Sterspeler mist WK door blessure

Het Hernando Siles Zuazo-stadion in La Paz, Bolivia


LA PAZ – De Managuayaanse topvoetballer Adán Ropa heeft zaterdag een ernstige blessure opgelopen die hem deelname aan het WK voetbal belet. Overigens zullen zijn medespelers evenmin naar Zuid-Afrika afreizen, gezien de povere prestaties van het nationale elftal in de kwalificatieronde.

Ropa gaf tijdens een vriendschappelijke interland tegen aartsvijand Bolivia een hakballetje voor het standbeen langs, wat een heftige pijn in de hamstring opleverde. Ropa dook direct naar de grond. Toen de Boliviaanse middenvelder Panza hem overeind wilde helpen, noemde een emotionele Ropa hem een bezitter van het Downsyndroom die lijdt aan een ernstige celdelingziekte. Daarop sprak Panza het vermoeden uit dat Ropa’s moeder een onfortuinlijk met tuberculose besmette courtisane is.

Deze woordenwisseling was voor de rechtsbuiten van Bolivia reden om zijn machete vanonder zijn tenue te halen, waarop de ook de complete Managuayaanse verdediging het kapmes tevoorschijn trok. In de daaropvolgende slachtpartij ontbraken de coaches van beide teams om hun spelers tot kalmte te manen. De Managuyaanse bondscoach Eduardo Vianda Charculo verklaarde achteraf: ‘Er is een tijd van lullen, en er is een tijd van hakken.’

De internationale voetbalbond FIFA overweegt om het fouilleerbeleid voor toeschouwers voortaan ook op de spelers van Managuay toe te passen.

Autobond voor beprijzing, maar niet helemaal


MATAQUINTOS – De leden van de Managuayaanse autobond zijn voor een vorm van rekeningrijden, maar onder strikte voorwaarden. ‘Natuurlijk is een belasting de beste manier, maar het kan niet zo zijn dat we ook echt moeten gaan betalen.’

De regering-Jamón discussieert al weken over een vorm van kilometerheffing om de exploderende verkeersdrukte in toom te houden. De Algemene Managuayaanse Bond voor Auto’s en Paardenkarren (AMBAP) telt inmiddels 33 leden, een stijging van circa 50% ten opzichte van vorig jaar.
De AMBAP-leden zijn tegen een vorm van kilometerheffing waarbij een kastje in elke auto wordt geplaatst. De militaire junta wil auto’s met zo’n kastje, dat de kilometers registreert en waarop een mitrailleur kan worden gemonteerd, kunnen vorderen om zo ‘in noodgevallen’ de vuurkracht van het Managuayaanse leger op te krikken.
Ook de permanente plaatsing van een overheidsdienaar op de achterbank kan op weinig steun rekenen van de AMBAP-leden. Zo’n ambtenaar schat het aantal afgelegde kilometers in en dient zo nu en dan bij zijn tante te worden afgezet.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Hammarskjold

Schrijver Sergio Sánchez Hammarskjold

‘Mario Vargas Llosa? Een armoedige prutser.’ In het rimpelige gezicht van Sergio Sánchez Hammarskjold komen drie gaten in actie: zijn ogen spuwen vuur, zijn mond klemt de pijp vast en zijn neusgaten doen twee rookpluimpjes de kamer in dwarrelen. ‘Met zijn boeken doe ik wat de gemiddelde Managuayaan ermee doet: ik schuif ze onder een afgebroken tafelpoot.’

Gegniffel in de videohoek van het Hammarskjold-museum. Waar de schrijver is, is de verongelijktheid nooit ver weg. De man zelf is overigens ook niet ver weg: hij zit aan een tafeltje in de hoek nauwlettend toe te kijken, af en toe nippend van de aguardiente die zijn vrouw hem bijschenkt. Het Hammarskjold-museum is bij Hammarskjold thuis, en dat maakt het gegniffel behoorlijk ongemakkelijk.

Sergio Sánchez Hammarskjold is een auteur die er prat op gaat nog nooit een heuse roman te hebben geproduceerd.
In Managuay, waar tachtig procent van de bevolking niet kan lezen, en de overige twintig daar gewoon geen zin in heeft, moet een schrijver zich toeleggen op praktische teksten. ‘Toegepaste literatuur’ noemt Hammarskjold het. Hij schrijft handleidingen, snackbarmenu’s en productinformatie. Met succes: zijn Ingrediënten & Voedingswaarde per 100 ml van de literflessen Pipo Papajapap geldt als een klassieker in het genre.

