Cocaïneproductie neemt toe sinds Dirk Kuijt

Voetballer Dirk Kuijt in het tenue van Liverpool F.C.


MATAQUINTOS – Sinds Dirk Kuijt in 2006 aantrad bij de Britse voetbalclub Liverpool, is de illegale cocaïneproductie in Managuay vervijfvoudigd.

Dat maakte de narcoticabrigade van het Zuid-Amerikaanse land dinsdag bekend. Het hoofd van de brigade, kolonel Vladimir Costas Peña, noemt het verband ‘opvallend’, maar kan zijn vinger nog niet leggen op de precieze oorzaak. ‘Wel komt er elke maand een cocaplantage bij ter grootte van twintig voetbalvelden,’ zegt Costas Peña. ‘En wie kent de grootte van een voetbalveld beter dan Dirk Kuijt?’

Kuijt, die dinsdagavond nog op de grasmat stond in de wedstrijd Manchester City–Liverpool (3-0), wilde na afloop niets kwijt over de kwestie. ‘Ik denk dat we redelijk gespeeld hebben,’ zei hij. ‘De 1-0 werd natuurlijk ingeleid door balverlies van mij, maar de keeper dook wel heel knullig over het schotje van Sergio Aguero heen.’

Overigens is in Managuay niet alleen de illegale, maar ook de legale cocaïneproductie geëxplodeerd: staatsbedrijf Chihuahua S.A. verdiende in 2011 48 miljard euro aan de verkoop van harddrugs. In 2006 was dat nog 12 miljard.

Cruijff moet voorbeeld nemen aan Zuid-Amerikaanse tegenhanger

Johan Cruijff

MATAQUINTOS – Het is tijd voor Johan Cruijff om de waarheid te spreken in de Ajax-soap. Zijn Managuayaanse tegenhanger Julio Moreno, clubicoon van het hoofdstedelijke FC Puta Madre, doet dat beter.

Door Jens Mikkelsen

Meneer Moreno, de raad van commissarissen van FC Puta Madre heeft zonder u in te lichten Ludovico Nariz Achatada als algemeen directeur aangesteld. Stapt u nu op?

Zeker weten. Maar misschien ook niet. Kijk, in ieder geval is dit ver beneden peil. Ik heb vorige week woensdag nog de voorzitter van de raad van commissarissen twee uur lang geïntimideerd, en daarbij is de naam van Nariz Achatada niet één keer gevallen. Dat is natuurlijk volledig onbeschoft.

U heeft hem geïntimideerd?
Dat zijn jouw woorden. Ik heb gewoon gezegd: miljarden mensen kennen mij, de voorzitter van de Zuid-Amerikaanse bond CONMEBOL kent mij, ik bel zo een hoge pief bij de junta op om te vragen of hij met een tank vier keer over je heen rijdt. Dat zijn feiten. Luister, die vier commissarissen zijn hier drie maanden geleden binnen komen rollen en willen de hele boel gaan uitmaken.

En dat kan niet.
Dat kan ík wel, maar zij niet.

Hoe kan het toch dat overal waar u opduikt, volwassen mannen beginnen te huilen?
Kijk, dat is logisch. Dat gebeurt als je innovatief bezig bent. Dan stuit je op weerstand. Ik ben ooit aangezocht om de hele technische toestand bij de FC op één lijn te krijgen. Als je dan ziet wat er nu gebeurt, vraag je jezelf af waar ze in godsnaam mee bezig zijn. O wacht, dat is dubbelop, want god, dat ben ikzelf natuurlijk.

Waarom maakt u altijd ruzie?
Ik maak geen ruzie. Ik eis alleen het recht op om overal in mijn eentje over te beslissen. Het zijn anderen die daar vervolgens ruzie over maken.

Critici zeggen: als u het zo goed weet, waarom wordt ú dan geen algemeen directeur?
Ha ha, dat ga ik niet doen. Stel je voor, dan moet ik straks nog verantwoordelijkheid dragen! Nee, laat mij maar lekker langs de zijlijn roepen, dan sterf ik straks als een eeuwige belofte.

