De cultus van Sint-Wesley

Het beeld van Sint-Wesley in zijn geboorteplaats, Lázaro

Sint-Wesley was de bijnaam van Wesley de Mañana Altivo (1922–1973), een rondreizende troubadour van de pampa’s van Zuid-Managuay. Diverse malen voorgedragen voor heiligverklaring door de paus, maar nooit geaccepteerd. Sint-Wesley is de beschermer van zuiplappen, hoeren, peukenrapers en lottobriefjesvervalsers – kortom: van iedereen die doet wat de zanger bij leven deed. In Managuay wordt hij vereerd als een god. Zijn enige standbeeld gebruikt men echter voornamelijk als hangplek om te roken en bier te drinken (foto).

Generaal: ‘Spaar de parkjes in Aleppo’

ruïne Aleppo
De verwoesting in Aleppo is groot

MATAQUINTOS – Generaal Jamón, het staatshoofd van Managuay, heeft opgeroepen tot een staakt-het-vuren in Syrië. Vooral de vernietiging van ‘al die leuke parkjes in Aleppo’ gaat hem aan het hart.

‘Generaal Jamón heeft goede herinneringen aan zijn middag in Aleppo met president Bashar al-Assad,’ zo verklaarde een regeringswoordvoerder gisteren. ‘Het was tijdens een mosterdgasruilbeurs in november 2011. Ze hebben samen een aardbeienijsje gegeten.’

Jamón is al jaren goed bevriend met Al-Assad. De twee kennen elkaar via Krachtige Leiders United, de internationale belangenvereniging van dictators. In zijn verklaring vergeleek de generaal de Syrische opstandelingen met kinderen. ‘Natuurlijk geeft een kind, als het iets wil, soms zijn vader een klap. Dat is normaal. Maar een vader slaat dan terug zoals het hoort: met de knokkels, en vol in het gezicht.’

Met de verklaring van generaal Jamón is overigens ook de verblijfplaats van Al-Assad eindelijk duidelijk geworden: hij is in Managuay. De woordvoerder: ‘Bashar zit hier te toepen en ook hij vindt het helemaal niet leuk wat er gebeurt.’

Militair escorte uit vliegtuig gezet

Een medewerker van TAM laadt de Managuayaanse vracht uit

PRAIA – Een officieel escorte van de Managuayaanse overheid is zondag uit een Braziliaans vliegtuig verwijderd. Tijdens een overstap op de Kaapverdische Eilanden bleken de militairen zich als verstekelingen in het laadruim te hebben verschanst.

Het zeskoppige gezelschap is met de nationale vlag van Managuay onderweg naar Utrecht, waar aanstaande vrijdag de presentatie van Het Grote Managuay-Vakantie-Doeboek zal plaatsvinden. De leider van het escorte, Pablo Allende, spreekt van ‘een slag in het gezicht’. De Managuayaanse minister van Propaganda, Rufus Vendetta Malpenso, noemt de verwijdering ‘het bewijs van arrogantie van een zogenaamde grootmacht in opkomst.’ Een woordvoerder van de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij TAM zei gisteren: ‘Zes overheidsbeambten verstoppen zich achter een pallet diepvrieskippen. En dat noemt zich een land?’

Het is nog onduidelijk hoe het Managuayaanse escorte vanuit Praia, de hoofdstad van de Kaapverdische Eilanden, de reis naar Utrecht gaat hervatten. ‘De Managuayaanse cultuur is warm en open,’ aldus Allende. ‘Ook hier zullen wij vrienden maken.’ Het is een publiek geheim dat Adalberto Silencioso, ‘De Pablo Escobar van Managuay’, regelmatig cocaïnevluchten uitvoert via Praia richting het Europese vasteland.

Duitse komkommerangst goed voor sopropo

Een partij sopropo’s

HAMBURG – Nu dankzij de EHEC-bacterie maar liefst 60 % van de Duitsers geen komkommers meer durft te eten, stijgen de kansen voor een echte Managuayaanse groente: de sopropo.

