Fiat Banano paradepaardje Managuay


CHUCO – Op de jaarlijkse autoshow in Chuco is het Managuayaanse antwoord onthuld op de energiezuinige Toyota Prius. Met een brandstof die uit benzine en hele bananen bestaat, richt de Fiat Banano zich nadrukkelijk op een tropische afzetmarkt.

Generaal Hérculo Pinto de Caña, de minister van Foltering en Milieu, liet symbolisch een laatste banaan in de auto verdwijnen om vervolgens een rondje over de congresvloer te rijden. Helaas legde het voertuig, haperend, slechts twintig meter af, waarna het ironisch genoeg door een Chevrolet Volt moest worden teruggesleept.
De Fiat Banano is een vernieuwde versie van de gelijknamige ‘auto voor het volk’ die de militaire junta in 1972 in productie nam. Die werd haastig afgeschaft toen bleek dat vrijwel elk exemplaar ontplofte als je aan de benzine meer dan één banaan toevoegde.
Minister Pinto de Caña kondigde op de autoshow ook de ontwikkeling van twee andere voertuigen aan: de Ford Papaya en de Volkswagen Coco.

Paviljoen Expo slecht bezocht

SHANGHAI – Het paviljoen van Managuay wordt op de wereldtentoonstelling in Shanghai extreem slecht bezocht. Reden daarvoor is met name de afwezigheid ervan, aldus een Chinese woordvoerder van de Expo.

De bouw van het Managuayaanse paviljoen, gelegen op slechts enkele tientallen meters van het Nederlandse (foto), loopt al maanden vertraging op. Aanvankelijk zou de glorieuze militaire geschiedenis van het Zuid-Amerikaanse land worden uitgebeeld in 24-karaats goud, maar dit plan is later bijgesteld tot het nabouwen van een tequilabar. Op dit moment vertoont het paviljoen echter nog de aanblik van een modderveld. ‘Misschien wel zo toepasselijk,’ aldus de Chinese woordvoerder.

Er zou wel een delegatie uit Managuay zijn gearriveerd vorige week, maar die was op het vliegveld al niet meer te traceren. Delegatieleider is Franco Jamón, beheerder van het Managuayaanse Expobudget van 2,7 miljoen euro en tevens een neef van staatshoofd generaal Jamón. In Managuay worden geen vragen gesteld.

Couleur locale: Dode muis

De hitte van het afgelopen weekeinde heeft flink huisgehouden in de dierenwereld. Dit muisje in San Luís bijvoorbeeld begaf het door de hoge temperaturen. Wie nu schampert dat al het straatvuil in Managuay toch een eeuwigheid blijft liggen, komt bedrogen uit: een medewerker van restaurant ‘El Roedor’ was binnen een kwartier ter plekke om het muizenlijkje mee te nemen.

De gebroeders Coño en de zwevende fakir

In het voorjaar van 2010 verdwenen de gebroeders Tino en Pino Coño voor vijf maanden naar de straatartiestenvakschool in Chaco. Hun doel was de best voorbereide winkelroof ooit. Het plan: postvatten in een winkelstraat in het centrum van Mataquintos, daar urenlang het winkelend publiek afleiden met een act rond een zwevende fakir, en dan ineens omdraaien en de achter hen liggende elektronicazaak leegroven.

Op de bewuste dag (foto) vergaten de gebroeders Coño echter één ding: de openingstijden.

NOS ziet af van liveverbinding Boekenbal


HILVERSUM – De NOS heeft gisteravond op het laatste moment afgezien van een liveverbinding met het Boekenbal van Managuay. Reden was de beperkte opkomst bij het Zuid-Amerikaanse equivalent. Beide bezoekers konden zich in de beslissing vinden.


‘Jammer. De Nederlandse publiciteit was goed geweest voor mijn verkopen in Europa,’ verklaarde een teleurgestelde Manuel Calebra. Calebra kwam vorig jaar in het nieuws toen zijn roman Het zwemvest van Napoleon van voor tot achter bleek te zijn overgeschreven uit Leo Tolstojs Oorlog en vrede, met uitzondering van de titelpagina.

De tweede aanwezige op het Boekenbal, Rodolfo Zerás Montaña, had vreemd genoeg niet zoveel met literatuur. ‘Ik ben hier conciërge, dus als meneer Calebra weer gaat overgeven, gooi ik hem eruit en sluit ik de tent.’
Managuay heeft geen leescultuur. Begin jaren negentig moesten veel bibliotheken sluiten omdat ze werden leeggeroofd door mensen die het populaire Vengo-bijzettafeltje hadden aangeschaft (foto), een Managuayaans meubelstuk met een achterpoot die twee centimeter te kort is.