Taal: El Dorado

Wegrestaurant El Dorado bij Picos Duros, Managuay

Wie zegt: ‘Ik ben bij El Dorado geweest,’ heeft doorgaans het legendarische opperhoofd van de Colombiaanse Muisca-indianen ontmoet die zich met goudstof bedekte, of is door de verdwenen stad vol rijkdommen gedwaald die de conquistadores ooit zochten.
In Managuay echter betekent het gewoon dat je weer eens bedorven lamaburger hebt gegeten en dus een pijnlijke nacht op het toilet hebt doorgebracht.

Foto Rogelio de la Sierra

Staatshoofd Managuay vermomd als bossanova-artiest door Brazilië

Antônio Carlos Jobim (1927–1994)

MATAQUINTOS – Generaal Jamón, het staatshoofd van Managuay, is onderweg naar Rio de Janeiro. Om niet in handen te vallen van de Braziliaanse politie, doet hij dat vermomd als bossanovamuzikant.

Voor de vermomming is inspiratie gezocht bij Antônio Carlos Jobim, de inmiddels overleden ster van de bossanova, een genre waaraan generaal Jamón eerder verklaarde ‘een tyfushekel’ te hebben. Hij ziet zich echter genoodzaakt tot de stap, aangezien de militair-democratische republiek Managuay officieel in staat van oorlog verkeert met Brazilië.

Generaal Popo de Mierda, die deel uitmaakt van de Managuayaanse delegatie: ‘Brazilië is sinds 1985 geen dictatuur meer. Iedereen heeft nu gelijke rechten. Prima, dat moeten ze zelf weten. Maar als je ooit hebt geprobeerd om Brazilië te veroveren door middel van een massale slachtpartij, heb je opeens géén rechten meer. Een beetje krom, als je het mij vraagt.’

Jamón is onderweg naar West-Afrika, waar Managuay afgelopen november bezittingen heeft verworven die worden gezien als overzeese gebiedsdelen. Het gaat onder meer om een putdeksel, een voetbalveld en een rotonde. De militaire junta van Managuay heeft nog geen onderhandelingen gevoerd met de betrokken regeringen van Marokko, Senegal en Gambia, maar voorziet op dat gebied geen problemen. ‘We nemen wat spiegels en kralen mee,’ aldus Popo de Mierda, ‘dat heeft daar in het verleden ook goed gewerkt.’

Op dat moment wordt het Managuayaanse reisgezelschap opgeschrikt door een voorbijrijdende auto van de Braziliaanse politie, en barst uit in een net iets te schril uitgevoerde versie van ‘The girl from Ipanema’.

Jens Mikkelsen vanuit Managuay: Recycling

Het maandelijkse nieuwsitem vanuit Managuay met correspondent Jens Mikkelsen – een van onze trouwste journalisten – gaat dit keer over het thema recycling. Hoe gaan ze in Managuay daarmee om? Wel, een ontmantelde chemische fabriek wordt keurig netjes hergebruikt – inclusief de giftige stoffen.

Nu is het pauze, maar na de zomer keert Jens Mikkelsen weer terug: elke laatste zondag van de maand een live verbinding met de Comedyhuiskamershow, een initiatief van het Comedy Huis

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Paus

De kerk in Mataquintos waar kardinaal Caramel de zondagsmis leidt

Rondom de tafel werpen twintig paar ogen een gespannen blik op kardinaal Angelino Armando Caramel. Deze tuurt, zweet, geeft een tikje tegen zijn baret, en draait dan met een machtige zwaai zijn rechterarm. Gelach, applaus. ‘Sí!’ Caramel balt zijn vuist van plezier: wéér gooit het hoofd van de rooms-katholieke kerk van Managuay elf bij de eerste worp, waarmee hij zijn inzet verdubbelt. Een medewerker van het illegale casino fluistert: ‘Craps is zijn favoriete dobbelspel. Hij komt hier direct na de zondagsmis.’