Een uitvergroting van dat etiket, omgeven door enkele flessen pap, vormt dan ook het hart van de expositie. De formule om Hammarskjolds schrijfsels te omringen met relevante voorwerpen is even simpel als doeltreffend. Op de salontafel: de aangegeten burrito bij het menu van snackbar El Pollo Loco uit 1987. Op de vensterbank: het getraliede raam uit martelcentrum Horror Máximo met ernaast een ongebruikte wegwijzer (‘Uitgang’). Als bezoeker begrijp je in één klap wat de teksten van Hammarskjold zo effectief maakt. Je vraagt je af wat de illustratie geweest zou zijn bij een ontbrekend werk als Inventarisatie van lijken na de opstand van San Fernando, 3 maart 2010, A t/m M.

Bij het verlaten van de woning stuiten we op een tafeltje met pennen en papieren, waarop een manshoge, kartonnen versie van de schrijver prijkt. Er is iets op gekalkt. We buigen ons voorover en lezen: ‘Steun mijn volgende werk: het telefoonboek van Managuay. Vul naam en nummer in op de stippellijn.’
Noud Nijssen

Foto Abrán del Tubo

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Soap onderminister in Haïti duurt voort


PORT-AU-PRINCE – Opnieuw komt onderminister voor Toerisme Francisco Barón in opspraak. In plaats van rampgebied Haïti te verlaten of financiële toezeggingen te doen, maakte hij een wandeling door een door de aardbeving verwoeste sloppenwijk, waar hij bovendien uit een ruïne een spel Mens-erger-je-niet meenam.

Volgens de onderminister ging het om ‘een cultureel uitstapje’. De ontvreemding van een doos Mens-erger-je-niet (Hombre! No te enfada) schaart hij onder ‘recycling’, want ‘wie zo woont, gaat niet rond de tafel zitten om met zijn kinderen een spelletje te doen.’ Een anonieme medewerker van het hotel van Barón meldt dat zijn kinderen het verblijf op het door rampspoed geteisterde Haïti als ‘vet saai’ zouden hebben betiteld.
De soap rond de onderminister, die tijdens zijn vakantie werd overvallen door de aardbeving, maar weigert terug te keren, wordt met de dag groter. Barón stelt dat hij op werkbezoek is. De regering-Jamón heeft nog geen verklaring afgelegd. Wel beginnen zich volgens dissidenten voorzichtig de eerste signalen van nervositeit bij het generaalsregime af te tekenen. Bij een spontane inzamelingsactie voor Haïti, zeldzaam in het straatarme Managuay, zette de lokale overheid zeven tanks in, een ammoniakkanon en mosterdgas.
Mosterdgas is Managuays belangrijkste exportproduct.

Inhuldiging Oranje in Amsterdam: waarschuwing


Vanwege de inhuldiging van het Nederlands elftal wordt verwacht dat vanuit het hele land panfluitbendes uit Managuay naar Amsterdam zullen reizen. Het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) heeft, in samenwerking met het Managuayaanse Toeristenbureau, de volgende lijst met waarschuwingen opgesteld:

  • Blijf niet te lang luisteren naar panfluitmuziek.
    Als u bij het tweede refrein van ‘El condor pasa’ nog staat, zijn de bendeleden/muzikanten op de hoogte van uw beperkte beoordelingsvermogen. En de plek van uw portemonnee.
  • Geef geen geld.
    U zult gezichtsverlies lijden. Als u wilt betalen voor panfluitmuziek, heeft u waarschijnlijk al een tijdje staan luisteren. De bendeleden/muzikanten hebben uw portemonnee dus al lang in hun bezit. U zult in een lege broekzak tasten zodra u een stap zet richting die vieze rieten hoed.
  • Wijs geen Managuayaanse vrouwen de weg.
    Vrouwen die bij panfluitgroepen rondhangen, zijn nooit de weg kwijt. Zodra u met ze meeloopt, belandt u in een steeg waar u wordt beroofd, of in een peeskamer die lang niet gedweild is (gatsie).
  • Ga niet zitten op veelkleurige doeken.
    Wordt u aangeboden om plaats te nemen op een karakteristiek, veelkleurig stuk stof, weiger dan beleefd. De doeken zijn dragers van schaamluis, het syndroom van Gilles de la Tourette en oude tanden.
  • Weiger drank.
    Als een panfluitmuzikant u een fles Managuayaanse rum of tequila voorhoudt, sla die dan af. Niet om hygiënische redenen (alcohol desinfecteert), maar het smaakt gewoon heel, heel goor.
  • Vraag om een identiteitsbewijs.
    Als de panfluitmuzikanten uit een ander Zuid-Amerikaans land dan Managuay komen, zoals Bolivia of Ecuador, zijn alle bovenstaande waarschuwingen niet van toepassing.

