Toepcommissie krijgt kille ontvangst in parlement

Een hand.

MATAQUINTOS – De nieuwe toepcommissaris Marco Ruteño heeft dinsdag in zijn toepverklaring de oppositie de hand gereikt, maar die weigerde ‘aan afgelikte vingers te sabbelen.’

Ruteño’s positieve boodschap viel niet in goeden aarde. ‘Ja, we gaan in veel opzichten moeilijke tijden tegemoet, maar er is geen reden bij de pakken neer te zitten.’ Zijn plannen – bezuinigen op het aantal kipknotsen en flessen tequila per toepende parlementariër – kregen echter het commentaar ‘zielloos’ (Socialisten) en ‘een kil verhaal’ (Tequilapartij).

Er vond een korte aanvaring plaats tussen Alessandro Pekin van de Extreem Gematigde Partij (1 zetel) en de rechtse Paco Tornado (PPP). De laatste herinnerde Pekin aan diens dreigement ‘hem naar Bolivia te peren’ als Tornado ook maar één potje zou mogen toepen. ‘Nou, ik ben bereid vanavond nog te helpen uw koffer te pakken.’ Daarop liep Pekin de debatzaal uit. ‘Kijk,’ riep Tornado hem na, ‘de gematigde enerzijds-anderzijdselite staat huilie huilie te doen op de gang.’
Pekin rende terug de zaal in en brulde: ‘Ik heb jullie toch niets gedaan?’

Miljardennota gelekt, dader gestraft

MATAQUINTOS – In Managuay is gisteren de overheidsbegroting voor het komende jaar uitgelekt.

Het document – ‘Miljardennota’ geheten omdat alle bedragen, vanwege de beroerde koers van de Managuayaanse peso, minimaal negen nullen tellen – is in het amper gedigitaliseerde, Zuid-Amerikaanse land niet gelekt via internet, maar omdat een ambtenaar zijn printer, met de papieren er nog in, in de bus had laten staan.

Het is nog onbekend welke ambtenaar de nota heeft gelekt, maar voor de zekerheid is de hele werkgroep Miljardennota van het ministerie van Financiën geëxecuteerd.

Carnaval: niet zo erg als vorig jaar


ROIPOIPÚ – Volgens de korpschef van Roipoipú is het carnaval dit jaar rustig verlopen. ‘Er zijn geen 37 mensen gedood,’ aldus de agent.

Hoeveel mensen er dan wel gedood zijn, wilde de man niet zeggen. Het nieuwe communicatiebeleid van de Managuayaanse politie schrijft voor dat moet worden benadrukt welke negatieve gebeurtenissen zijn uitgebleven. Dit komt in de praktijk neer op het ontkennen van de ware cijfers van vorig jaar, die dus in feite nu pas bekend worden.
Ook hebben er in 2010 geen 7 explosies in huizen plaatsgevonden, zijn niet 3 bankfilialen beroofd, niet 31 maagden geofferd, niet 77 auto’s en 1 wagen van de gemeentelijke reinigingsdienst gestolen, geen 4 in tequila gedrenkte poppen van papier-maché door de ruit van een horecagelegenheid geworpen en is niet 822 maal gewildpoept, waarvan 13 maal door dezelfde persoon.
Het tijdstip van de politieverklaring is overigens curieus, want het carnaval van Roipoipú loopt officieel nog door tot aanstaande zondag, wanneer een natte raaf levend wordt verbrand. Officieus eindigen de laatste festiviteiten doorgaans half april.

Klassieker: De boot in de rivier

Deze maand is het 25 jaar geleden dat de kerncentrale van Tsjernobyl explodeerde, maar voor Managuay blijft 1986 het jaar van De boot in de rivier, een pareltje van de Managuayaanse, homo-erotische cinema. De film van Benicio Malandreddu veroorzaakte een enorme opschudding in het katholieke land: Malandreddu werd beschoten, zijn dochtertje werd ontvoerd, auto’s werden in brand gestoken en in de weekeinden werden drankwinkels beroofd (maar dat laatste is normaal).

De reden van alle opwinding was de scène op de foto, waarin bootsman Pepe (foto, links) tijdens een tocht door de jungle een hand op de schouder legt van zijn geliefde Marco, terwijl beiden half ontkleed zijn. Het lijkt een onschuldige daad in een land waar mannen elkaar bij wijze van begroeting bij de testikels grijpen, maar, zoals een woeste criticus destijds schreef: ‘dat is iets héél anders.’

Foto María Luísa Corazón del Ángel

Muziek in een bananenrepubliek (3)

Elke maand doet correspondent Joris Mikkelsen – het kleine neefje van Jens – verslag van een muziekfestival in Managuay, de Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek. Nu: Motores Negros.