Voor het eerst heeft de wereld een paus uit Zuid-Amerika, maar het is de Argentijn Bergoglio geworden, oftewel Franciscus I. Wie zei dat kardinaal Caramel hoge ogen gooide, had het eerder over zijn gokverslaving: de Managuayaan was nooit een kanshebber en mocht zelfs niet naar het conclaaf komen. Voor Rome is Managuay een schandvlek die, zelfs na eeuwenlang boenen, maar niet van de toga gepoetst raakt. Het beleid: zo chic mogelijk negeren.

Maar dat is lastig. Van oudsher rijgt de Managuayaanse geestelijkheid de schandalen aaneen. Caramels voorganger, kardinaal Esposo, kreeg constant het verwijt dat hij zou baden in buitensporige weelde. Dat maakte hem zo woedend, dat hij geregeld zijn midweek shoppen in Madrid afzegde om het tegen te spreken. Beschuldigingen van seksueel misbruik pareerde Esposo evenmin handig. Lang bleef hij ontkennen dat zijn ondergeschikten homoseksuele affaires hadden met jonge jongens, want ‘onze priesters zijn échte mannen.’ Geen wonder dat de vorige paus hem ontsloeg. Diens keuze voor Caramel bleek echter ook geen gelukkige. Zijn bijnaam: ‘de hete tabberd’.

Kardinaal Caramel is klaar met spelen. Uitpuffend neemt hij plaats aan de bar en bestelt een verfrissing. ‘Whisky doble, on the rocks.’ Hij buigt zijn hoofd voor het gebed, alle omstanders bidden mee. Als we weer opkijken, kijken we in het grijnzende gezicht van Caramel. Hij heeft zijn borrel al op.

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Foto María Luísa Corazón del Ángel

Bevel: kolonel wordt prins carnaval

De carnavalsprins 2011 van Roipoipú, kolonel Gustavo I

ROIPOIPÚ – De carnavalsvereniging van Roipoipú heeft afgelopen zaterdag, onder dwang, een kolonel benoemd tot prins carnaval. Bij de saluutschoten vielen slechts twee doden.

Anonieme bronnen melden dat de regering-Jamón, nerveus geworden door de demonstraties van de afgelopen weken, de benoeming erdoor heeft gedrukt, tegen alle tradities in. De toeristensector vreest een debacle nu de kolonel, Gustavo Dolores, weigert om zijn sambawagen te bestijgen en iedereen met serpentines heeft gedreigd ‘neer te slaan als een Palestijnse stenengooier’. De oorspronkelijke prins, Rodolfo II, is in tranen, en in de gevangenis.

Het carnaval van Roipoipú, in het jungleachtige noorden van Managuay, is wereldberoemd. Voor een half miljoen stedelingen en toeristen begint op zondag 6 maart weer het feest dat wordt gekenmerkt door samba, verentooien en ongewenste tienerzwangerschappen.

Het carnavalslied van 2011 is wel gekozen: ‘Kom eens kijken bij onze dochter’, van Los 3 Pimpos.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: Lama’s

Een lama

Het Sint-Gribusplein in Mataquintos, zomaar een plein in Latijns-Amerika. Oude mannetjes dammen, dames kopen papaja’s, ergens wordt een bedelaar in elkaar gerost. Eén ding is echter typisch Managuayaans: het prieeltje met het lamabeeld. Student Vicente (22) staat erbij. Waarom? Hij toont ons zijn gouden hanger: een mannenlijf met een lamakop, omringd door zonnestralen. ‘Pacha Mama Lama. Ze beschermt ons.’