Pas goed op uzelf! Ben uw broeders hoeder.

De vinding van Johan Pelle Witsema

De eerste reclameposter voor de ChakaKoko (1976)
Johan Pelle Witsema uit Lemmer kwam in 1975 naar Managuay met een droom: binnen twintig jaar zou hij het hele Zuid-Amerikaanse land aan de kaasschaaf hebben. Maar helaas: deze natie van vleeseters zag kaas als minderwaardig. Waarom jong belegen kauwen als er ook paella met lamalever is, en cuy, opengesperde cavia van de grill?
Witsema liet zich echter niet kennen en kwam door een gelukkig toeval – hij hakte zijn linkerhand af met een machete tijdens het openen van een kokosnoot – op een briljant idee: de kaasschaaf is een geweldig middel om die harde kokosschil te verwijderen! Met zijn revolutionaire ‘ChakaKoko’ bracht Witsema de huisvrouwen van Managuay buiten zinnen en binnen drie jaar was hij miljonair (in Managuayaanse peso’s, dat wel).

Lang heeft Witsema echter niet van zijn succes kunnen genieten: in 1978 drong de machetemaffia zijn villa binnen. De kapmesverkopers schaafden zijn scalp kaal, groeven Witsema tot aan zijn schouders in zijn eigen tuin en stenigden hem met ongeschaafde, dus harde, kokosnoten.
De ‘ChakaKoko’ rest als het tastbare bewijs van Nederlandse ondernemerszin overzee.

Internationaal netwerk Managuay verbrokkelt

Het Cultureel Centrum van Managuay in Sint-Petersburg

MATAQUINTOS – Het internationale netwerk van ambassades, consulaten en culturele centra van Managuay verbrokkelt, zo laat de teloorgang van de vestiging in Sint-Petersburg zien.

Het Cultureel Centrum van Managuay in de Russische tsarenstad is inmiddels verlaten, zo stelde de Nederlander Egbert Hartman vast. Het statige pand aan de Severny Prospekt was ooit een levendig ontmoetingspunt van de Russische avant-garde, met kunstenaars en schrijvers als Vladimir Vojnovitsj, en de Managuayaanse, met klaplopers en prostituees als Marta de Pokdalige Weduwe.

De laatste bewindvoerders van het Centrum waren de stagiairs Sílvia Sommer en Emilio Parmanto, die bij hun aantreden een met alle technische voorzieningen geëquipeerde instelling aantroffen. Nu is door de scheefhangende luxaflex slechts een achterglaten telraam te zien.

Sommer en Parmanto liepen eerder een korte stage op de redactie van dit nieuwsblog. Het internationale opsporingsbevel is nog steeds van kracht, dus als u ze ziet, laat u het ons dan vooral weten.

Lees ook: Uw hoofdredacteur zegt: excuus

Pong: Legacy

Een computerspelletje als basis voor een actiefilm: het is vaker gedaan. Geeft Pong: Legacy het genre een eigen draai? Absoluut niet.

Regisseur Andrés Iñigo nam Pong als uitgangspunt. Het klassieke tennisspel uit 1972 is nog steeds razend populair in Managuay, al wordt gevreesd of het compatibel is met de Commodore 128, die binnenkort uitkomt. Iñigo verzon een verhaal waarin een fanatieke Pong-speler uit de krottenwijken van San Luís plots in zijn Atari wordt gezogen en in een duistere wereld belandt waarin twee boze, witte rechthoeken hem heen en weer kaatsen over een stippellijn. Aardig uitgangspunt, maar na de wervelende intro was het geld kennelijk op en vervolgens zit je als toeschouwer twee uur lang naar een oersaai potje Pong te kijken. Regisseur Iñigo is echter een achterneef van generaal Jamón, dus: in 3858 zalen. Jammer.

