Roerige aankomst Managuayaans elftal in Zuid-Afrika


KAAPSTAD – De aankomst van het Managuayaanse voetbalelftal in de haven van Kaapstad is gisteren danig verstoord door een pallet met antitankwapens. De Zuid-Afrikaanse havenpolitie ontdekte het pallet toen coach Eduardo Vianda Charculo het probeerde uit te laden van zijn boot.

Charculo verklaarde daarop dat het om ‘een partij zwarte vuvuzela’s’ ging, en ‘beslist niet om tweedehands exemplaren van de Panzerfaust 3 van de Duitse Bundeswehr.’ Het voetbalelftal van Managuay kwalificeerde zich niet voor het WK, maar hoopt op ‘door een ongelukje’ plotseling uitvallende teams.

Charculo en zijn spelers konden overigens opvallend snel doorreizen richting Johannesburg, waar ook het Nederlands elftal bivakkeert. Volgens critici zijn de havenagenten omgekocht. Ondanks het feit dat zij breed lachend het haventerrein verlieten, hun zakken uitpuilend met mango’s, papaja’s en flessen tequila, valt dit echter niet te bewijzen.

Pesten in Managuay heet plagen

Bewoners verdienen een zakcentje voor directeur Mentchikoff

In Nederland neemt het pesten in verzorgingstehuizen toe. Hoe zit dat in Managuay? Een reportage.

Door Jens Mikkelsen

Hoewel de meeste ouderen in Managuay bij familie vegeteren en niet in een verzorgingstehuis, staat aan de rand van Mataquintos een charmant seniorenverblijf: Casa Rojo de Tarde. We ontmoeten de directeur, kolonel Vladimiro Mentchikoff, in de hal van zijn majestueuze gebouw, staand met enkele bejaarden rond een bewoonster met een witte puntmuts op. ‘Gordeldier! Gordeldier!’ roept de directeur haar toe, maar hij is zo vriendelijk zijn ontspanningsspel te onderbreken om met ons een rondje te lopen.

‘Bij ons wordt niet gepest,’ verklaart Mentchikoff trots, terwijl we langs de eetzaal wandelen. ‘Onze bewoners zijn juist heel hartelijk voor elkaar. Ze helpen bijvoorbeeld degenen die niet zelfstandig kunnen eten.’ Hij wijst op een tweetal senioren, die in een hoek tomaten gooien naar een bejaarde man die op een stoel zit vastgebonden.
‘Of degenen die nog twijfelen over hun seksuele identiteit,’ vult de directeur aan, knikkend naar een passerende bewoonster in pyjama met op de rugzijde geschreven: ‘Ik ben een hermafrodiet.’

Dan wordt uw verslaggever aangeklampt door een verward uitziende bejaarde met een dikke streep tandpasta op zijn lippen. ‘Help me, help me! Het leven is hier ondraaglijk!’ ‘Ach, als het niet Brunoldi is, onze toneelspeler,’ lacht Mentchikoff hartelijk. Hij fluistert ons toe: ‘Die diva komt alleen maar op journalisten af.’ Er verschijnt een groep in zwart leren pyjama’s gestoken senioren, die zich over de verwarde man ontfermen. ‘Weet u,’ vervolgt de directeur op filosofische toon, ‘dat pesten – ik noem het liever plagen.’ Hij wijst naar de elektrische batons waarmee Brunoldi naar de zogenaamde separeersuite wordt begeleid. ‘Een beetje senior moet tegen een stootje kunnen.’

Met gemengde gevoelens, en een klein beetje trek, verlaten we Casa Rojo de Tarde.

Steun uit Zuid-Amerika voor Bart De Wever

Bart De Wever na zijn verkiezingsoverwinning van zondag

MATAQUINTOS – De Vlaams-nationalistische politicus Bart De Wever krijgt lof toegezwaaid vanuit Managuay. Volgens een minister van het Zuid-Amerikaanse land gaat er ‘niets boven de gezonde dreiging van een oorlog.’

Na zijn overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van gisteren riep De Wever de Belgische premier Elio Di Rupo op om ‘samen een confederale hervorming voor te bereiden.’ Volgens generaal Bernardo Moto y Tomo, de Managuayaanse minister van Oorlog en Kinderdagverblijven, is dat een militair ultimatum. ‘De Wever wil iets: een onafhankelijk Vlaanderen. En hoe dwing je – uiteindelijk – je wil af? Precies, door bloed en verderf.’

Moto y Tomo vergelijkt de Vlaams-Waalse situatie met Managuay. ‘Wij waren ooit gelieerd aan de Zuidelijke Sandwich-eilanden – een knellende band met een intolerante, belastinggeld slurpende, vreemde cultuur. Totdat we zeiden: jongens, bedankt, maar nu hakken we jullie kop eraf.’ De Zuidelijke Sandwich-eilanden, een vrijwel onbewoonde archipel op ongeveer tweeduizend kilometer van de Argentijnse kust, ontkennen al jaren een staatkundige geschiedenis met Managuay te delen, aangezien zij sinds 1908 onder Britse soevereiniteit staan.

