft: ‘De laatste woorden die de gekko hoorde, waren waarschijnlijk: “Wat zit je naar mijn vriendin te kijken, pannenkoek?!”‘
Kostelijk.

Ook een geslaagde vakantie in Managuay gehad? Stuur uw beste kiekjes naar info@managuay.info onder vermelding van ‘Mijn persoonlijke vakantiefoto. Misschien leuk voor op de website?’ en maak kans op een mini-alpacalama van papajasnippers.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Filmfestival

Een sopropo

Van wat voor muziek hou jij?’ Of: ‘Evita Perón, vrouw of musicalster?’ Er zijn veel opmerkelijke vragen denkbaar tijdens de liefdesdaad, maar regisseur Andrés Papachango (1949) sprak ze echt uit. Sterker: het enfant terrible van de Managuayaanse cinema liet de camera’s lopen terwijl hij het deed.

Liefde (Amor, 2008) is sinds afgelopen zaterdag te zien in een nevenprogramma van het Managuayaans Film Festival (MFF). Een gewaagde keuze, aangezien de film destijds door de critici werd afgedaan als ‘een goedkope aaneenschakeling van ruim veertig hoerenbezoeken’ en ‘een slap excuus om zoveel mogelijk vrouwelijk naakt te laten zien’.

Het zijn deze nevenprogramma’s die het MFF doorgaans zo geslaagd maken.
Zeker nu de uitreiking van de Gouden Lama’s steeds meer een gelegenheid wordt waarin de militaire junta een beslissend woordje meespreekt. Zoals vorig jaar, toen een wanproduct van het Managuayaanse leger de grote winnaar werd: Het bloedbad bij San Fernando, een in real time nagespeelde veldslag van dertien (!) uur. De makers wilden speciale effecten gebruiken, maar het officierskorps stond erop om de complete slachting over te doen.

Nee, dan het ingetogen werk van Papachango. Neem het magistrale Alles over mijn vader (Todo sobre mi padre, 2001), waarin een travestiet, de zoon van twee travestieten, op zoek gaat naar zijn vader, die nooit een echte travestiet blijkt te zijn geweest, maar slechts een travestietachtige manhoer die travestieten als klant heeft.

Of Diepe vouwen (Arrugas profundas, 2010), door Papachango geroemd als ‘het bewijs van cinematografische schoonheid op het snijvlak van erotiek en origami.’ En de broeierige roadmovie Twee sopropo’s en een perzik (Dos sopropos y un melocotón, 2003). Daarin razen twee jongens en hun buurvrouw uit verveling over de pampa’s. De sopropo – een soort komkommer – uit de titel verwijst naar de permanente staat van opwinding van het duo.

Ook bij deze films kreeg Papachango het verwijt van effectbejag. Zijn reactie luidde steevast: ‘Wie de plot niet vat, heeft in elk geval een paar lekkere tieten gezien.’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

‘Ook Lagarde verwikkeld in seksschandaal’

Christine Lagarde, de nieuwe chef van het Internationaal Monetair Fonds (IMF)

MATAQUINTOS – Christine Lagarde, de nieuwe baas van het IMF, zou net als haar voorganger Dominique Strauss-Kahn betrokken zijn bij een seksschandaal.

Dat zei gisteren Miguel Moscoso tijdens een persconferentie in Mataquintos. Moscoso zou tijdens een van zijn diensten als kamerjongen in New York zijn overvallen door Lagarde, die hem naakt zou zijn aangevlogen vanuit de badkamer.

Het is echter maar de vraag of deze lezing klopt. Toen journalisten Moscoso wezen op de overeenkomsten van dit verhaal met dat van Strauss-Kahn, reageerde deze met: ‘Ach ja, natuurlijk. Ik bedoel: toen ik filmregisseur was, en zij dertien jaar oud, heb ik haar in het huis van mijn vriend Jack Nicholson misbruikt. Niet? Oké. Ik was de Britse minister van Defensie en zij heeft mij staatsgeheimen ontfutseld tijdens geheime amoureuze sessies.’

Miguel Moscoso staat in Managuay bekend als een ziekelijke aandachtszoeker. Eerder verspreidde hij de geruchten dat Osama bin Laden zich verstopte in een snackbar en dat Moscoso zelf zijn windhond Shakira zou hebben verbouwd tot een wereldberoemde popster.