Immers, ook de sopropo of balsempeer stamt uit de komkommerfamilie (cucurbitaceae). Wel kent de plant andere eigenaardigheden: zijn onrijpe vrucht heeft een wrattige schil, het vruchtvlees smaakt bitter en het verse plantensap is giftig. De sopropo is, kortom, het Managuayaanse volk in zijn vegetale vorm.

Ondanks het feit dat de sopropo voor consumptie een aantal uur in zout water moet worden geweekt om zijn bittere, dodelijke bestanddeel momordicine kwijt te raken, verwacht de Managuayaanse Liga van Sopropotelers een explosieve stijging van de export. ‘Dankzij die Duitse groenvoervreters is onze sopropo straks exportproduct nummer één van Managuay,’ zegt Liga-voorzitter Pé Amalfi hoopvol. ‘Mosterdgas kan naar de tweede plek.’

Popfestival: leger grijpt in

Persfoto van Los Cojones anno 2010

TIERRA DUCATA – Vanwege uitspraken van de organisatie is muziekfestival Pop Pentecostés maandag ruw beëindigd door het leger.

Het gerucht ging gisterochtend dat festivalbaas Juan Smatés thuis, vanachter de krant, tegen zijn vrouw, zou hebben gezegd dat als de regering-Jamón de voorgenomen bezuinigingen op cultuur daadwerkelijk gaat uitvoeren, ‘Pop Pentecostés het nog wel eens moeilijk zou kunnen krijgen.’ De minister van Defensie reageerde onmiddellijk met het sturen van twee tankdivisies en een bataljon parachutisten.

De militairen arriveerden binnen twee uur op het festivalterrein in Tierra Ducata in Zuid-Managuay, waar zij het hoofdpodium in lichterlaaie zetten. De band Los Cojones, die voor het optreden het fenomenale bedrag van 1,3 miljoen peso (ca. 53 euro) mocht toucheren, probeerde door te spelen. Toen een panfluit echter vlam vatte, werd het optreden gestaakt.

Wie het gerucht rond festivalbaas Smatés verspreid heeft, is niet bekend gemaakt. Smatés overweegt een echtscheiding.

Nazomer in Managuay: Barbecue

Varken aan het spit: de Managuayaanse culinaire traditie staat dicht bij de natuur, en bij een voedselvergiftiging.

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: barbecuen bij de familie Rosas.

De verhalen over de barbecuecultuur in het dorpje San Adolfo Tedesco zijn talrijk. Ze blijken allemaal waar. Ook de gruwelijke.

Door Jens Mikkelsen

Toen Jacques Huisman, een vaste lezer van dit weblog, eind juli mailde dat hij op zijn vakantie in Managuay zomaar voor een buurtbarbecue werd uitgenodigd, noteerde ik het dorpje in kwestie meteen in mijn agenda. Nu kon ik er eindelijk heen: San Adolfo Tedesco. Het paradijs voor barbecuërs, gelegen op de zuidelijke pampa’s en gezegend met een ongelooflijke hoeveelheid bijnamen, waarvan ‘De Nationale Grill’ de gezelligste is en ‘De Gloeiende Hel Voor Alles Op Vier Poten, Behalve Vrouwen’ de angstaanjagendste.

De reis vanuit de hoofdstad Mataquintos duurt maar liefst vijftien uur: per trein, per minibus en – als laatste, maar comfortabelste etappe – per moeder, gewikkeld in zo’n veelkleurig, op haar rug hangend doek, waarin ze in deze contreien ook wel eens kleine kinderen vervoeren. Een slopende trip, maar je ziet weer eens iets anders van het land en bovendien hebben mijn doekgenoten Werner (2), Diego (3) en Yacinta (4) een hoeveelheid lolly’s en zakken chips mee die het reizen er bijzonder aangenaam op maakt.

Aangekomen in San Adolfo Tedesco stelt mijn reismoeder zich eindelijk voor. Ze heet Danita Rosas (17) en woont met haar moeder Melva en haar zeven kinderen in een huisje. Onmiddellijk verdwijnt ze naar binnen, waarop Melva me een tequila aanbiedt en dan over het gazon begint te lopen, terwijl ze ‘Adolfo! Adolfo!’ roept. Of haar man ook thuis is, vraag ik? Ze gromt: ‘Was mijn man maar zo knap als Adolfo.’ Twee tellen later komt een bruin-roze beest het gazon op rennen: Adolfo blijkt een fors zwijn te zijn.

