‘Bolivia verwijderen is economische onzin’

Een spoorbrug in Bolivia

MATAQUINTOS – De oproep van de extreem-rechtse politicus Paco Tornado om Bolivia uit Zuid-Amerika te zetten is ‘economische onzin’.

Dat zei de nieuwe president van De Managuayaansche Bank Felipe Krauthammer gisteren in een talkshow op het politieke tv-kanaal Corrupción 24. ‘Tornado is een valse profeet. Zuid-Amerika is een werelddeel waar alle economieën, financiële instellingen en markten zijn verbonden. Bolivia daaruit weghalen, zou heel veel kapot maken voor Bolivia, maar ook voor ons. Met name autowegen, bruggen en spoorlijnen.’

Tornado reageert op de beschuldiging dat hij een valse profeet zou zijn met: ‘Nietes.’

Beroemde Managuayanen: Lópi, de Koning van de Wind

Lópi na de uitreiking van zijn 25ste gouden plaat in 1987

Een laatste zucht en hij was niet meer. Bernaldo Sánchez Knetemann, alias Lópi, ‘de Koning van de Wind’, is vanochtend na een kort ziekbed overleden. Lópi groeide de afgelopen decennia uit tot een onwaarschijnlijke volksheld door het laten van winden tot kunst te verheffen. Hij is 79 jaar geworden.

El Rey Rectal, De Berdien Stenberg van de Korte Fluit, El Analísimo – de bijnamen waren talrijk. Lópi bracht het eenvoudige volksvermaak van zijn zuidelijke geboortegrond – scheten laten op de melodie van straatdeuntjes, oftewel petomanie – naar de podia van de grote theaters van Managuay. Scepsis wist hij te overwinnen door zijn charme, maar vooral door een meesterlijke beheersing van zijn anus te koppelen aan een absoluut gehoor.
De grote doorbraak volgde na een optreden in het Koninklijk Theater van Mataquintos in 1964, waar de toenmalige militaire junta aanwezig was. Lópi opende met de mars uit de Notenkraker-suite van Beethoven, waarna hij virtuoos de hymnes van alle negentien provincies van Managuay achter elkaar blies. Het leverde hem een onverwachte staande ovatie op van generaal Biftec (en een ernstige sluitspierblessure).
Chansonnière en amateur-petomaan Miercoles Sosa roemt Lópi’s missiewerk. ‘Vroeger was het laten van een scheet iets waar je je voor schaamde. Tegenwoordig is het een eerbaar beroep.’ Sosa is tevens jurylid van de petomanenjacht Trompeta.
De laatste jaren bracht Lópi, doof en incontinent, door in zijn villa op de pampa’s, slechts vergezeld van zijn jongste zoon en zijn persoonlijke kurkenmaker. Lópi overleed aan een darmontsteking.

Sócrates dood, Aristóteles krijgt nieuwe lever

Sócrates, een held in Brazilië

LA LIBERTINA – Amper is de Braziliaanse topvoetballer Sócrates overleden of diens broer, Aristóteles, maakt een doorstart via een succesvolle levertransplantatie.

Beide broers leidden voetballevens die parallel liepen aan elkaar, totdat Sócrates gisteren op 57-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een darminfectie. Hun onbezorgde jeugd in het Noord-Braziliaanse Belém, waar ze opgroeiden met hun broers Archimédes, Pythagóras en buitenbeentje Rai, stond in het teken van voetbal. Maar waar Sócrates furore maakte met zijn hakballetje, liet Aristóteles een agressievere speelstijl zien: zijn ‘hakbal’ bestond uit een hoge lob, om vervolgens, terwijl de tegenstander naar de bal tuurde, met een Zwitsers zakmes snel een kootje van diens vinger eraf te kappen.