Nazomer in Managuay: Het militaire pretpark

Antieke tanks worden goed onderhouden, zodat ze ook nu nog op bloedige wijze een opstand neer kunnen slaan

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: het Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland, annex pretpark, in Cabúm

Net als elke zichzelf respecterende dictatuur heeft ook Managuay een oorlogsmuseum. Het past perfect bij het land: leugenachtig, onveilig en afgebladderd.
 
Door Jens Mikkelsen

Het Museo Glorioso del Ejército y sus Guerras Gloriosas para la Gloria Superior de la Patria Gloriosa (Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland) is een museum annex pretpark in Cabúm, iets ten noorden van Mataquintos. Vóór de staatsgreep van 2006 was het een en al propaganda voor de toenmalige maoïstische dictatuur, iets waar de rechtse generaals zich altijd tegen verzetten. Toen zij eenmaal aan de macht waren, sloten zij het museum echter in hun armen. Waar ooit ‘maoïsme’ stond, staat nu ‘militarisme’, en klaar is kees.

Zodra je door de poort het terrein op loopt, over de met kinderkopjes geplaveide weg (échte kinderkopjes, van de Kinderdagverblijvenrevolte van ’98), wordt de omvang van het museumcomplex je duidelijk. Om het centrale gebouw heen, dat bestaat uit zeven loodsen, ligt een grasvlakte ter grootte van enkele voetbalvelden. Her en der klimmen kinderen in bomen en beelden van inmiddels verdreven, verguisde of gerehabiliteerde dictators, van zowel maoïstische als militaire snit.

Draaimolens staan tussen tanks uit elk decennium van de vorige eeuw. De voertuigen zijn opvallend goed onderhouden, zelfs de oudste. Dat komt, laat ik mij later door een conciërge vertellen, omdat het Managuayaanse leger nogal eens een antieke tank nodig heeft om een opstand neer te slaan en een van de modernere exemplaren het niet meer doet. ‘Komt dat vaak voor?’ vraag ik. ‘Niet zo vaak,’ luidt het antwoord. ‘Eens per maand.’

Terwijl ik de op de grond liggende, doorgeladen kalasjnikovs omzeil – niet aanraken, had de conciërge nog gezegd, die zijn vergeten door dronken soldaten die ’s nachts nog even in de botsauto’s gaan – bereik ik het museum zelf. Het is het paradijs voor elke nationalistische Managuayaan: overal de rood-wit-blauwe vlag, opgepoetste oorlogswapens en af en toe een opgezette lama in bladgoud.

Pronkstuk is de Glorieuze Zaal van Groot-Managuay. Achter een klein fonteintje hangt, aan de muur, een enorme geschilderde landkaart van Groot-Managuay. Op het eerste gezicht lijkt het me vooral een kaart van Zuid-Amerika – en dat klopt. Groot-Managuay is niet het huidige, door land ingesloten staatje met wat extra grond erbij, maar alle gebieden tussen de Galápagos-eilanden (nu Ecuador), de monding van de Amazone (Brazilië) en Patagonië (Argentinië). De Managuayaanse regering, en dus ook de huidige militaire junta, claimt praktisch heel Zuid-Amerika sinds 1527.

Wat frustrerend. Het is niet eenvoudig om Managuayaan te zijn.

Muziek in een bananenrepubliek (3)

Elke maand doet correspondent Joris Mikkelsen – het kleine neefje van Jens – verslag van een muziekfestival in Managuay, de Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek. Nu: Motores Negros.

Festival: Motores Negros
Beoordeling: *****

Leger
‘Ik had thuis een lama gekleid, van modder,’ zegt Hernán. Verslagen ligt de dikke tiener op het grasveld. Alleen het korte eind touw in zijn hand herinnert nog aan Pepito, het vriendje op wielen waarmee hij over het festivalterrein zwierf. ‘We hadden superveel aanspraak. Soms kreeg hij rum aan de bar, die mocht ik dan opdrinken.’ Totdat Pepito per ongeluk tegen een officier aanreed. Hernán: ‘Zonder iets te zeggen haalde hij een Romeinse kaars uit zijn binnenzak en schoof ‘m zó in Pepito’s onderkantje. Ik heb geen scherf meer teruggezien.’