ONDERTUSSEN IN MANAGUAY: De Manca’s

Manca-ruïne in de Andes

Vanaf het rotsplateau wijst Tica in de verte. ‘Yanan Manca!’ Op onze wandelschoenen snellen we naar haar toe. Zien we dan eindelijk de legendarische hoofdstad van het Manca-volk? ‘Daar,’ zegt Tica. We knijpen met onze ogen. ‘De Grote Tempel. Achter de IKEA.’ Warempel: achter de in aanbouw zijnde vestiging van de Zweedse meubelgigant priemt een torentje uit. Een bouwvakker heeft Tica in de gaten gekregen. Hij grijpt in zijn kruis. ‘Hola guapa!

De Manca’s zijn voor Managuay wat de Inca’s voor Peru zijn en de Azteken voor Mexico: een glorieus verleden. Op het toppunt van hun macht heersten zij over een groot deel van Zuid-Amerika. Toch zijn er ook verschillen. De Manca’s vonden bijvoorbeeld wél het alfabet uit, maar schoven het weer opzij omdat schrijven ‘voor homo’s’ zou zijn.

Liever besteedden ze hun tijd aan het hoogtepunt van hun beschaving: gruwelijk, maar hoogst origineel wapentuig. Neem de cuenca: een bom van palmbladeren, vol gloeiend hete bananenpap, die uiteenspatte bij een voltreffer. El cóndor loco was een dronken gevoerde gier die achter vijandelijke linies werd losgelaten en daar dood en verderf zaaide met golven van braaksel en gal. Denk ook aan de binnenzakchihuahua, een uitgehongerd hondje dat tijdens vredesonderhandelingen opeens richting de nek van de vijand werd gegooid.
Al deze inventiviteit voorkwam overigens niet dat de drie miljoen trotse Manca’s, kort na de komst van de Spanjaarden in 1504, bijna waren uitgeroeid door Europese ziektes als oorpijn, loopneus en jeuk.

‘Aan de kant, gringo!’ brult iemand vanuit zijn shovel, die zeshonderd jaar oude Manca-sculpturen op een hoop veegt. Yanan Manca wordt toegankelijk gemaakt voor toeristen, en daar horen behalve ruïnes ook een meubelboulevard, een goederenspoorlijn en een Manca-themapark bij. De wereldberoemde Grote Tempel blijft echter bereikbaar – links achter de hoofdpoort van Mancaland, naast de herentoiletten.
Noud Nijssen

Deze culturele reportage was eerder te lezen in de Volkskrant.

Foto Conrado Blanco

Boyband Los Cojones herenigd

Persfoto van Los Cojones anno 2010

SAN PEDRITO – De Managuayaanse muziekformatie Los Cojones, die in de jaren negentig furore maakte in heel Latijns-Amerika, gaat weer optreden. 

De hereniging van de vier hartenbrekers van weleer begon bij een toevallige ontmoeting van voormalig leadzanger ‘Didi’ Vaffanculo met ex-bassist ‘Nono’ Chulango. ‘Nou ja, toevallig,’ lacht Didi, op straat in San Pedrito. ‘Ik moest verhuizen van blok C naar blok D van het Monstro [de plaatselijke penitentiaire inrichting, red.], en daar maakte Nono de dienst uit.’ Tijdens hun gewelddadige uitbraak besloten de twee om weer te gaan zingen.

Didi bestrijdt dat het de bandleden alleen om geld te doen zou zijn. ‘We treden op uit puur artistieke overwegingen,’ stelt de voormalige superster, terwijl hij zich buigt over een vuilnisbak bij een vestiging van kipknotsenrestaurant El Pollo Loco. ‘We genieten ervan om weer samen te werken.’ Details over de aanstaande tournee zijn nog niet bekend vanwege onenigheid over de te spelen nummers en de verdeling van de vrouwelijke fans.

Los Cojones maakte furore met hits als ‘Es un chihuahua en tu bolsillo (o te gusta encontrarme)?’ (‘Is dat een chihuahua in je broekzak (of ben je gewoon blij me te zien)?‘), ‘Eres la mantequilla sobre mi panocha’ (‘Jij bent de boter op mijn maïskolf‘) en ‘Dígame gracias por eso techo de chapa ondulada (cariño)’ (‘Zeg dan bedankt voor dat golfplaten dak (schatje)’).

Economie: Geld

Het leven in Mataquintos is, dankzij de gunstige wisselkoers, voor ons Europeanen zeer betaalbaar. Dit straatorkest was voor slechts € 3 bereid zijn boeltje te pakken en elders te gaan spelen.

Interview: Arbeidsethos in de tinmijn van Mexitexibambo

De tinmijn van Mexitexibambo

MEXITEXIBAMBO – Over de arbeidsomstandigheden in Zuid-Amerikaanse mijnen is genoeg bekend: die zijn slecht. Maar hoe staat het met het arbeidsethos? Een gesprek met Florente F. Farfalle, directeur van een tinmijn bij Mexitexibambo.

Door Jens Mikkelsen

Meneer Farfalle, over het arbeidsethos van de Managuayanen doen allerlei clichés de ronde. Ze zouden lui zijn, niet productief, de siësta duurt van negen tot vijf…
Dat is al lang niet meer zo. Ook Managuay heeft zich aangepast aan de moderne tijd: onze siësta’s duren inmiddels van tien tot vier. En tussen negen en tien pauzeren wij geen moment, kan ik u zeggen.