Het was dan ook snel duidelijk dat Aristóteles in het Braziliaanse voetbal niets te zoeken had, maar des te meer in het voetbal van buurland Managuay. Hij emigreerde, liet zich naturaliseren en werd begin jaren 80 aanvoerder van het Managuayaanse nationale elftal. Zijn eerste maatregel: het bewapenen van defensie, middenveld en aanval met mini-machetes in de kous. Terwijl Sócrates beroemd werd met de Goddelijke Kanaries, groeide Aristóteles uit tot een in Managuay legendarische speler die nog steeds vereenzelvigd wordt met het voetbal van de ‘Bloedrode Selectie’ van 1982, ook wel het gewelddadigste nationale team genoemd dat nooit aan een WK deelnam.

Ook buiten het veld spreidden de broers dezelfde interesses ten toon. Waar Sócrates een gediplomeerd arts was en een democratisch activist, kluste Aristóteles bij door – dronken – aderlatingen uit te voeren op wanhopige sloppenwijkbewoners en vroeg hij zich hardop af wanneer de toenmalige junta’s van Managuay en Brazilië gezamenlijk ‘agressor’ Frans Guyana zouden binnenvallen.

Beiden waren ook fameuze drinkers, die kampten met leverproblemen. Maar waar Sócrates een voorkeursbehandeling weigerde en zo feitelijk zijn eigen gezondheid in gevaar bracht, vroeg Aristóteles gisteren niet of zijn nieuwe lever legaal was verkregen, maar liet hem eenvoudigweg plaatsen. Het heeft hem weer een aantal jaren respijt opgeleverd.

Vakantieboekspel: Win een boek! (6)

Het is nog begin oktober, dus hoog tijd voor de Vakantieboek-prijsvraag van deze maand!

U ziet hieronder vier beroemde dieren uit Managuay.
Wie is uw favoriet?

Maak uw keuze en vertel ons waarom via info@managuay.info. De beste inzending wint een exemplaar van Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek!

A. 
Ini Mini, het koppige kogelvisje

B. Sally, de sombrerocavia

C.  Fifi & Pep, de komische lama’s


D. Reynaldo, de rokende brasem

Nazomer in Managuay: Het militaire pretpark

Antieke tanks worden goed onderhouden, zodat ze ook nu nog op bloedige wijze een opstand neer kunnen slaan

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: het Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland, annex pretpark, in Cabúm

Net als elke zichzelf respecterende dictatuur heeft ook Managuay een oorlogsmuseum. Het past perfect bij het land: leugenachtig, onveilig en afgebladderd.
 
Door Jens Mikkelsen

Het Museo Glorioso del Ejército y sus Guerras Gloriosas para la Gloria Superior de la Patria Gloriosa (Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland) is een museum annex pretpark in Cabúm, iets ten noorden van Mataquintos. Vóór de staatsgreep van 2006 was het een en al propaganda voor de toenmalige maoïstische dictatuur, iets waar de rechtse generaals zich altijd tegen verzetten. Toen zij eenmaal aan de macht waren, sloten zij het museum echter in hun armen. Waar ooit ‘maoïsme’ stond, staat nu ‘militarisme’, en klaar is kees.

Zodra je door de poort het terrein op loopt, over de met kinderkopjes geplaveide weg (échte kinderkopjes, van de Kinderdagverblijvenrevolte van ’98), wordt de omvang van het museumcomplex je duidelijk. Om het centrale gebouw heen, dat bestaat uit zeven loodsen, ligt een grasvlakte ter grootte van enkele voetbalvelden. Her en der klimmen kinderen in bomen en beelden van inmiddels verdreven, verguisde of gerehabiliteerde dictators, van zowel maoïstische als militaire snit.

Draaimolens staan tussen tanks uit elk decennium van de vorige eeuw. De voertuigen zijn opvallend goed onderhouden, zelfs de oudste. Dat komt, laat ik mij later door een conciërge vertellen, omdat het Managuayaanse leger nogal eens een antieke tank nodig heeft om een opstand neer te slaan en een van de modernere exemplaren het niet meer doet. ‘Komt dat vaak voor?’ vraag ik. ‘Niet zo vaak,’ luidt het antwoord. ‘Eens per maand.’