Het nationale leger van Managuay: ook op het tweede festival dat ik hier bezoek, blijkt het een bron van ellende. Motores Negros draait om het idee dat iedere idioot met een gemotoriseerd voertuig volslagen ongeorganiseerd mag racen over een braakliggend stuk land. Een perfect concept dus voor de militaire elite. Die komt elk jaar niet alleen pesterig inrijden op de vele tentjes op het terrein, maar vooral deelnemen aan de parade op de slotdag – vandaag – om met de eerste prijs naar huis te gaan.

Die slotparade is een feest voor de trotse bezitters van zelfgeknutselde snelheidsmonsters, onder wie Waldo en Alberto. We ontmoeten de twee twintigers voor een taco- en tequilatentje, waar ze een grote zeepkist hebben geparkeerd. ‘Onze scooter,’ lacht Alberto, een jongen met lange zwarte krullen. ‘Er zit de motor van een Vespa SS 90 in.’ Waldo laat zien hoe hij in de zeepkist twee zitjes met leren bekleding heeft aangebracht én een minikoelkastje met alle benodigdheden voor mojito’s. ‘Mojito’s en Motores Negros,’ grijnst hij, ‘dat is het leven.’

Hij heeft het amper gezegd of het wordt stil om ons heen. Alle hoofden draaien naar de verste hoek van het veld, waar een vaandel met de Managuayaanse vlag boven de menigte uit priemt. De tank die erachteraan komt rollen, vertelt ons: de parade is begonnen en het leger doet de aftrap. Schel tettert het volkslied uit de trompetten van de militaire fanfare: ‘La Himna del Gran Indicador El General Jamón y Su País Managuay, y También de Todo El Resto del América del Sur Que le Apartiene, Pero Provisalmente sólo Managuay’(‘De hymne van de Grote Wegwijzer generaal Jamón en zijn land, en ook van de rest van Zuid-Amerika, dat hem toebehoort, maar vooralsnog alleen Managuay’).

Ruim een half uur lang trekt de stoet aan ons voorbij. Camouflagejeeps, langeafstandsraketten, de lamacavalerie. Net als de andere toeschouwers veinzen Waldo en Alberto respect en kijken toe met strakke blik. Ze worden er niet voor beloond: de zeepkist, die zich kennelijk net iets te ver op het pad bevindt, wordt eerst door twee majoors aan de kant geduwd en even later door een amfibievoertuig verpletterd. Als de houtsplinters zich in mijn wenkbrauw boren, moet ik denken aan Pepito.

Motores Negros is een onvergetelijke ervaring. Vijf sterren.

Hasta la vista,

Joris Mikkelsen

Dit verslag stond eerder op VICE.com. Volg daar de avonturen van Joris Mikkelsen deze zomer. Of op deze website.

Zie ook:
Muziek in een bananenrepubliek (1)
Muziek in een bananenrepubliek (2)

Foto Ronaldo Santana

Couleur locale: Avenida José Clarentín

De Avenida José Clarentín is een van de opwindendste straten van junglehoofdstad La Libertina. Beroemde criminelen als Mañuel Barreño werden er vermoord, diva’s als Alessandra Lamangiattore liepen er syfilis op en ook vandaag is het een hectisch komen en gaan van kunstenaars, sjacheraars en officieren met banden in de onderwereld.
De straat op de foto is de Calle Yanan Manca.

Lik-op-stukbeleid voor Bolivianen

Bolivianen hebben het in Managuay zwaar te verduren

MATAQUINTOS – Managuay gaat een lik-op-stukbeleid voor criminele vreemdelingen invoeren. Bolivianen lijken het doelwit, want veelkleurige poncho’s gelden voortaan als ‘wapens’.

Dat staat in een wetsvoorstel van de minister van Binnenlandse Zaken, generaal Popo de Mierda. Nu is het nog zo dat een buitenlander die tien jaar in Managuay woont, een gevangenisstraf van vijf jaar aan zijn broek moet hebben om uitgezet te worden. Voortaan loopt een ponchodragende man die een Managuayaanse vrouw aanspreekt al risico, omdat dat kan worden uitgelegd als ‘pronken met naderende verkrachting’.