Wat gebeurt er dan in dat ene uur?
Al het noodzakelijke: iedereen goedemorgen wensen, post beantwoorden, en overleggen in welk restaurant we onze siësta gaan houden.

Ik had het eigenlijk niet over de mensen op dit kantoor. Ik bedoelde de mijnwerkers in de schacht.
O, die! Hahaha. Dat wist ik wel. Nee, daar wordt keihard gewerkt, daar kunt u gerust op zijn.

Wie controleert dat?
Nou, ik niet, in ieder geval. Ziet u mij al in zo’n vieze mijnlift stappen? Ik heb net nieuwe schoenen, moet u zien. Echt kalfsleer, uit Argentinië, je moet ze goed inlopen, zei mijn schoenmaker, en…

Wie controleert de mijnwerkers dan wel?
Daar hebben wij Pablo voor, en Nuño. Twee keer per dag gaan zij de mijn in om de arbeidsproductiviteit op peil te houden.

Hoe doen zij dat?
Op verschillende manieren. Op de eerste plaats maken ze de slaapkoppen wakker, natuurlijk. En ze pakken dobbelstenen en kaarten af van de mannen die aan het spelen zijn. En vrijende paartjes sporen ze op. Dat laatste is nog best gevaarlijk werk, want die verstoppen zich natuurlijk graag in donkere nissen en zo. Nee, onze controleurs zijn dappere mannen, en deze mijn is erg productief, schrijft u dat maar op. Lezen onze investeerders dit?

Straft u in zulke gevallen? Mogen arbeiders die u betrapt op verzuim bijvoorbeeld pas later naar huis?
Naar huis? Bijna niemand gaat naar huis. Onze mijnwerkers slapen met zijn allen in lege lorries, heel gezellig. En efficiënt.

Maar hoe zit het dan met hun gezinsleven?
Ach, westerlingen denken altijd dat arbeiders als slaven worden behandeld hier, maar iedereen mag gewoon trouwen en kinderen krijgen, hoor.

Dus als een van uw mijnwerkers vader wordt, mag hij bij de geboorte aanwezig zijn?
Uiteraard. Wij zijn geen onmensen. De regel is: echtgenotes kunnen baren in de schacht, zolang op het product en de werkmaterialen maar geen bloed achterblijft.

Het klinkt als een hard leven.
Onze werknemers zijn erg tevreden. Ze richten hun bestaan in naar de mijn.

Soms maken ze hele kunstwerken om het ondergronds op te vrolijken, begrijp ik. 
Inderdaad. Pure werkweigering. En ongelooflijk hoeveel tijd en geld het kost om die dingen weer te vernietigen en af te voeren.

Tijd is geld.
Absoluut. Maar als u mij nu excuseert: het is half elf en de afdeling zit al lang aan de burrito’s.

‘Curaçao moet banden met Nederland verbreken’

De ontslagen premier Gerrit Schotte van Curaçao

WILLEMSTAD – Managuay heeft Curaçao opgeroepen uit het koninkrijk der Nederlanden te stappen. De uitnodiging is voor de zekerheid naar beide regeringen op het eiland gestuurd.

Op Curaçao ontstond afgelopen zaterdag politieke onrust toen de gouverneur van het eiland, een vertegenwoordiger van koningin Beatrix, een nieuwe interim-regering benoemde. De ontslagen premier Gerrit Schotte noemt dat een staatsgreep en weigert het regeringsgebouw te verlaten. Een ‘schandalige’ gang van zaken, zegt het Managuayaanse staatshoofd generaal Jamón in een verklaring.

‘Natuurlijk is het prima dat van hogerhand regeringen worden omvergeworpen,’ stelt Jamón, ‘maar niet door iemand van een ander volk, en zeker niet door een vrouw.’ Hij vervolgt dat ‘de militair-democratische republiek Managuay laat zien dat Latijns-Amerikaanse volkeren prima in staat zijn dictaturen van eigen makelij voort te brengen.’ Dat Schotte beschuldigd wordt van banden met de maffia, is volgens de generaal van ondergeschikt belang. ‘Sinds wanneer is dat een probleem? Kijk naar Suriname.’

Jamón zegt te weten wat de Curaçaoënaars willen: ‘rust en stabiliteit, zoals bij ons.’ Mogelijk doelt hij daarmee op het statistische gegeven dat in Managuay – heel voorspelbaar – elke zes jaar een andere regering aan de macht komt door middel van een staatsgreep. Volgens dat schema zou Jamón dit jaar nog ruim baan moeten maken voor de maoïstische rebellen. Daarvan rept de verklaring echter niet. UPDATE Demissionair premier Gerrit Schotte heeft naar verluidt vanochtend (Nederlandse tijd) het regeringsgebouw Fort Amsterdam in Willemstad toch verlaten.