Festival: Motores Negros
Beoordeling: *****

Leger
‘Ik had thuis een lama gekleid, van modder,’ zegt Hernán. Verslagen ligt de dikke tiener op het grasveld. Alleen het korte eind touw in zijn hand herinnert nog aan Pepito, het vriendje op wielen waarmee hij over het festivalterrein zwierf. ‘We hadden superveel aanspraak. Soms kreeg hij rum aan de bar, die mocht ik dan opdrinken.’ Totdat Pepito per ongeluk tegen een officier aanreed. Hernán: ‘Zonder iets te zeggen haalde hij een Romeinse kaars uit zijn binnenzak en schoof ‘m zó in Pepito’s onderkantje. Ik heb geen scherf meer teruggezien.’

Het nationale leger van Managuay: ook op het tweede festival dat ik hier bezoek, blijkt het een bron van ellende. Motores Negros draait om het idee dat iedere idioot met een gemotoriseerd voertuig volslagen ongeorganiseerd mag racen over een braakliggend stuk land. Een perfect concept dus voor de militaire elite. Die komt elk jaar niet alleen pesterig inrijden op de vele tentjes op het terrein, maar vooral deelnemen aan de parade op de slotdag – vandaag – om met de eerste prijs naar huis te gaan.

Die slotparade is een feest voor de trotse bezitters van zelfgeknutselde snelheidsmonsters, onder wie Waldo en Alberto. We ontmoeten de twee twintigers voor een taco- en tequilatentje, waar ze een grote zeepkist hebben geparkeerd. ‘Onze scooter,’ lacht Alberto, een jongen met lange zwarte krullen. ‘Er zit de motor van een Vespa SS 90 in.’ Waldo laat zien hoe hij in de zeepkist twee zitjes met leren bekleding heeft aangebracht én een minikoelkastje met alle benodigdheden voor mojito’s. ‘Mojito’s en Motores Negros,’ grijnst hij, ‘dat is het leven.’

Hij heeft het amper gezegd of het wordt stil om ons heen. Alle hoofden draaien naar de verste hoek van het veld, waar een vaandel met de Managuayaanse vlag boven de menigte uit priemt. De tank die erachteraan komt rollen, vertelt ons: de parade is begonnen en het leger doet de aftrap. Schel tettert het volkslied uit de trompetten van de militaire fanfare: ‘La Himna del Gran Indicador El General Jamón y Su País Managuay, y También de Todo El Resto del América del Sur Que le Apartiene, Pero Provisalmente sólo Managuay’(‘De hymne van de Grote Wegwijzer generaal Jamón en zijn land, en ook van de rest van Zuid-Amerika, dat hem toebehoort, maar vooralsnog alleen Managuay’).

Ruim een half uur lang trekt de stoet aan ons voorbij. Camouflagejeeps, langeafstandsraketten, de lamacavalerie. Net als de andere toeschouwers veinzen Waldo en Alberto respect en kijken toe met strakke blik. Ze worden er niet voor beloond: de zeepkist, die zich kennelijk net iets te ver op het pad bevindt, wordt eerst door twee majoors aan de kant geduwd en even later door een amfibievoertuig verpletterd. Als de houtsplinters zich in mijn wenkbrauw boren, moet ik denken aan Pepito.

Motores Negros is een onvergetelijke ervaring. Vijf sterren.

Hasta la vista,

Joris Mikkelsen

Dit verslag stond eerder op VICE.com. Volg daar de avonturen van Joris Mikkelsen deze zomer. Of op deze website.

Zie ook:
Muziek in een bananenrepubliek (1)
Muziek in een bananenrepubliek (2)

Foto Ronaldo Santana

Natuur: Jerónimos

De watervallen van Jerónimos ontstonden – zegt de brochure van het lokale toeristenbureau – toen aartsengel Gabriël tranen van geluk plengde bij het zien van de mooie Managuayaanse vrouwen. Hoogstwaarschijnlijk kent het water echter een minder poëtische oorsprong: de koeltoren van de aanpalende kerncentrale staat in de volksmond bekend als ‘het lekke mandje’.

Cultuur: Klokkenspeltrio Los Robustos


Klokkenspeltrio Los Robustos was in de jaren 70 een begrip in heel Managuay. Was je als jongere op zoek naar een wereld vol avontuur, seks en drugs? Dan moest je bij Led Zeppelin zijn. Brave rijkeluiskinderen echter luisterden naar Los Robustos. In 2004 gaven de drie een reeks reünieconcerten om hun fans te plezieren (en, in het geval van Alfredo Robusto, om zijn alimentatie te kunnen voldoen) en traden in het hele land op, zoals hier in Pincho Puto. De man in het zwart-blauw geblokte overhemd is waarschijnlijk een zakkenroller.

Interview: Arbeidsethos in de tinmijn van Mexitexibambo

De tinmijn van Mexitexibambo

MEXITEXIBAMBO – Over de arbeidsomstandigheden in Zuid-Amerikaanse mijnen is genoeg bekend: die zijn slecht. Maar hoe staat het met het arbeidsethos? Een gesprek met Florente F. Farfalle, directeur van een tinmijn bij Mexitexibambo.