Terwijl ik de op de grond liggende, doorgeladen kalasjnikovs omzeil – niet aanraken, had de conciërge nog gezegd, die zijn vergeten door dronken soldaten die ’s nachts nog even in de botsauto’s gaan – bereik ik het museum zelf. Het is het paradijs voor elke nationalistische Managuayaan: overal de rood-wit-blauwe vlag, opgepoetste oorlogswapens en af en toe een opgezette lama in bladgoud.

Pronkstuk is de Glorieuze Zaal van Groot-Managuay. Achter een klein fonteintje hangt, aan de muur, een enorme geschilderde landkaart van Groot-Managuay. Op het eerste gezicht lijkt het me vooral een kaart van Zuid-Amerika – en dat klopt. Groot-Managuay is niet het huidige, door land ingesloten staatje met wat extra grond erbij, maar alle gebieden tussen de Galápagos-eilanden (nu Ecuador), de monding van de Amazone (Brazilië) en Patagonië (Argentinië). De Managuayaanse regering, en dus ook de huidige militaire junta, claimt praktisch heel Zuid-Amerika sinds 1527.

Wat frustrerend. Het is niet eenvoudig om Managuayaan te zijn.

Couleur locale: Het stadion van Los Impotentes

Los Impotentes, de voetbalclub van San Luís, staat voor lekker eten. Van oudsher stromen de toeschouwers tijdens de rust het stadion uit om een snelle snack te halen bij een van de vele kraampjes.
Sinds twee jaar echter komen de resultaten van de ploeg overeen met de clubnaam, en is het eetgedrag veranderd: de snack is een maaltijd van anderhalf uur geworden, plus een kwartier pauze, en daarna gaan alle fans weer naar huis.

Foto Rogelio de la Sierra

‘Curaçao moet banden met Nederland verbreken’

De ontslagen premier Gerrit Schotte van Curaçao

WILLEMSTAD – Managuay heeft Curaçao opgeroepen uit het koninkrijk der Nederlanden te stappen. De uitnodiging is voor de zekerheid naar beide regeringen op het eiland gestuurd.

Op Curaçao ontstond afgelopen zaterdag politieke onrust toen de gouverneur van het eiland, een vertegenwoordiger van koningin Beatrix, een nieuwe interim-regering benoemde. De ontslagen premier Gerrit Schotte noemt dat een staatsgreep en weigert het regeringsgebouw te verlaten. Een ‘schandalige’ gang van zaken, zegt het Managuayaanse staatshoofd generaal Jamón in een verklaring.

‘Natuurlijk is het prima dat van hogerhand regeringen worden omvergeworpen,’ stelt Jamón, ‘maar niet door iemand van een ander volk, en zeker niet door een vrouw.’ Hij vervolgt dat ‘de militair-democratische republiek Managuay laat zien dat Latijns-Amerikaanse volkeren prima in staat zijn dictaturen van eigen makelij voort te brengen.’ Dat Schotte beschuldigd wordt van banden met de maffia, is volgens de generaal van ondergeschikt belang. ‘Sinds wanneer is dat een probleem? Kijk naar Suriname.’

Jamón zegt te weten wat de Curaçaoënaars willen: ‘rust en stabiliteit, zoals bij ons.’ Mogelijk doelt hij daarmee op het statistische gegeven dat in Managuay – heel voorspelbaar – elke zes jaar een andere regering aan de macht komt door middel van een staatsgreep. Volgens dat schema zou Jamón dit jaar nog ruim baan moeten maken voor de maoïstische rebellen. Daarvan rept de verklaring echter niet. UPDATE Demissionair premier Gerrit Schotte heeft naar verluidt vanochtend (Nederlandse tijd) het regeringsgebouw Fort Amsterdam in Willemstad toch verlaten.

Vakantieboekspel: de twaalfde winnaar! (slot)

De Engelstalige filmposter van No habrá más penas ni olvido 

Aan alle mooie dingen komt een eind, en dat geldt ook voor het grote Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek-vakantieboekspel. Na een jaar ouderwetse online gezelligheid kwamen we in editie 12 tot de vraag: wat is de Managuayste film?
Ziehier: de Managuayste-film-top-10!