Ik realiseer me: amper aangekomen in San Adolfo Tedesco is de barbecue al begonnen! Terwijl Melva Adolfo lief toespreekt, wurgt en vilt, stapt Danita de tuin in met een enorme houten spies en begint een vuur aan te leggen. Met de fles tequila die mij in de handen wordt gedrukt, moet ik proosten: op de Managuayaanse barbecue! Danita, Melva en Marcelo (8, de oudste), proosten mee, tussen de bedrijven door.

Tevreden plof ik neer op een stoel, bestel een lamamelk met rum – Gino (7) blijkt een formidabele cocktailmixer te zijn – en knip deze foto. Dan denk ik bij mezelf: …nou ja, ik weet niet meer zo goed wat ik dacht, maar verdorie, wat heb ik genoten.

Sexy Carnavalista van de Dag: Gisela & Farfandra

De Sexy Carnavalista’s van deze eerste, officiële carnavalsdag zijn Gisela (19, links op de foto) en Farfandra (21) uit feeststad Roipoipú. ‘Zonder carnaval kunnen we niet leven,’ lacht Gisela. Farfandra vult aan: ‘Met carnaval krijgen we alles wat ons hartje begeert. Of ik daarmee jongens bedoel? Ha ha, nee hoor, dat wordt altijd zo overdreven. Maar zou je ons gezicht op de foto willen zetten in plaats van onze borsten? We willen graag anoniem blijven.’

Journalist doodgepest om radiodocumentaire

Kokosnoten

MATAQUINTOS – Een Managuayaanse radiojournalist is afgelopen zaterdag doodgepest door een woedende menigte.

Het gaat om Huberto Molinero, een verslaggever van staatsomroep Corrupción 24. Aanleiding was een radiodocumentaire waarin Molinero vraagtekens plaatste bij de zelfmoord van een twintigjarige jongen, eind vorig jaar. Die zou volgens zijn ouders zelfmoord hebben gepleegd omdat hij werd gepest op school. Woedende radioluisteraars gingen de straat op, sleurden Molinero uit zijn huis en bekogelden hem met kokosnoten.

‘Zo’n journalist die zijn gelijk probeert te halen in een familiedrama, dat is toch ziek?’ vertelde een van de luisteraars na afloop. ‘Het gaat ons om respect. Daarom moest hij dood.’ ‘Molinero was een pestkop, en daarom hebben we hem teruggepest,’ zei een ander. ‘We hebben hem zo hard met kokosnoten tegen zijn hoofd gepest, dat hij niks meer zei. Of dat ook pesten is? Jawel, maar hij is begonnen.’

‘De ouders, familie en vrienden hebben al genoeg verdriet,’ verklaarde een derde de lynchpartij. ‘Zij willen rust, geen ander, genuanceerd verhaal. Er wás toch al een verhaal?’ Een vierde: ‘Het gaat hier om de waarheid. Ónze waarheid, niet die van hem. Oké, we hebben Molinero misschien vermoord, maar we zijn dan ook oprecht verontwaardigd.’

Een andere verslaggever van Corrupción 24 is inmiddels bezig met een kritische documentaire over Molinero. De woedende radioluisteraars hebben hem al met de dood bedreigd als hij ‘het tragisch overlijden van een gerespecteerd radiojournalist’ niet met respect behandelt.

‘Voetballer VVV heeft Managuayaans bloed’


VENLO – Voetballer Gonzalo García García, onlangs door Eredivisieclub VVV Venlo aangekocht, heeft mogelijk Managuayaans bloed. Op de tribune van FC Puta Madre in Mataquintos roept de sportman echter geen warme gevoelens op.