Overigens voegt Moto y Tomo eraan toe dat hij met figuren als De Wever in eigen land wel raad zou weten. ‘Wie Managuay uit elkaar wil scheuren, verdient de Managuayaanse stropdas: keel doorsnijden, tong er doorheen trekken en vastnieten aan de tepels.’

‘Nobelprijs Literatuur nu echt naar Hammarskjold’

Sergio Sánchez Hammarskjold

PERFIDO – Vanmiddag om één uur maakt de Zweedse Academie bekend wie dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen. De Managuayaanse kandidaat, Sergio Sánchez Hammarskjold, heeft goede hoop.

Door Jens Mikkelsen

Meneer Sánchez Hammarskjold, nu al champagne?
Tja, ze zeggen dat je geen tasjes moet gaan naaien voor de krokodil gestroopt is, maar ach, het is al acht uur in de ochtend.

Waarom denkt u dat u dit jaar wél de Nobelprijs gaat winnen?
Ik heb een goed gevoel over de Zweedse Academie. Dat is een respectabel instituut vol wijze mannen die weten wat ze doen. Maar het is ook een kwestie van statistiek: als je kijkt hoe vaak een achtergebleven, door land omsloten, Zuid-Amerikaanse militaire dictatuur de Nobelprijs voor Literatuur heeft ontvangen – nul keer – dan is Managuay nu echt aan de beurt.

En verder?
Nou, ik ben dol op de serie The Killing.

Die is niet Zweeds. Die is Deens.
Ik heb een Zweedse naam: Hammarskjold. Via mijn moeder. Dat moet ze toch ook aan het denken zetten.

Heeft u ook een inhoudelijke reden waarom u denkt dat u de Nobelprijs voor Literatuur gaat krijgen?
Zoals u weet, schrijf ik functionele literatuur. Nu heb ik vorig jaar voor staatskrant El Tiempo een tijdje heel verdienstelijk de servicepagina’s gedaan, met daarin onder meer de werken Colofon, Zon- en Maanstanden en Lijst van Gewelddadige Incidenten in Mataquintos, San Luís en La Libertina.

Wij wensen u veel succes toe.
Proost!

Deep packet inspection (DPI) en 14 andere dubieuze veiligheidsmaatregelen

Een chinchilla of boomkonijn

UTRECHT – Wat KPN deep packet inspection noemt, kan Managuay al lang. De Zuid-Amerikaanse bananendictatuur publiceerde onlangs een Engelstalige toeristenfolder waarin het al zijn gangbare veiligheidsmaatregelen opsomt.

In het 2144 pagina’s tellende boekwerk staan ruim 5000 methoden beschreven die de Managuayaanse politie, douane, veiligheidsdiensten en Vereniging van Portiers zien als noodzakelijk om hun beroep uit te oefenen. Een bloemlezing.

  1. deep packet inspection – het grondig doorzoeken van tassen, koffers e.d.
  2. shallow packet inspection – het doen alsof tassen, koffers e.d. grondig worden doorzocht (dorgaans als een leidinggevende in de buurt is)
  3. full search – het fouilleren van een persoon
  4. full cavity search – het fouilleren van een persoon, inclusief holle kiezen
  5. chinchilla check – het bekogelen van een te fouilleren persoon met boomkonijnen. Wanneer een diertje piept, is het op iets hards gestuit
  6. zorro costume hanky-panky search method – het uitgebreid fouilleren van een persoon door een als Zorro verklede ambtenaar (om de vrouwtjes, want die zijn het natuurlijk, op hun gemak te stellen)
  7. vehicle inspection – het doorzoeken van een lama
  8. vehicle motor inspection – het doorzoeken van een lama, inclusief lichaamsopeningen
  9. video surveillance – het gebruik van bewakingscamera’s in de publieke ruimte
  10. video surveillance (closed circuit) – het gebruik van bewakingscamera’s in de publieke ruimte, vaak damestoiletten, voor intern gebruik van de gezaghebbende instantie
  11. interrogation (normal) – het slaan van een verdachte, terwijl een ambtenaar hem/haar vragen stelt
  12. interrogation (aqua) – het waterboarden van een verdachte, terwijl een ambtenaar hem/haar vragen stelt
  13. anaconda strangling interrogation – het langzaam wurgen van een verdachte door een reuzenslang, terwijl een ambtenaar hem/haar vragen stelt
  14. internet data mining – het psychologisch breken van een verdachte door ongeïnteresseerd mijnenveger te spelen op de computer, terwijl een ambtenaar hem/haar expres geen vragen stelt

‘Mark Rutte heeft dubbel paspoort’

AMSTERDAM – Premier Mark Rutte bezit een dubbele nationaliteit. Dit vanwege de Managuayaanse wortels van een van zijn grootouders.