Why Obamacare Needs a Dose of South America

Patiently waiting sick people in Mataquintos, Managuay

By Hunter B. Knob

At first glance, you would say there is nothing the United States could learn from a South American banana republic like Managuay.
Income equality in the military dictatorship, according to data collected by the United Nations Development Programme, is comparable to that in Third World countries like Cambodia and Uganda. Education, or the lack of it, leads to an outrageously high number of school dropouts and teen pregnancies. The military junta, headed by general Jamón, in 2010 spent more money on golden shoulder pads for their army uniforms than on infrastructure. I hear you think: that’s just like the US, what’s there to learn?

Not so fast.

Surprisingly, when it comes to health care the Managuay generals have made more decisions in line with the ideas of the Founding Fathers than the current regime in Washington. They’re all about that one principle that the Obama administration seems to deem just a little bit less important than others: freedom.

Take Obamacare’s much-criticised individual mandate. In Managuay’s parliament, proposing a law that requires every citizen to purchase health insurance would mean political suicide. Admittedly, it would mean actual suicide, since the military junta prefers its members of parliament to play cards instead of interfering in the business of government – but still.

Administrative obligations are looked down upon by most Managuayans, be it government officals or factory workers. Naturally, the main reason is the country’s widespread illiteracy – 80% – but there’s also an ideological component. Government shouldn’t do what the people are perfectly capable of doing. Moreover, health care is regarded as something between doctors and patients. The central government chips in and makes sure every important treatment is available to most, but the rest is left to the free market.

On paper, it works out like this: if you’re ill, you go to a doctor.
The doctor cures you, and you pay. Plain and simple. Of course, reality may be different sometimes – you go to a doctor, but he has no time, or you go to a doctor and he won’t cure you before he’s slept with your wife, or he tries to cure you but hits an artery in the process, forcing you to take a horse carriage for an emergency treatment in a hospital three hours away – but that’s reality and you can fix that.

What it boils down to is the fact that Managuayans have the freedom to live and the freedom to suffer horrible pains. In four words: freedom at its purest.
That is the ideological blueprint. Isn’t it ironic that in the so-called land of the free the administration holds a completely different ideology?

Let’s now wait and see how many Supreme Court justices have been on vacation to Managuay – or still need to go.

Eerbetoon aan Videla: dissidenten uit vliegtuig

De Río de la Plata, gezien vanuit de lucht

MATAQUINTOS – De militaire junta van Managuay voert extra dodenvluchten uit vanwege het overlijden van Jorge Videla, ex-dictator van Argentinië. De ‘saluutworpen’ zijn bedoeld als eerbetoon.

De Argentijnse dictatuur (1976–1983) staat erom bekend dat ze verschillende malen politieke tegenstanders gedrogeerd uit een vliegtuig in de Río de la Plata heeft geworpen. Buurland Managuay, tegenwoordig de laatste dictatuur van Zuid-Amerika, heeft die traditie overgenomen. Generaal Hérculo Pinto de Caña, minister van Foltering en Milieu: ‘Voordat Videla kwam, gebruikten we in Managuay duikplanken en een zwembad. Nu weten we dat het met vliegtuigen en de Atlantische Oceaan gewoon beter werkt. Een groot staatsman is heengegaan. ‘

Aangezien de Managuayaanse overheid geen toestemming heeft gekregen om door het luchtruim van Argentinië te vliegen, gooit het haar dissidenten in de Zuidelijke Woestijn, pal aan de Argentijnse grens. Het is de bedoeling dat de ‘saluutworpen’ doorgaan tot aan Videla’s begrafenis. Pinto de Caña: ‘Het is nog niet bekend wanneer die zal zijn, maar maakt u zich geen zorgen: wij hebben dissidenten genoeg.’

Videla overleed afgelopen vrijdag, op de dag dat de Managuayaanse junta in Nederland een eigen propagandaboek ten doop hield: Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek. Pinto de Caña spreekt van ‘een duistere wolk op een feestelijke dag’, maar ziet ook lichtpunten. ‘Als dat aandacht voor het boek genereert, levert het ons weer een paar extra knaken op, ja toch.’