Wie betaalt contributie Hugo Chávez?

Hugo Chávez was al langer ziek

CARACAS – Het overlijden van de Venezolaanse president Hugo Chávez gisteren heeft een onverwacht probleem aan het licht gebracht: zijn achterstallige contributie bij de belangenvereniging van dictators, Krachtige Leiders United (KLU).

De penningmeester van de vereniging, Robert Mugabe van Zimbabwe, liet vanochtend weten dat Chávez een rekening van twee miljoen euro heeft openstaan. ‘Hugo betaalde gewoonlijk pas als de kwartaalwinst van zijn staatsoliebedrijf PDVSA binnen was,’ legde Mugabe uit. ‘In feite maakte hij zijn contributie, net als zijn land, totaal afhankelijk van olie.’

De achterstallige betalingen van Chávez vallen slecht bij zijn collega-dictators, die de Venezolaan toch al niet hoog hadden zitten vanwege zijn voorliefde voor democratische technieken als het referendum. Mugabe roept hen echter op snel over de brug te komen. De KLU kampt al langer met tekorten, onder meer vanwege ‘andere prioriteiten’ van de Syrische president Bashar al-Assad en het feit dat het nieuwe lid Kim Jong-un van Noord-Korea dreigt met een atoombom als zijn contributie niet verlaagd wordt. ‘Zo komt het jaarlijkse zeilweekend in gevaar,’ stelt Mugabe. ‘En dat is voor niemand leuk.’

Managuay claimt toppositie klimaatgevecht


MATAQUINTOS – De Zuid-Amerikaanse bananendictatuur Managuay voorspelt een voortrekkersrol op de klimaatconferentie van Kopenhagen later deze maand. Een opmerkelijke ambitie van een land dat tot vorige week woensdag geen aparte ministersportefeuille Milieu kende.

De belaste generaal, Hérculo Pinto de Caña (foto), sinds vorige week minister van Foltering én Milieu, onderstreept de inspanningen die zijn land zich getroost. ‘Tot 1976 waren wij het schoonste land ter wereld. Die koppositie moeten wij herwinnen.’ In dat jaar stond de toenmalige maoïstische regering voor het eerst particulier autobezit toe. Pinto de Caña’s CO2-reductieplannen variëren van zuiniger motoren en windenergie tot recycleerbare dwangbuizen en klimaatneutraal mosterdgas, Managuays belangrijkste exportproduct.
Bijkomend probleem voor Pinto de Caña zal het regeringsvliegtuig zijn waarmee hij naar Kopenhagen wil reizen, een afgekeurde Toepolev met Antonov-reserveonderdelen die al sinds 1991 uit het Deense luchtruim wordt geweigerd.

Maohattan: de City in de jungle

Bankencentrum Maohattan, bijna af (2008)

Hoewel zij zich schuilhouden in de jungle, gaat het de maoïstische rebellen van Managuay bepaald niet slecht. Hun flexibele omgang met Lenin en Marx leidde in 2007 en 2008 zelfs tot een heuse vastgoedboom: maoïstische projectontwikkelaars verdienden miljarden peso’s met de bouw van multiplex-cinema’s, Kentucky Fried Chickens en een ultramodern bankendistrict, Maohattan genaamd (foto).

De rebellen vergaten echter één ding: al die torenflats verrieden hun schuilplaats. Het Managuayaanse regeringsleger stormde eropaf en binnen twee maanden woonden de rebellen weer in uitgegraven gaten in de grond.

Foto Conrado Blanco

Festival Vlieland riskeert miljoenenclaim

Het festivalterrein van Into The Great Wide Open

VLIELAND – Muziek- en kunstfestival Into The Great Wide Open op Vlieland riskeert een miljoenenclaim vanwege plagiaat.

Een ondernemer uit het Zuid-Amerikaanse Managuay, Carlos Llanos, overweegt 27 miljoen euro aan compensatie te eisen omdat het festival teveel zou lijken op een van zijn eigen evenementen.
Dit evenement, Misterioso genaamd, is net als Into The Great Wide Open een kleinschalig festival. Daar houden de overeenkomsten echter op: Misterioso vindt niet op een eiland plaats, maar aan de rand van het Amazonewoud, er is geen livemuziek, maar een oud cassettedeck en het festivalterrein wordt niet bevolkt door dertigers met kinderen, maar door ondernemende tieners en hun mobiele drugslaboratoria.

Ook Llanos geeft toe dat er vooral verschillen zijn tussen beide festivals. ‘Maar als ze me 5000 euro geven, dan hou ik erover op.’