Dat zegt Enrique Gonsalves van de Militaire Overheidsadministratie van Managuay (AGMM). De nationaliteitsbeginselen van het Zuid-Amerikaanse land staan toe dat een kleinkind van een van zijn vier grootouders de Managuayaanse nationaliteit krijgt doorgegeven. Dit zou betekenen dat Rutte, vanwege zijn grootvader van moeders kant, per definitie de Managuayaanse nationaliteit bezit. Gonsalves: ‘Die regel maakt hem zo Managuayaans als maïsbier en mosterdgas.’

De onthulling is pikant. Rutte ligt onder vuur vanwege de twee paspoorten van zijn staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Zweeds/Nederlands). De premier verklaarde gisteren daar geen probleem in te zien, terwijl hij in 2007 nog vond dat het PvdA-minister Albayrak ‘zou sieren’ als zij haar Turkse nationaliteit opgaf. Gedoogpartner PVV eist dat Veldhuijzen van Zanten hetzelfde doet met haar Zweedse pas.

Critici van het militaire regime in Mataquintos beweren dat het slechts een poging betreft om prominente buitenlanders voor Managuay te claimen. Zij verwijzen naar Operatie Nobel, waarmee het generaalsbewind in de jaren 70 in één klap de nationaliteit toekende aan onder anderen Albert Einstein, Winston Churchill en Moeder Theresa.

De cultus van Sint-Wesley

Het beeld van Sint-Wesley in zijn geboorteplaats, Lázaro

Sint-Wesley was de bijnaam van Wesley de Mañana Altivo (1922–1973), een rondreizende troubadour van de pampa’s van Zuid-Managuay. Diverse malen voorgedragen voor heiligverklaring door de paus, maar nooit geaccepteerd. Sint-Wesley is de beschermer van zuiplappen, hoeren, peukenrapers en lottobriefjesvervalsers – kortom: van iedereen die doet wat de zanger bij leven deed. In Managuay wordt hij vereerd als een god. Zijn enige standbeeld gebruikt men echter voornamelijk als hangplek om te roken en bier te drinken (foto).

Gouden Bal voor Messi, Stalen Nop voor Pirlotz

José Pirlotz in actie, zonder machete

MATAQUINTOS – Werd Lionel Messi gisteren verkozen tot beste voetballer van het jaar, de Stalen Nop voor de speler met het mannelijkste spel ging naar José Pirlotz.

Pirlotz, midvoor in het nationale elftal van Managuay, kreeg de prijs ondanks het feit dat hij nooit met een kapmes in zijn voetbalbroek het veld opgaat. ‘Toch toont hij zich een man,’ aldus de jury van het Gala del Fútbol in Mataquintos gisteravond, ‘wanneer zijn ploeggenoten gezamenlijk een vechtpartij starten tegen een vijandelijke arbiter.’

De Stalen Nop is een exclusief Managuayaanse voetbalprijs. Het object stelt een nop van een voetbalschoen voor en is met een hoogte van anderhalve meter zo groot als de meeste genomineerde voetballers zelf. Het is gemaakt door zorgvuldig uitgebuite indianen en bestaat uit een verzameling nauwkeurig door elkaar gevlochten lamakeutels, afgewerkt met een laagje metallic verf.

1506: Het begin van het einde voor de Manca’s

Manca-ruïne in de Andes, Managuay

De Manca’s waren een hoogontwikkeld volk dat op zijn toppunt heerste over half Managuay en ver daarbuiten. Tussen ca. 1300 en 1500 breidde het zijn imperium op agressieve wijze uit met een leger dat in oorlogstijd wel 500.000 soldaten telde.

De Manca’s waren de meesters van de notenboog. Met deze kruisboog vuurden zij de gedroogde pitten van mango’s op de vijand af totdat er nog maar één soldaat met onbeschadigde schedel was overgebleven. Hem aten zij op. Ook vreesde menigeen de beruchte cuenca’s: bommen van gloeiend hete bananenpap, in palmbladeren gewikkeld, die vlam vatten wanneer zij in contact kwamen met de lichaamsbeharing van aanstormende troepen. Een ander dodelijk wapen van de Manca’s was de dolle condor. Een wilde Andesvogel kreeg gefermenteerde lamamelk gevoerd en werd losgelaten, zodat hij achter de vijandelijke linies golven van giftig braaksel stortte op de krijsende soldaten.

De Spanjaarden roeiden de Manca’s in een mum van tijd uit via Europese ziektes als oorpijn en loopneus. Van de ca. drie miljoen trotse Manca’s waren er in 1516 nog maar zeven over. Zij stierven aan jeuk.