Door Jens Mikkelsen

Meneer Farfalle, over het arbeidsethos van de Managuayanen doen allerlei clichés de ronde. Ze zouden lui zijn, niet productief, de siësta duurt van negen tot vijf…
Dat is al lang niet meer zo. Ook Managuay heeft zich aangepast aan de moderne tijd: onze siësta’s duren inmiddels van tien tot vier. En tussen negen en tien pauzeren wij geen moment, kan ik u zeggen.

Wat gebeurt er dan in dat ene uur?
Al het noodzakelijke: iedereen goedemorgen wensen, post beantwoorden, en overleggen in welk restaurant we onze siësta gaan houden.

Ik had het eigenlijk niet over de mensen op dit kantoor. Ik bedoelde de mijnwerkers in de schacht.
O, die! Hahaha. Dat wist ik wel. Nee, daar wordt keihard gewerkt, daar kunt u gerust op zijn.

Wie controleert dat?
Nou, ik niet, in ieder geval. Ziet u mij al in zo’n vieze mijnlift stappen? Ik heb net nieuwe schoenen, moet u zien. Echt kalfsleer, uit Argentinië, je moet ze goed inlopen, zei mijn schoenmaker, en…

Wie controleert de mijnwerkers dan wel?
Daar hebben wij Pablo voor, en Nuño. Twee keer per dag gaan zij de mijn in om de arbeidsproductiviteit op peil te houden.

Hoe doen zij dat?
Op verschillende manieren. Op de eerste plaats maken ze de slaapkoppen wakker, natuurlijk. En ze pakken dobbelstenen en kaarten af van de mannen die aan het spelen zijn. En vrijende paartjes sporen ze op. Dat laatste is nog best gevaarlijk werk, want die verstoppen zich natuurlijk graag in donkere nissen en zo. Nee, onze controleurs zijn dappere mannen, en deze mijn is erg productief, schrijft u dat maar op. Lezen onze investeerders dit?

Straft u in zulke gevallen? Mogen arbeiders die u betrapt op verzuim bijvoorbeeld pas later naar huis?
Naar huis? Bijna niemand gaat naar huis. Onze mijnwerkers slapen met zijn allen in lege lorries, heel gezellig. En efficiënt.

Maar hoe zit het dan met hun gezinsleven?
Ach, westerlingen denken altijd dat arbeiders als slaven worden behandeld hier, maar iedereen mag gewoon trouwen en kinderen krijgen, hoor.

Dus als een van uw mijnwerkers vader wordt, mag hij bij de geboorte aanwezig zijn?
Uiteraard. Wij zijn geen onmensen. De regel is: echtgenotes kunnen baren in de schacht, zolang op het product en de werkmaterialen maar geen bloed achterblijft.

Het klinkt als een hard leven.
Onze werknemers zijn erg tevreden. Ze richten hun bestaan in naar de mijn.

Soms maken ze hele kunstwerken om het ondergronds op te vrolijken, begrijp ik. 
Inderdaad. Pure werkweigering. En ongelooflijk hoeveel tijd en geld het kost om die dingen weer te vernietigen en af te voeren.

Tijd is geld.
Absoluut. Maar als u mij nu excuseert: het is half elf en de afdeling zit al lang aan de burrito’s.

Fiat Banano paradepaardje Managuay


CHUCO – Op de jaarlijkse autoshow in Chuco is het Managuayaanse antwoord onthuld op de energiezuinige Toyota Prius. Met een brandstof die uit benzine en hele bananen bestaat, richt de Fiat Banano zich nadrukkelijk op een tropische afzetmarkt.

Generaal Hérculo Pinto de Caña, de minister van Foltering en Milieu, liet symbolisch een laatste banaan in de auto verdwijnen om vervolgens een rondje over de congresvloer te rijden. Helaas legde het voertuig, haperend, slechts twintig meter af, waarna het ironisch genoeg door een Chevrolet Volt moest worden teruggesleept.
De Fiat Banano is een vernieuwde versie van de gelijknamige ‘auto voor het volk’ die de militaire junta in 1972 in productie nam. Die werd haastig afgeschaft toen bleek dat vrijwel elk exemplaar ontplofte als je aan de benzine meer dan één banaan toevoegde.
Minister Pinto de Caña kondigde op de autoshow ook de ontwikkeling van twee andere voertuigen aan: de Ford Papaya en de Volkswagen Coco.

Homohuwelijk: zo kan het dus ook

In een homofoob land als Managuay kan het begrip ‘homohuwelijk’ verrassende vormen aannemen. Zoals bij bovenstaand bruidspaar: terwijl hij per sms zijn vriend uitnodigt voor een seksdate, bedankt zij met een snoeihete blik haar ceremoniemeester annex gelegenheidslesbiënne voor de sessie ‘helpen met het in de bruidsjurk hijsen’.