García García, wiens dubbele achternaam erop duidt dat zijn ouders – volgens traditioneel Managuayaans gebruik – neef en nicht zijn, is geen populair persoon onder de voetballiefhebbers in zijn vermeende vaderland. ‘Blauwe ogen’, ‘rechte tanden’ en ‘betaalt al zijn hele leven belasting’ zijn kwalificaties die door de harde kern van FC Puta Madre met minachting worden uitgesproken.
De grootste club van Mataquintos (‘kwartfinalist voor de Zuid-Amerikaanse beker in 1953, schrijf dat maar op in dat pleeblaadje van je’) zou García García in de jeugdopleiding hebben gehad voor hij naar Uruguay vertrok, zo luidt het op de tribune. Dat ‘homoland’ zou hem dan ook beter passen, melden de supporters ongevraagd. ‘Met hun boxer shorts en cappuccino’s.’
VVV-Venlo kennen de mannen niet. ‘Voor topografie rot je maar op naar groep acht, meneer de professor.’

Nazomer in Managuay: Het militaire pretpark

Antieke tanks worden goed onderhouden, zodat ze ook nu nog op bloedige wijze een opstand neer kunnen slaan

Om de nazomer af te dwingen, doet correspondent Jens Mikkelsen deze week verslag van zijn zomer in Managuay.
Vandaag: het Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland, annex pretpark, in Cabúm

Net als elke zichzelf respecterende dictatuur heeft ook Managuay een oorlogsmuseum. Het past perfect bij het land: leugenachtig, onveilig en afgebladderd.
 
Door Jens Mikkelsen

Het Museo Glorioso del Ejército y sus Guerras Gloriosas para la Gloria Superior de la Patria Gloriosa (Glorieuze Museum van het Leger en zijn Glorieuze Oorlogen ter Meerdere Glorie van het Glorieuze Vaderland) is een museum annex pretpark in Cabúm, iets ten noorden van Mataquintos. Vóór de staatsgreep van 2006 was het een en al propaganda voor de toenmalige maoïstische dictatuur, iets waar de rechtse generaals zich altijd tegen verzetten. Toen zij eenmaal aan de macht waren, sloten zij het museum echter in hun armen. Waar ooit ‘maoïsme’ stond, staat nu ‘militarisme’, en klaar is kees.

Zodra je door de poort het terrein op loopt, over de met kinderkopjes geplaveide weg (échte kinderkopjes, van de Kinderdagverblijvenrevolte van ’98), wordt de omvang van het museumcomplex je duidelijk. Om het centrale gebouw heen, dat bestaat uit zeven loodsen, ligt een grasvlakte ter grootte van enkele voetbalvelden. Her en der klimmen kinderen in bomen en beelden van inmiddels verdreven, verguisde of gerehabiliteerde dictators, van zowel maoïstische als militaire snit.

Draaimolens staan tussen tanks uit elk decennium van de vorige eeuw. De voertuigen zijn opvallend goed onderhouden, zelfs de oudste. Dat komt, laat ik mij later door een conciërge vertellen, omdat het Managuayaanse leger nogal eens een antieke tank nodig heeft om een opstand neer te slaan en een van de modernere exemplaren het niet meer doet. ‘Komt dat vaak voor?’ vraag ik. ‘Niet zo vaak,’ luidt het antwoord. ‘Eens per maand.’

Terwijl ik de op de grond liggende, doorgeladen kalasjnikovs omzeil – niet aanraken, had de conciërge nog gezegd, die zijn vergeten door dronken soldaten die ’s nachts nog even in de botsauto’s gaan – bereik ik het museum zelf. Het is het paradijs voor elke nationalistische Managuayaan: overal de rood-wit-blauwe vlag, opgepoetste oorlogswapens en af en toe een opgezette lama in bladgoud.

Pronkstuk is de Glorieuze Zaal van Groot-Managuay. Achter een klein fonteintje hangt, aan de muur, een enorme geschilderde landkaart van Groot-Managuay. Op het eerste gezicht lijkt het me vooral een kaart van Zuid-Amerika – en dat klopt. Groot-Managuay is niet het huidige, door land ingesloten staatje met wat extra grond erbij, maar alle gebieden tussen de Galápagos-eilanden (nu Ecuador), de monding van de Amazone (Brazilië) en Patagonië (Argentinië). De Managuayaanse regering, en dus ook de huidige militaire junta, claimt praktisch heel Zuid-Amerika sinds 1527.

Wat frustrerend. Het is niet eenvoudig om Managuayaan te zijn.