Lees hier het festivalverslag van Misterioso 2012 van onze correspondent Joris Mikkelsen

Dag van de Arbeid: liever lui dan moe

De Dag van de Arbeid in een ander land dan Managuay

MATAQUINTOS – In Managuay wordt vandaag, op de Dag van de Arbeid, zoals gebruikelijk  geen demonstratie georganiseerd. Dat is teveel werk.

Door Jens Mikkelsen

De internationale dag van de rechten van werknemers kan in Managuay van oudsher op weinig enthousiasme rekenen. Geen wonder: bijna niemand werkt. Van de mensen met een reguliere baan zijn de meesten zelfstandig ondernemers die handelen in bijvoorbeeld belkaarten, lamazadels of uit oude autobanden gesculpteerde beeldjes van parende varanen.

De meeste Managuayanen echter zijn overdag vrij. Zoals Manuela (21) en Pipa (19), die in de ochtendzon bij de Zanzi Bar in hartje Mataquintos van een tequila sunrise genieten. Zien zij het zitten om op de Dag van de Arbeid mee te doen aan een betoging? ‘Lopen voor een arbeider?’ vraagt Manuela. ‘Ik trouw straks wel met een rijke vent. Iemand die anderen voor zich laat werken.’ Pipa: ‘En eentje met een auto. Da’s ook veel beter voor je hakken.’

Even verderop, op het Sint-Gribusplein, zit de 34-jarige Renzo met zijn twee zoons aan de mojito. ‘In Rusland zullen vandaag wel weer honderdduizenden mensen meelopen in een demonstratie,’ zegt hij. ‘Dat zie je hier nooit. Behalve als de minimumleeftijd voor alcohol wordt verhoogd naar vijftien jaar, of zoiets!’ Zijn zoons (14) lachen.

De belangrijkste reden echter dat 1 mei-demonstraties in Managuay op weinig animo kunnen rekenen, is de belofte van de militaire junta om hen door de knieën te laten schieten. Door eerstejaars rekruten, ‘de slechtsten uit de vuurwapenklas.’

Beroemde Managuayanen: Cor Favor

Cor Favor op de veranda van Bar CORazón

Cor van de Besselaar werd op 1 april 1959 geboren in Amsterdam. Als zoon van een keurslager uit de Jordaan begon hij al op achtjarige leeftijd met het zingen van smartlappen in buurtkroeg Ouwe Sien, elke keer wanneer hij er een varkenslever of een kilo hoofdkaas kwam bezorgen.

Tijdens een vakantie in Managuay ontmoette Cor de 21 jaar jongere Bonita. Het was liefde op het eerste gezicht. Cor verkaste naar Zuid-Amerika, waar hij onder de artiestennaam Cor Favor uitgroeide tot een ster. Niet alleen scoorde hij nationale hits als ‘Mama tiene que llorar otra vez’ (‘Mama moet weer huilen’, 2001) en ‘La zorrita del rincón’ (‘Het kleine hoertje op de hoek’, 2002), ook maakte hij zich met zijn Gerard Cox-persiflage uiterst populair bij de in Managuay verblijvende ondernemers en vakantiegangers uit zijn vaderland.

Tegenwoordig heeft de volkszanger zijn eigen kroeg: bar CORazón, aan de oever van het Lago de Agua in de jungle van Noord-Managuay. Hij is inmiddels gescheiden van zijn eerste liefde en woont nu samen met de achttienjarige Felicia, met wie hij vier kinderen heeft. Daarnaast heeft hij nog negen kinderen uit twee eerdere huwelijken, uit drie lat-relaties en uit één keer ‘poereloeren na een pilsje’.

Foto Guillermo del Barrio

Soap onderminister in Haïti duurt voort


PORT-AU-PRINCE – Opnieuw komt onderminister voor Toerisme Francisco Barón in opspraak. In plaats van rampgebied Haïti te verlaten of financiële toezeggingen te doen, maakte hij een wandeling door een door de aardbeving verwoeste sloppenwijk, waar hij bovendien uit een ruïne een spel Mens-erger-je-niet meenam.

Volgens de onderminister ging het om ‘een cultureel uitstapje’. De ontvreemding van een doos Mens-erger-je-niet (Hombre! No te enfada) schaart hij onder ‘recycling’, want ‘wie zo woont, gaat niet rond de tafel zitten om met zijn kinderen een spelletje te doen.’ Een anonieme medewerker van het hotel van Barón meldt dat zijn kinderen het verblijf op het door rampspoed geteisterde Haïti als ‘vet saai’ zouden hebben betiteld.
De soap rond de onderminister, die tijdens zijn vakantie werd overvallen door de aardbeving, maar weigert terug te keren, wordt met de dag groter. Barón stelt dat hij op werkbezoek is. De regering-Jamón heeft nog geen verklaring afgelegd. Wel beginnen zich volgens dissidenten voorzichtig de eerste signalen van nervositeit bij het generaalsregime af te tekenen. Bij een spontane inzamelingsactie voor Haïti, zeldzaam in het straatarme Managuay, zette de lokale overheid zeven tanks in, een ammoniakkanon en mosterdgas.
Mosterdgas is Managuays belangrijkste exportproduct.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Eindejaar