10. De verzamelde toespraken van Fidel Castro in 74.906 uur (1961, F. Castro)
9. Amores perros (2000, Alejandro González Iñárritu)
8. El laberinto del fauno (2006, Guillermo del Toro)
7. La muerte de un burócrata (1966, Tomás Gutiérrez Alea)
6. Kiss of the Spider Woman (1985, Hector Babenco)
5. Sexo con amor (2003, Boris Quercia)
4. Brazil (1985, Terry Gilliam), ingezonden door Alexander Beffers
3. Holland Doc: Paranoia Paraguay (2009, Rob Muntz), ingezonden door Martino van Amerongen
2. The Emperor’s New Groove (2000, Marc Dindal), ingezonden door Herman Roovers

En de winnaar is…
1. Funny Dirty Little War (1983, Héctor Olivera)!

De gelukkige is Eelco Ligtvoet, vinder van dit werkje, dat ook wel bekend staat onder de titel No habrá más penas ni olvido. Een film, zoals de heer Ligtvoet schrijft, ‘weliswaar uit het land van vijand Argentinië, maar wel een die speelt in de periode dat er veel diplomatiek verkeer moet zijn geweest tussen de twee staten. En de plot moet Managuayanen wel bekend voorkomen.’ Dat denken wij ook.

Eelco Ligtvoet, mail ons uw adres, en wij sturen u een aardigheidje. En na 17 mei een exemplaar van Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek!

N.B. Wij nodigen hierbij alle winnaars van het Vakantieboekspel uit om op de boekpresentatie van 17 mei a.s. hun exemplaar persoonlijk in ontvangst te komen nemen!

Onderminister eindelijk terug van Haïti


MATAQUINTOS – Francisco Barón, de onderminister voor Toerisme, is na een vakantie op Haïti eindelijk teruggekeerd naar Managuay. Toen hij tegenover de pers wederom verklaarde dat hij op werkbezoek was geweest, stapten zijn vrouw en vier kinderen in strandkleding het vliegtuig uit.

Terwijl Barón benadrukte dat hij ‘interessante economische partners’ had gesproken, klopte zijn vrouw het zand uit zijn jaszakken. Op de vraag in welke sectoren Haïti de komende tijd het meeste kansen biedt, antwoordde hij: ‘De bankensector, zonder enige twijfel. Haïti wordt het wereldcentrum van hypotheek- en verzekeringshandel.’ Een journalist die de bouwsector opperde, werd door de onderminister toegebeten ‘een nul’ te zijn.
Barón brak het gesprek af toen zijn jongste zoon hem vroeg om zijn opblaasbare krokodil (zie foto) leeg te laten lopen.

1700: Cristina Truita Merluza


Cristina Truita Merluza (1677-1734) is misschien wel de minst omstreden figuur uit de Managuayaanse geschiedenis. Als dochter van een koopman uit Cádiz maakte zij in 1685 de oversteek naar Zuid-Amerika, waar haar vader een tabaksplantage begon. Cristina trok zich het lot van de arme slaven aan. Ze stichtte in 1700 een hospitaal, bekwaamde zich in wondverzorging, tandheelkunde en verloskunde en werd immens populair onder de inheemse bevolking van de toenmalige Spaanse kolonie. Totdat haar vader uit jaloezie haar schedel brak met een kokosnoot, onder het uitroepen van: ‘En waar ben je nou, met je wondverzorging?’

De Managuayanen hebben Cristina tot op de dag van vandaag in hun hart gedragen en koesterden haar geboortehuis, een eenvoudige plaggenhut die beetje bij beetje is uitgebouwd tot een schitterende villa in barokstijl. In 2003 echter sloopte de stad San Pedro het gebouw om er een modern wooncomplex neer te zetten (foto, complex nog steeds in aanbouw).