Het is moeilijk om het belang van de lama in de Managuayaanse cultuur te overschatten. Volgens de Manca-indianen schiep een lama zelfs de wereld: Pacha Mama Lama was boos op de eeuwige duisternis en schoot, aan het begin der tijden, een fluim weg waaruit de aarde ontstond. Het was zuur en stinkend speeksel, bestaand uit halfverteerd voedsel uit de maag. Volgens andere bronnen was ze dan ook gewoon verkouden. Hoe dan ook, niet voor niets siert een lama de Managuayaanse vlag.

Het beest vervult echter ook een praktische rol. Van de Andes met zijn lastdieren tot aan de schimmige wereld van de lamabordelen en filmproducties als Lama Fellatio II – overal wordt het dier gekoesterd. De elitetroepen van de Managuayaanse cavalerie zitten zelfs op lama’s. De beroemdste van hen schopte het zowaar tot het biljet van 200.000 peso: Lope la Llama bleek tijdens de Oorlog van de Vijf Papaja’s (1850-1852) zoveel slimmer dan de officier op zijn rug, dat hij tot generaal werd benoemd. Sindsdien erft elke lama de rang van zijn berijder, wat de resultaten van het Managuayaanse leger overigens behoorlijk heeft opgekrikt.

Op een hoek van het Sint-Gribusplein speelt een groepje scholieren Lamabord, een variant van Ganzenbord. Het gerol van hun dobbelsteen is bijna niet te horen, maar hun opgewonden kreten des te meer. ‘Nu ik, nu ik! (…) Vakje 54. “Je richt een politieke partij op. Ga naar de gevangenis.” Ah, coño!’
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Heetste peper: de Fuego Infierno Volcánico

De Fuego Infierno Volcánico

Dit een oude paprika? Laat ons niet lachen. Op de foto staat de Fuego Infierno Volcánico, een chilipeper zo heet dat hem vastpakken alleen je met derdegraads brandwonden op de intensive care doet belanden. Managuayaanse ziekenhuizen brengen met deze rakker buitenlandse patiënten in coma voor een operatie door ze eraan te laten ruiken. Voor gewone Managuayanen is de Fuego een hartige snack.

De Fuego Infierno Volcánico is met een score van 7.200.000 Scoville-punten de heetste chilipeper ter wereld. Ter vergelijking: het langdurig uitlikken van een opengesneden Madame Jeanette van de Albert Heijn haalt 1200 punten en het blootsvoets over hete kolen lopen, waarna u met een aansteker de vellen van uw zolen brandt en dan met uw voetrestanten in het kruit van een exploderende mortierbom gaat staan, komt niet uit boven een schamele 5600.

In Managuay hebben ze daar lak aan: tandenknarsende peuters krijgen ’s nachts voor straf een Fuego Infierno Volcánico in het mondje gestopt. De volgende ochtend zijn ze gewend.

Rebellen beschimpen onderminister op Haïti

MATAQUINTOS – De maoïstische rebellenbeweging De Oplichtende Pad kritiseert de Managuayaanse onderminister voor Toerisme, die dinsdag met een cocktail en in zwembroek aan de rand van een zwembad in Haïti lag. ‘Schande,’ zegt De Oplichtende Pad in een perscommuniqué. ‘Is dat nu het voorbeeld voor onze arbeiders, drinken onder werktijd?’
De rebellen, die zich schuilhouden in de jungle, wisten het communiqué te bezorgen op het presidentiële paleis in hoofdstad Mataquintos. ‘Onderminister Francisco Barón is een profiteur’, staat erin, en ‘Die dure Speedo bevat een zieke adder’.
De Oplichtende Pad streeft de vestiging van een communistisch boerenregime na. Een van zijn speerpunten is matig alcoholgebruik. De beweging was tussen 1999 en 2006 aan de macht in Managuay, maar ging ten onder aan corruptie en drankzucht.
De rebellenbeweging is opgericht naar voorbeeld van Lichtend Pad, de maoïstische guerillagroepering die in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw terreur zaaide in Peru. Volgens critici echter is de naam geënt op rebellenleider Fernando Sapo, een meervoudig veroordeeld fraudeur met een padachtig voorkomen.