Vreugdevuur in San Cristóbal, 31 december 2012

Ramira (17) rookt doodgemoedereerd een shaggie op het plein van San Cristóbal, een stadje in de Managuayaanse Andes. Vriendin María (18) veegt met anderen de restanten van het nieuwjaarsvuur bijeen. Elke keer als deze haar een nagloeiende stoelpoot of speelgoedbazooka toeslingert, duikt Ramira opzij. ‘Gevaarlijk? Welnee,’ lacht ze. ‘Iedereen heeft hier derdegraads brandwonden in januari.’

Jaarwisselingen in Managuay zijn berucht. Het patroon is dit: met Oud en Nieuw vallen honderden doden en gewonden, de politie blijft op haar post en in de ochtend verklaart de Staatsgezondheidsdienst dat alles rustig is verlopen. Zo ook dit jaar. De werkelijkheid is echter anders: metropool Mataquintos snoof tot het ochtendgloren, in het jungleachtige noorden slingerde men naakt aan lianen en op de pampa’s van het zuiden vonden weer de met drank overgoten lamarodeo’s plaats. En in de Andes, in het westen, streefde elk plaatsje naar het hoogste vreugdevuur. 

Dit jaar streek San Cristóbal met de eer: de vlammen reikten wel 21 meter hoog. Het resultaat van gemeenschapszin, stelt Geraldo Puños (59), een van de vegers op het plein. ‘Aan de brandstapel draagt iedereen zijn steentje bij,’ zegt hij. ‘Een oud kastje, een stoel.’ Zelfs de overheid deed mee: de Immigratiedienst doneerde zevenhonderd in beslag genomen panfluiten van illegale Bolivianen, en één beenprothese.

Het vreugdevuur is simpelweg een traditie in San Cristóbal. Na middernacht vormen de mannen uit het stadje een kring en dansen er zo dicht mogelijk tegenaan. Wie als eerste zijn snor schroeit, krijgt – behalve rode blaren in zijn gezicht – de unieke kans om de nacht door te brengen met een scholiere naar keuze.

Ramira lacht: afgelopen maandag was zij zo’n scholiere. ‘Ik wist van toeten noch blazen, ik vond er niks aan. Toen hij zijn vriendengroep ging halen, ben ik hem snel gepeerd!’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Pensioenen Managuay: tevredenheid alom

Adriana Moreno en haar dochter Jennifer

Ondanks het gerommel rond de pensioenen in Managuay is Adriana Moreno, een alleenstaande, werkende moeder uit de sloppen van Mataquintos, content met het resultaat dat de vakbeweging van haar beroepsgroep heeft bereikt. ‘Doorwerken tot mijn 78ste en dan krijg ik een geit. Daar kan ik een maand van eten.’ En daarna? ‘Terug de prostitutie in.’

De gemiddelde levensverwachting van vrouwen in Managuay bedraagt 59 jaar.

Nieuw parlement in Managuay


MATAQUINTOS – De ‘democratie volgens de Managuayaanse weg’ zette gisteren een nieuwe stap met de parlementaire benoemingen door generaal Jamón.

Het staatshoofd van de militair-democratische republiek presenteerde pas rond elf uur in de avond – naar eigen zeggen ‘vanwege staatszaken’ – een lijst van de door hem uitverkoren parlementariërs. Volgens een vertrouweling echter had Jamón plots ‘nodig moeten kakken’, waardoor de bekendmaking vertraging opliep.
Het parlement van 100 zetels wordt als volgt ingedeeld: Socialistische Partij 26, Liberale Partij 26, Christelijke Unie 21, Tequilapartij 21, Partij voor Paco (PPP) 2 en overige partijen 5. De constatering van het feit dat het aantal zetels hiermee op 101 uitkomt, deed Jamón af met: ‘Dan zetten ze er maar een bij.’
De score van de PPP wijst erop dat de pogingen van voorman Paco Tornado om zijn zieke moeder aan werk te helpen, zijn geslaagd. Zijn voornaamste doel echter, het uitzetten van alle Bolivianen die zich met de productie van ondeugdelijke panfluiten hebben schuldig gemaakt (en dat zijn ze allemaal, volgens Tornado), zal hij er waarschijnlijk niet mee verwezenlijken.
Alle betrokken partijen hebben generaal Jamón inmiddels een bedankbrief, een bloemstuk en een minderjarige prostituee gestuurd.