De militaire junta van Managuay kent een lange traditie van pesterijen jegens Bolivianen. Zo moeten panfluitmuzikanten sinds vorig jaar een zogenoemd mondcondoom dragen tijdens het blazen, omdat speeksel is aangemerkt als een ‘gevaarlijk verspreider van soa’s, zoals spleetschurft.’

Onderhandelingen mislukt, zwartepieten begonnen

Bezuinigingen in Managuay: minder bierviltjes in
parlementair restaurant Mañana Mañana

MATAQUINTOS – De extreem-rechtse politicus Paco Tornado heeft zijn politieke partners verweten te ‘zwartepieten’. Een ernstige beschuldiging, tijdens een toeptoernooi.

Tornado, leider van de Partij Voor Paco (PPP), noemde het zondagmiddag op de radio ‘echt ongelooflijk hoe de Liberalen en de Christelijken de afgelopen 24 uur aan het zwartepieten zijn tegen de PPP.’ De beschuldiging is onderdeel van een steekspel dat is ontstaan nadat Tornado afgelopen zaterdag zeven weken van politieke onderhandelingen afbrak. Hij deed dat door uit te halen naar het ‘dictaat van Rio de Janeiro en CONSANAT’. Het in Brazilië gevestigde CONSANAT is de Zuid-Amerikaanse waterpolobond, maar wat die met de Managuayaanse politiek te maken heeft, is ook ingewijden een raadsel.

De onderhandelingen van Tornado’s PPP, de Liberale Partij en de Christelijke Partij gingen over bezuinigingen op het parlementaire toeptoernooi, de voornaamste bezigheid van politici in Managuay, waar immers alleen generaal Jamón het voor het zeggen heeft. Er zou een akkoord zijn bereikt van veertien miljard peso aan besparingen. Zaterdag gooide Tornado onverwachts de handdoek in de ring: ‘De belangen van de toepers interesseren me geen bal. Ik ben uitsluitend geïnteresseerd in de belangen van mijn achterban, de obers van parlementair restaurant Mañana Mañana.’ Volgens analisten is dat logisch: bezuinigingen op bierviltjes, een belasting op de fooienpot en meer hoffelijke bediening doen het niet goed bij het personeel.

Immigranten verrukt over terugkeerbeleid

Een pastamachine

DEN HAAG – Het beleid om uitgeprocedeerde asielzoekers cadeaus aan te bieden in ruil voor vertrek, leidt tot groot enthousiasme bij immigranten.

Dat blijkt uit navraag onder Managuayaanse illegalen in Nederland. Zij zijn inmiddels koortsachtig bezig om familie, vrienden en vage kennissen naar Nederland te halen, zodat zij kans maken op een cadeau. Aanleiding is het artikel in de Volkskrant van vandaag, waarin wordt verteld over een Nepalees die een pastamachine kreeg om een restaurant te beginnen in zijn land van herkomst.

‘Ik ben al mijn vriendinnen in Managuay aan het bellen,’ zegt Cariña Suerte, die anoniem wil blijven. ‘Die willen ook wel een Italiaans restaurant.’ Prostituee Ana Felina: ‘Wat geweldig dat Nederland dit doet. Mijn klanten zeuren al jaren om een Zweedse zuigmachine.’ Maar of de Managuayanen ook echt zullen terugkeren, met het geschenk eenmaal in de zak? ‘Natuurlijk,’ zegt Manuel Pipadas, een steigerbouwer. ‘Ik ga meteen terug de illegaliteit in. Erewoord.’

Moederdag = Snorrendag

Een moeder zonder snor is als een krokodil zonder staart,
luidt een oud Managuayaans gezegde

MATAQUINTOS – In Managuay is gisteren met Moederdag een recordaantal plaksnorren verkocht.

Moederdag staat in het Zuid-Amerikaanse land ook wel bekend als Snorrendag. Met Snorrendag krijgen Managuayaanse moeders van hun kinderen een burrito op bed. Vaak zit daar ook een plaksnor bij, maar dat is slechts traditie – de meeste vrouwen zijn al in het bezit van een echte.